Wadden en water , Verhalen uit de regio

1300-1815

Wiebe Hayes, een vergeten Winschoter held

Abel Tasman heeft de naam. De ontdekker van Tasmanië en Nieuw Zeeland (1642) staat in alle geschiedenisboekjes. Het portret van de man uit Lutjegast hangt sinds kort in het Groninger Museum. Maar Wiebe Hayes, een even grote held of wellicht een nog grotere, is min of meer vergeten. De soldaat uit Winschoten redt 47 schipbreukelingen van een wisse dood.

Wiebe Hayes, een vergeten Winschoter held

Een gravure uit 1646 die het bloedbad op Beacon Island uitbeeldt, uit het boek Ongeluckige voyagie, van't schip Batavia. - Beeld: Wikipedia

In oktober 1628 stapt een jonge soldaat aan boord van het gloednieuwe zeilschip de Batavia, eigendom van de Vereenigde Oostindische Compagnie. Een reusachtig schip voor die tijd, 45 meter lang en meer dan10 meter breed, bewapend met 32 kanonnen. De jongeman reist vanuit zijn woonplaats Winschoten naar de rede van Texel, de voorhaven van Amsterdam, waar het schip in een konvooi van tien andere schepen de oversteek zal maken naar de Oost. Zijn naam: Wiebe Hayes, zo rond de 21 jaar en bijdehand, hij kan lezen en schrijven en is voor de duvel niet bang.

Hij monstert aan voor vijf jaar. Met nog 303 andere mannen en 38 vrouwen en kinderen zet de driemaster koers naar Batavia. Ondanks windstiltes bij Sierra Leone bereikt de Batavia zonder kleerscheuren Kaap de Goede Hoop. Aan boord broeit dan al enige onrust, die later tot uitbarsting zal komen. Maar eerst treft een nautisch noodlot het VOC-schip. In de vroege ochtend van 4 juni 1629 loopt de Batavia op het Wallabi-koraalrif bij de Houtman Abrolhos, een archipel 60 kilometer voor de westkust van Australië.

In de rangorde op een VOC-schip moet de schipper een niet-zeeman boven zich dulden. Niet schipper Adriaen Jacobsz bepaalt wat nu te doen, maar koopman Francisco Pelsaert. Pogingen om het schip vlot te trekken mislukken. Pelsaert laat de schipbreukelingen achter en gaat zelf met 40 man in een sloep in Java hulp halen.

Kapen

In de rangorde op een VOC-schip moet de schipper een niet-zeeman boven zich dulden. Niet schipper Adriaen Jacobsz bepaalt wat nu te doen, maar koopman Francisco Pelsaert. Pogingen om het schip vlot te trekken mislukken. Pelsaert laat de schipbreukelingen achter en gaat zelf met 40 man in een sloep in Java hulp halen.

Hij stelt onderkoopman Jeronimus Cornelisz, ooit apotheker in Haarlem, aan als commandeur voor de achtergebleven schipbreukelingen, maar die is minder eerzaam in zijn bedoelingen. Hij smeedt een plan om het VOC-schip dat straks uit Batavia de arme drommels komt redden, te kapen.

Hij beveelt 22 geharde mannen, onder wie Wiebe Hayes naar één van de eilandjes te roeien om naar water te speuren. Op Oost Wallabi vinden zij niets en dus waden zij bij eb naar het nabijgelegen West Wallabi. De sluwe vos Cornelisz denkt dat de mannen zullen omkomen van dorst en ellende, maar na twintig dagen vinden zij water. Ten teken dat hij iets gevonden heeft, ontsteekt Hayes een vuur. Een streep door de rekening van de onderkoopman. Hij ziet zijn plan om met enkele trawanten straks het reddende VOC-schip te kapen in mist opgaan en besluit de achtergebleven schipbreukelingen uit te moorden. Hij wil met zo min mogelijk mensen Pelsaert de pas afsnijden en zijn schip in bezit nemen. Sommige drenkelingen ontkomen aan zijn moordlust en bereiken al zwemmend de veilige haven van Hayes. Zo groeit zijn groepje getrouwen uit tot zo’n 47 man.

Tegenstander

Cornelisz wil zich van Hayes c.s. ontdoen: hij ziet in hem een geduchte tegenstander en voert dan ook aanval op aanval uit op de Winschoter. Maar Hayes werpt zich op als natuurlijk leider van de groep en weet elke aanval af te slaan. Hij bouwt zelfs twee fortjes en vervaardigt primitieve wapens als knotsen en speren. Maar de VOC-onderkoopman is sluw en schakelt dominee Bastiaensz in om het met Hayes op een akkoordje te gooien. Dat lijkt te lukken, maar net op tijd ontdekt Hayes dat zijn tegenspeler zijn mannen wil omkopen. Hij onderschept zijn brief waarin hij de verraders 6000 gulden in het vooruitzicht stelt als zij overlopen. Als Cornelisz met zijn kornuiten aan wal stapt voor de zogenaamde ’onderhandelingen’ hakt Hayes hem in de pan; de onderkoopman zelf blijft in leven en wordt gevangen gezet.

Pas na drie maanden en elf dagen komt VOC-koopman Pelsaert vanuit Java terug met een hulpschip, de Saerdam. Hayes vertelt hem dat de muiters 125 mensen hebben vermoord en dat hij de aanstichter in handen heeft, zijnde Jeronimus Cornelisz. Hij raadt Pelsaert aan om aan boord van zijn schip te blijven, want de muiters hebben het op hem en de Saerdam voorzien. De VOC-koopman laat de muiters in de boeien slaan. Tijdens een provisorische ’rechtspraak’ met de bijbehorende gruwelijke verhoren wordt de schijnverdrinking als martelmethode ingezet. Mannen worden vastgebonden en met een trechter volgegoten met water, waarna hun lichaam opzwelt en de ’bekentenis’’ snel komt.

Terechtstelling

Bij de terechtstelling die daarop volgt, worden van Cornelisz eerst beide handen afgehakt voor hij opgehangen wordt. De andere muiters ondergaan eenzelfde lot. Hayes’rol blijft niet onopgemerkt. De VOC verhoogt zijn gage naar 40 gulden en bevordert hem tot officier.

Een kreeftenvisser ontdekt in 1963 het wrak van de Batavia. Wat vondsten als kanonnen, navigatieapparatuur en gebruiksvoorwerpen komen in een museum terecht. Maar het meest tastbare bewijs van de schipbreuk en het nare vervolg daarop zijn de twee ’fortjes’ van Hayes op het onbewoonde West Wallabi, in 1879 ontdekt bij het afgraven van vogelmest.

Naar Wiebe Hayes is in Geraldton, een stadje van 27.000 inwoners aan de westkust van Australië, een straat vernoemd en in 2009 een beeld onthuld met de tekst 'Hero of the Batavia'. Winschoten zelf eert zijn bewoner in 2012 iets bescheidener met een speelparkje nabij de Van Kinsbergenlaan/Jan van Galenlaan in Winschoten en twee banken met mozaïekvoorstellingen van zijn bijzondere verhaal.