1914-1945

Werkverschaffing bij Jipsinghuizen

In februari 1924 gingen ongeveer vijfhonderd man met de trein en tram naar Oost-Groningen. Na nog ongeveer een uur lopen, waren ze op hun bestemming: een zich honderden hectares uitstrekkend veen- en heideveld bij Jipsinghuizen. Men zag aan alle kanten de horizon. Het doel van deze inspanning: deze enorme vlakte omspitten en tot cultuurgrond brengen. 

Werkverschaffing bij Jipsinghuizen
Mannen op weg naar de werkverschaffing in Jipsinghuizen. - Foto: www.beeldbankgroningen.nl (1785-27915)

De in het leven geroepen maatschappij 'Vereenigde Groninger Gemeenten' kocht de gronden op met als doel ze in cultuur te laten brengen door werkverschaffing. Het in cultuur brengen was zwaar werk, en de verdiensten waren niet groot. Toch hadden de werklozen weinig keus: als ze het niet deden, waren ze aangewezen op de armenzorg. En dat was helemaal geen vetpot. Een gezin dat bij de armenzorg aan moest kloppen kreeg drie gulden contant en drie gulden in natura. Bij de werkverschaffing kon men minimaal zeven en maximaal vijftien gulden verdienen. Dit hing af van het tempo waarin gewerkt werd. 

De werklozen kwamen vanuit de hele provincie naar Westerwolde. Dat was zeker in die tijd een behoorlijke reis. Er werd dan ook niet van de arbeiders verwacht dat ze iedere dag op en neer gingen. Nee, Jan Buiskool, burgemeester van Delfzijl en geestelijk vader van de werkverschaffing, had van te voren twintig barakken laten bouwen, met elk 30 bedden. De zorg voor de barakken lag in de handen van de keetvrouw. Zij zorgde dat de barakken schoon waren en dat de arbeiders brood en warm eten kregen. De keetvrouw moest stevig in haar schoenen staan, want zij zorgde samen met haar man voor het handhaven van de orde. 

Ontspanning en inspanning

's Avonds was er op de afgelegen heide niet zoveel te doen voor de arbeiders. Daarom werden er (pas) in 1932 twee ontspanningscentra opgericht in Westerwolde. Hier werden voorstellingen gehouden en films vertoond. Ook kon men hier de krant lezen of een spelletje doen. In 1937 was het aantal centra al gegroeid tot zeven. Ze lagen verspreid over het gebied. Een verbandtrommel was echter niet in de buurt, laat staan een dokter. De keetvrouw moest voor het welzijn van de arbeiders zorgen. In de ergste gevallen deed een kruiwagen dienst als ambulance naar een arts. 

Ander werk

Tegen het einde van de jaren dertig waren er al duizenden hectares in cultuur gebracht. Toen werd er overgestapt naar ander werk: het inpolderen van de Waddenzee. De barakken en de ontspanningscentra werden verkocht en voor andere doeleinden gebruikt. In 1988 is de laatste barak gesloopt. Toch zijn de herinneringen aan de werkverschaffing nog duidelijk aanwezig. De arbeiders en de nabestaanden vergeten de omstandigheden waarin de werklozen moesten vertoeven niet.

Film

Hendrik Springer uit Musselkanaal maakte in 1933 een familiefilm, waarin hij ook beelden maakte van de werkverschaffing rond Jipsinghuizen. (GAVAnr. AV1723)