Boerderijen in beeld

1815-heden

52 deimt land en een mooi verhaal uit Weende

Wie van Vlagtwedde naar Sellingen rijdt, volgt de zandrug die al eeuwenlang bewoond is en komt al snel in Weende, een esgehucht met een paar bijzondere boerderijen.

52 deimt land en een mooi verhaal uit Weende

De boerderij aan de Weenderstraat 53 in 1965, toen Geert en Trijn de Ruiter Dallinga er woonden. – Ansicht: www.beeldbankgroningen.nl (1986-18917)

De statige Oldambtster uit 1872 aan de Weenderstraat 53 is nu een woonboerderij, maar van 1954 tot 1990 de woon- en werkplek van Geert de Ruiter en Trijntje Dallinga. Mevrouw de Ruiter woont nu in Sellingen en samen duiken we in herinneringen en oude aantekeningen.

Schoonvader Albertus de Ruiter (1893-1977) was hoofdonderwijzer in Sellingen, maar als boerenzoon uit Wedde lag zijn hart bij de landbouw. Als blijkt dat zoon Geert boer wil worden, koopt hij in 1939 de boerderij aan de Weenderstraat van burgemeester Boelems van de gemeente Vlagtwedde en noteert zijn aankoop in een schriftje, met de nauwkeurigheid van de schoolmeester:
52 deimt land à f 600,00 en het huis voor f 6000,00, tezamen dus f 37.200,00. Notaris Bolt incasseerde voor de overdracht f 1400,00.
Verder beschrijft hij de gammele ladder naar zolder, de westzijde die 'onder handen genomen werd', en de oostzijde die opnieuw gedokt werd, dat wil zeggen voorzien van nieuwe strobosjes onder de pannen voor een betere isolatie. Voorts vermeldt hij dat de Wienebossen en de Muggenkamer, twee percelen land bij het Lieftinghsbroekbos, ontgonnen zullen worden.

Zoon Geert is nog te jong om de boerderij te betrekken, dus worden huis en land verhuurd. Na de middelbare school vult Geert zijn tijd met stages tot hij wordt toegelaten op de Rijks Landbouw Winter School (RLWS) te Groningen. Na zijn studie, in 1950, betrekt hij de boerderij. De eerdere huurder Meins koopt het huisje achter de boerderij en kan in loondienst op het bedrijf blijven werken.
Trijntje Dallinga woont in Godlinze, niet naast de deur, maar tijdens de dansavonden in de provincie die ze met vriendinnen bezoekt, ontmoet ze Geert. Ze trouwen in 1954.
Al snel na haar huwelijk wordt Trijntje lid van de Plattelandsvrouwen in Vlagtwedde. Dankzij de vergaderingen in Café Beijering voelt ze zich snel thuis in haar nieuwe leefomgeving. Geert en zij krijgen twee kinderen, Martha (1957) en Bertus (1959).

Het boerderijwerk wordt gedaan door Geert en zijn medewerker Kruize en de taken van Trijn liggen vooral bij het grootbrengen van de kinderen, het huishouden en klusjes rond het huis. De was doet ze aanvankelijk nog met de wasstamper en de wringer; bleken op het grasveld is in die tijd nog heel gebruikelijk. Achter het huis is de grote moestuin en de kippenren. "We hadden 15 kippen en als we eieren over hadden, gingen die met de kruidenier mee. Dat scheelde weer op de boodschappen."
Kruidenier Huiting uit Sellingen komt één keer per week het bestelboekje halen en brengt vervolgens de boodschappen en de laatste nieuwtjes.

"We hadden in het begin 35 ha grond en een gemengd bedrijf. Tien koeien ongeveer en akkerbouw: aardappelen, koren en bieten. Ieder jaar werd er een varken gemest. Heel in het begin kwam de slachter aan huis en moest ik het vlees wecken. Later werd er geslacht bij Slagerij Bakker in Vlagtwedde, waar je een diepvrieskluis kon huren om het vlees te bewaren. Dat was handig. Je nam als je de kinderen van school haalde gelijk wat mee."

Voor het bewerken van het land worden paarden ingezet. Bovenlanders, een oud Gronings werkpaard, sterk, braaf en werkwillig. Goed voor het zware ploegwerk. Een trekker is er ook, vooral voor het grasmaaien voor hooiwinning.
Als eind zeventiger jaren een melktank verplicht wordt en in dezelfde tijd de monumentale ontginningsboerderij Pantarhei nabij Sellingen aangekocht wordt, gaat de familie de Ruiter over op uitsluitend akkerbouw.

<p>De familie De Ruiter bezig met het laden van aardappelen op hun boerderij aan de Weenderstraat. - Foto: priv&eacute;archief fam. De Ruiter</p>

De familie De Ruiter bezig met het laden van aardappelen op hun boerderij aan de Weenderstraat. - Foto: privéarchief fam. De Ruiter

De kinderen groeien op met de buurtkinderen, die ongeveer van dezelfde leeftijd zijn. Ze leren schaatsen in het Lieftinghsbroekbos. 's Winters kun je daar wel zijn, 's zomers wemelt het er van de insecten, vandaar de naam van het naastgelegen perceel: Muggenkamer.
Dochter Martha is een echte dierenvriend zodat er al snel ook pony's rondstappen op het erf. Zoon Bertus wil het bedrijf in, maar moet van zijn ouders eerst doorleren. Na zijn opleiding op de HAS en Nijenrode stapt hij in een maatschap met zijn ouders en gaat in Over den Dijk, op boerderij Pantarhei, wonen en werken.

De familie De Ruiter woont tot 1990 aan de Weenderstraat. De boerderij wordt verkocht, zonder het land. Geen loeiende koeien meer, geen ronkende trekkers. Maar de boerderij zelf zal als monument de geschiedenis bewaren.