Oorlog in Stad en Ommeland

1914-1945

Wagenborgen: 'de Stichting' in oorlogstijd

Aan de Akeleistraat in Wagenborgen staat het Joods monument voormalige bewoners Psychiatrisch Ziekenhuis Groot-Bronswijk in Wagenborgen. Het monument is geadopteerd door de schoolkinderen van het dorp. Ieder jaar verzorgt Anne Koopmans uit Wagenborgen themalessen op de scholen om het verhaal levend te houden. De kinderen spelen een actieve rol bij de jaarlijkse herdenking op 9 maart, door het schrijven van indrukwekkende gedichtjes en het leggen van een krans.  Dit monument ontvangt het Compliment voor een oorlogsmonument 2016. Deze prijs is georganiseerd in aanloop naar de nationale viering van de bevrijding op 5 mei in Groningen en is een initiatief van de Provincie Groningen, het Nationaal Comité 4 en 5 mei en de Verhalen van Groningen.

“Dit monument herinnert aan een unieke en voor velen onbekende groep slachtoffers: joodse psychiatrisch patiënten. Het monument staat op een plek waar weinig nog herinnert aan het psychiatrisch ziekenhuis Groot-Bronswijk. De grote betrokkenheid van de lokale jeugd wordt geprezen.” Comissaris van de Koning, René Paas

Wasserij TCL Wagenborgen. Tweede van links: Sientje Stoppelman. - Foto: Archief Commissie Herdenking Joods-monument Groot-Bronswijk
Wasserij TCL Wagenborgen. Tweede van links: Sientje Stoppelman. - Foto: Archief Commissie Herdenking Joods-monument Groot-Bronswijk

In hun zondagse kleren en met een dikke winterjas aan, staan vier Joodse bewoners van De Stichting in Wagenborgen op 9 maart 1943 te wachten op de Rolandbus naar Groningen. Alle vier hebben ze een koffertje met schone kleren bij zich. Ze gaan op reis.

Het is 1873 als Jan en Wolter Brons en hun zus Trijntje, vanuit een sterke geloofsovertuiging, hun eigen boerderij net buiten het dorp open stellen voor de 'armen van geest'. In hun Huis van Barmhartigheid beginnen zij met de opvang van verstandelijk gehandicapten en allen die om wat voor reden dan ook in de gewone maatschappij buiten de boot vallen. De boerderij is al snel te klein, maar dankzij financiële steun en schenkingen, kan de Vereniging Tot Christelijke Liefdadigheid opgericht worden en een jaar later wordt gestart met de bouw van een eerste paviljoen, het vrouwenhuis Bethel.

Een dorp in het dorp

De Stichting, zoals TCL in de volksmond wordt genoemd, groeit snel. Begin vorige eeuw verrijzen meerdere paviljoens op het 38 hectare grote terrein. Het beleid binnen de instelling is gebaseerd op de overtuiging dat orde, regelmaat, werk en een stabiel leven, de beste remedie is om deze 'uitgestotenen' in het gareel te houden. De honderden bewoners werken allen binnen de instelling, in de eigen bakkerij, op de boerderij, in de keuken of de wasserij. Er is een schoenmakerij, een timmerwerkplaats, een smederij en een tuinderij. Dat maakt De Stichting tot een zelfvoorzienend dorp binnen Wagenborgen.

Alle gezindten

De bewoners komen uit het hele land en iedereen is welkom, ongeacht milieu of geloof. Betje Stoppelman en haar zus Sientje, beiden van Joodse afkomst, zijn 34 en 20 jaar oud als ze in 1929 in Wagenborgen komen wonen. Ze komen uit Oude Pekela. Betje gaat werken in de keuken, Sientje helpt in de keuken en de wasserij.
Hoe oud Heintje Levie is op het moment dat ze in Wagenborgen komt is niet bekend. Ze is nooit ingeschreven of uitgeschreven in de Burgerlijke Stand van de toenmalige gemeente Termunten, waar ze vandaan komt. Heiman Aptroot uit Hoogezand is amper zes jaar oud als hij in 1931 in De Stichting geplaatst wordt.

Geslachtofferd

In de Tweede Wereldoorlog lijkt TCL een veilige haven voor alle bewoners en medewerkers en een prima dekmantel voor onderduikpraktijken en verzetswerk. Opmerkelijk, want volgens de ideologie van de Duitse bezetter zouden de zwakzinnige bewoners van De Stichting 'er toch niet mogen zijn'. Naar de reden van het bevel tot uitlevering van uitsluitend de vier Joodse bewoners kan ook alleen maar gegist worden. Anne Koopmans, oud medewerker van Groot-Bronswijk, zoals De Stichting sinds 1960 is gaan heten, heeft wel zijn vermoedens. Na gedegen speurwerk in de archieven van de psychiatrische instelling, kan het volgens hem niet anders zijn dan dat de vier zijn geofferd, in ruil voor het ongemoeid laten van de andere bewoners.

Laatste reis

Feit is dat Betje, Sientje, Heintje en Heiman, dan 47, 35, 52 en 19 jaar oud, op 9 maart de opdracht krijgen hun zondagse kleren aan te trekken met daarover een warme winterjas. Samen met hun verzorgers pakken ze een koffertje in. Niet lang daarna stappen ze op de bus van N.V. Noord-Nederlandse Verkeersmaatschappij 'Roland' en rijden, begeleid door de veldwachter, naar Groningen en vandaar naar Westerbork. Op dinsdag 10 maart vertrekken ze met het tweede transport naar Sobibor, waar ze op 13 maart, samen met nog 1105 andere Joden, direct na aankomst worden vergast en verbrand.

Jaarlijkse herdenking

Decennia lang wordt er noch door bewoners, noch door medewerkers gesproken over deze deportatie. Tot op initiatief van de Stichting Dorpsbelangen in 1990 een muurplaquette geplaatst wordt met daarop de vier namen van de Joodse bewoners. In 2006, vanwege de naderende sloop van Groot Bronswijk, wordt de plaquette verplaatst naar een plek vlak bij het kerkhofje van de familie Brons. Sindsdien staan ieder jaar op 9 maart dorpsbewoners, leden van de Joodse gemeenschap en schoolkinderen van Wagenborgen samen stil bij de te lang verzwegen tragedie van vier Joodse bewoners van De Stichting. En wel om 10.50 uur precies, vertrektijd destijds van de Rolandbus naar Groningen.

Anne Koopmans bij het Joods monument voormalige bewoners Psychiatrisch Ziekenhuis Groot-Bronswijk. - Foto: Duncan Wijting
Anne Koopmans bij het Joods monument voormalige bewoners Psychiatrisch Ziekenhuis Groot-Bronswijk. - Foto: Duncan Wijting

Deze videoreportage is gemaakt door Leonie Albers in samenwerking met RTV Noord.