Waddentour: droge voeten van Stad tot Wad

De eerste busrit met het thema Droge voeten van Stad tot Wad voert ons door het Reitdiepgebied, naar de Wadden. Ondanks zijn duidelijke inspanningen om de authentieke bus uit 1965 zonder stuurbekrachtiging onder controle te houden, belooft de buschauffeur ons lachend een zo spoedig mogelijke reis. In Aduard wacht de eerste verrassing. Hier stond vroeger het grootste klooster van Groningen. De overblijfselen na de oorlog met Spanje vormen nu het authentieke kerkje.

Gids Koos laat ons weten dat de monniken hier als eersten zorgden voor de afwatering van het land door het bouwen van dijken. Hun invloed op de inrichting van Drenthe en Groningen is daardoor ontzettend groot geweest. In Café Hammingh te Garnwerd, het oudste huiskamercafé van Nederland met zijn originele inrichting en sfeer nog aanwezig, genieten we van een typisch Groningse lunch: Poffert. Een boerengerecht dat sterk doet denken aan cake. Vroeger werd het voornamelijk in de wintermaanden gegeten als hoofdgerecht en soms als toetje.  

Wierden

De volgende stop is Museum Wierdenland te Ezinge. Hier leren we de ontstaansgeschiedenis van de wierden. Om droge voeten te houden, bouwde men woonheuvels die tegenwoordig het waddenlandschap kenmerken. Deze wierden, in het Fries ook wel terpen genoemd, hebben een rijke bodemgeschiedenis. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de opgravingen van archeoloog Van Griffen in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw. Van Giffen vond een stalhuis met plaats voor maar liefst 400 koeien. Gids Koos schetst door een anekdote het gedreven karakter van de archeoloog. ‘Nadat de kerk weigerde om verder te graven op hun gebied uit angst voor instorting, antwoordde Van Giffen: 'kerken, maar daar zijn er toch genoeg van?’"

Water als bondgenoot

We vervolgen onze tocht via de rustige plaatsjes Saaksum, Warfhuizen en Roodehaan. Gids Koos vertelt ons gedurende de weg over de oude dijkformatie. In toeristisch Pieterburen zijn we ineens weer onder de mensen. Twee vrijwilligers van Het Groninger Landschap vertellen over de droom van onze voorouders. Zij zagen het water niet als vijand, maar als bondgenoot. De wakende Waddendijk doemt voor ons op. Het bewijs dat de droom is uitgekomen. Tijdens de kwelderwandeling wordt de flora bekeken, bestudeerd en zelfs gegeten. Onze gidsen wijzen ons op het opvallende plantje Schijnspurrie. Deze vouwt haar bloemetjes dicht bij aanraking met water om zich te beschermen tegen het zeezout.  

Applaus

De terugweg gaat snel voorbij, want er is gespreksstof genoeg. Een Groningerkoek voor de buschauffeur om hem te danken voor zijn fysieke inspanning en een applausje voor de mensen van de organisatie. ‘U ziet me volgende week weer!’, roepen een paar mensen terwijl ze de bus achter zich laten.