Archeologie in de Veenkoloniën

De voormalige Groninger veenkoloniën in de oude Hunzevlakte kennen een rijke geschiedenis. Door turfwinning zijn eeuwenoude grondlagen aan de oppervlakte gekomen, met hierin overblijfselen uit het verleden. In de Groninger veenkoloniën wordt dan ook veel archeologisch onderzoek gedaan. Het archeologisch onderzoek in de veenkoloniën richt zich op de bewoning ten tijde van het mesolithicum of Midden-Steentijd (8800-5000 v.Chr.).

Waar mensen leven, laten zij sporen achter. Tijdens het mesolithicum trekken mensen rond in Oost-Groningen. Ze jagen en vissen en verzamelen planten. Ze blijven nooit lang op één plek wonen. Het gebied is dunbevolkt, waardoor de jagers-verzamelaars in overvloed leven. Ze trekken rond, volgen de voedselbronnen waarvan zij afhankelijk zijn. Duizenden jaren later zijn hun sporen geïsoleerd geraakt onder het veen dat zich boven de bewoningslaag van het mesolithicum heeft gevormd. Door het afgraven van dit veen in het Groninger veenkoloniale tijdperk (begin 1700 – 1950) zijn hun gereedschappen en andere sporen uit het mesolithicum dicht onder het oppervlak komen te liggen.

De zure zandgrond van de Veenkoloniën heeft alle organische materialen uit het mesolithicum doen vergaan. Archeologen zullen in dit gebied geen kleding of menselijke resten vinden. Wat zij wel hebben gevonden zijn vuurstenen gereedschappen, haardkuilen, fragmenten van verkoolde hazelnootdoppen en houtskool. Dit zijn de enige bronnen van informatie en door deze goed te onderzoeken kan meer bekend worden over het leven van onze voorouders in het mesolithicum.

Vuursteen

Bij de opgravingen in het veenkoloniaal gebied zijn veel stenen en vuurstenen voorwerpen gevonden. Vuursteen komt oorspronkelijk uit Scandinavië en is meegevoerd met gletsjers in de één-na-laatste ijstijd, ruwweg 150.000 jaar geleden. Het vuursteen bevindt zich in keileemlagen in de grond en komt onder andere in de omgeving van Winschoten aan de oppervlakte. Als materiaal is vuursteen makkelijk te bewerken en door grotere splinters - klingen en afslagen - af te slaan konden de bewoners in het mesolithicum vlijmscherpe bijlen, mesjes, schrabbers voor dierenvellen en pijlpunten maken.

Houtskool

Houtskool is een andere, belangrijke archeologische bron in het veenkoloniaal gebied en is veel gevonden in haardkuilen in de grond. Deze haardkuilen werden waarschijnlijk gebruikt om eten in te bereiden en kookstenen te verhitten. In de haardkuilen in de Groninger veenkoloniën zijn houtskool, verkoolde hazelnootdoppen en enkele kookstenen gevonden.

Door de houtskool en verkoolde plantenresten die zijn gevonden in de haardkuilen te onderzoeken, kunnen archeologen de vegetatie van toen determineren en zo het gedrag van de mensen in het mesolithicum reconstrueren. Een specifiek voorbeeld is dat er heel verrassend strandbiet is gevonden in één van de haardkuilen. Strandbiet groeit vooral aan de kust. Dus – concluderen de archeologen voorzichtig – bezochten deze bewoners de kust, ook al lag deze in het mesolithicum zo een 60 kilometer verderop. De kust was ook een goede bron voor schelpdieren en ander voedsel. Zo kan het zijn dat mensen in de zomer naar de kust trokken en in het najaar weer richting het binnenland.

Reconstructie van het mesolithicum

Archeologisch onderzoek in de Veenkolonieën maakt gebruik van de kans om het mesolithicum te kunnen reconstrueren: wie leefden hier, waar leefden zij van, hoe trokken zij rond? Door het oude landschap en klimaat – wat is te herleiden van de boomsoorten die uit het houtskool worden gedetermineerd – te bestuderen, is er een voorzichtige voorspelling te doen over het woon- en trekgedrag van mensen. Ook werktuigen en de verkoolde hout- en plantensoorten geven hier een indicatie voor. De intensieve bestudering van schaarse bronnen levert ook interessante conclusies op.

Dit verhaal is opgetekend uit gesprekken met de Werkgroep Prehistorie Veenkoloniaal Museum Veendam. Gebruikt naslagwerk: H.A. Groenendijk, 1997, Op zoek naar de horizon: Het landschap van Oost-Groningen en zijn bewoners tussen 8000 voor Chr. en 1000 na Chr.