Zaaddrogerij Hornhuizen: van zaai tot zaad onder één dak

Commissionair Luursema in Hornhuizen verhandelt granen en zaden van boeren en besluit in 1956 om zelf het zaaigoed te drogen en op te slaan, omdat met de intrede van de combine de boeren het graan niet meer in hun eigen schuur kwijt kunnen. Daarvoor laat hij naast zijn woonhuis een zaaddrogerij en -opslag bouwen. De opstelling wordt getekend door firma Tjapkes uit Stadskanaal, waarna de plaatselijke aannemer het geheel bouwt. En wel zeer degelijk. Daar waar de, voor deze omgeving nieuwe, betonskeletconstructie een dikte van 10 cm aangeeft maakt hij er voor de zekerheid maar 15 cm van. Tenslotte moeten er tonnen graan en zaad kunnen liggen op de, op pilaren rustende, verdieping.

Zaaddrogerij Hornhuizen: van zaai tot zaad onder één dak
De voormalige zaaddrogerij te Hornhuizen, waar nu een galerie in is gehuisvest.

Onder drie droogkamers met ijzeren bodemplaten ligt een buizenstelsel dat, dankzij een oliekachel, voor verwarming en droging van het zaad zorgt. Ook tijdens het transport door buizen wordt het nog gedroogd en belucht. Is het eenmaal geschoond, gedroogd en opgeslagen, dan zorgt beluchting en koeling (temperatuurbeheersing is cruciaal) ervoor dat de kiemkracht behouden blijft.

Wekelijks gaat commissionair Luursema met monsterzakjes van het zaaigoed naar de Korenbeurs in Groningen, waar hij moet zorgen er een goede prijs voor te krijgen. Vooral karwijzaad wordt veel gedroogd. Het is heel fijn zaad, dat zijn kiemkracht lang behoudt en kan worden opgeslagen tot de prijzen stijgen. Daarna kan er weer een nieuwe voorraad worden verbouwd en tot het juiste moment liggen wachten. Een deel van het opgeslagen zaad wordt ook door de boeren zelf weer uitgezaaid.

De installatie voorziet in een behoefte en wordt in de jaren zestig uitgebreid met een extra loods voor graanopslag en een moderne weegbrug. Uiteindelijk bestaat het geheel uit vier verschillende loodsen met daarin 56 silo's. Hypermoderne (ook Engelse) technieken worden niet geschuwd. Door en tussen de gebouwen loopt een ingenieus buizenstelsel om de granen en zaden te beluchten, drogen en transporteren of om ze in zakken te verpakken.

Maar allengs wordt de opslag overgenomen door grote, aan groot vaarwater gelegen, bedrijven. Boeren bouwen zelf silo's en de markt verandert. De teelt van karwij en bietenzaad verhuist en bij gebrek aan opvolger sluit Luursema begin jaren negentig het bedrijf.

Het pand wordt in 1994 verkocht als woonhuis. Hans en Tally Kosmeier kopen het in 1996 en verbouwen het, waarbij zij zoveel mogelijk karakteristieken van het bedrijf laten bestaan.
Op de muur van de koffieschenkerij staan nog met krijt geschreven namen van de zaden ‘Engels raaigras HT’, ‘Engels raaigras WT’ en ‘WG5’. Toen de zoon van Luursema eens kwam kijken zei hij: “Hé, dat heb ik er nog opgeschreven”. Ook de weegbrug is nog intact. Tijdens een fototentoonstelling op Open Monumentendag in 1997 konden mensen zich laten wegen op de weegbrug, hij woog op de kilo nauwkeurig!