Jong in de jaren zeventig

1945-1989

Herinneringen aan Jan Sterenberg

Als de eerste bezoekers op 16 februari 2018 de Kapittelzaal van Klooster Ter Apel binnenlopen, krijgt de bijeenkomst direct al het karakter van een reünie. Familieleden, oud-werknemers en collega’s, voormalige buren, vrienden en dorpsgenoten gaan hun herinneringen delen. Onderwerp is het Architectenbureau Sterenberg, dat vanaf 1951 tot 1983 actief was in Ter Apel en in die tijd een grote werkgever was, met in de hoogtijdagen 120 werknemers.

Herinneringen aan Jan Sterenberg

Aanwezigen bekijken voorafgaand aan het verhalencafé een korte presentatie. - Foto: Duncan Wijting

De bijeenkomst begint met een korte diapresentatie door Stichting Berlagehuis, medeorganisator van de tentoonstelling Context en Constructie over het leven en werken van Jan Sterenberg, voorjaar 2018 in Galerie I van Klooster Ter Apel.
Direct al komen er reacties uit de zaal en Pieter Schreuders (oud werknemer) heeft bij iedere foto wel een enthousiaste opmerking. Na de inleiding wordt de grote groep gesplitst. Bij beide groepen wordt genotuleerd en onderstaande is een samenvatting van beide verslagen.

Het begin

De eerste ontwerpen zijn gemaakt in het huis aan de Havenstraat.
Jongste broer Wim Sterenberg woonde tweemaal in een Sterenberghuis in Veendam. De ontwerpen van deze huizen heeft hij zien ontstaan aan de keukentafel bij zijn broer. 'Ik zie helemaal terug hoe hij dat ontwerp maakte, alles in elkaar vlocht, met luciferdoosjes, rechttoe, rechtaan.'
Later in de tijd kocht Wim Sterenberg een huis van architect Hesp uit Almelo, zelfde stijl. 'Hij had bij Sterenberg in dienst geweest kunnen zijn.' Wim liet het pand bouwkundig beoordelen. Dat gebeurde door de heer Zondag. Op het dak lag Stramit (een merknaam voor stroplaten). 'Die moesten eraf van Jan.'
Na de Havenstraat huurde Jan Sterenberg een deel van het postkantoor, hoek Viaductstraat/Hoofdstraat. Het kantoor zat achterin. Dat herinnert Rika Bosklopper-Seip zich nog heel goed. 'Ik was waarschijnlijk de eerste die dagelijks koffie maakte voor Jan. Elke morgen keek ik vanuit het postkantoor even om een hoekje hoeveel mensen er zaten. Meestal een stuk of acht.'

De Vijverstraat en dependances

De meeste herinneringen van de aanwezigen stammen uit de tijd dat het bureau gevestigd was aan de Vijverstraat, de 70er jaren. Een gebouw waar gewoond en gewerkt werd, maar de scheiding daartussen was een vage. Er werkten in die tijd al 70 mensen en er moest regelmatig bijgebouwd worden om het sterk groeiende ontwerpbureau te kunnen huisvesten. Later moest zelfs uitgeweken worden naar dependances, zoals aan de Markt (stedenbouw), Bentlagestraat (constructieafdeling) en de Boerderij (vergaderlocatie en trefpunt).
De Vijverstraat bleef het hoofdkantoor.

Liesbeth Abelen denkt met warme gevoelens terug. Zij was directiesecretaresse van juni 1971 tot juli 1982. 'Mijn werk was mijn hobby, Jan Sterenberg zorgde goed voor zijn medewerkers. Hij stimuleerde de cultuurbeleving. Ik ben nog nooit zo vaak naar de schouwburg geweest als in die tijd! Jan betaalde de helft van het kaartje. Ik herinner me ook een cultuuruitstapje naar Berlijn.'
Jan stimuleerde Liesbeth tot het kopen van een eigen huis, ze was toen nog maar 19. 'Het is het huis waar zijn moeder woonde, aan de Bentlagestraat 34, ik woon er nog steeds met veel plezier. Alle verbouwingen en aanpassingen door de jaren heen zijn steeds in Sterenbergstijl gedaan, zelfs de open haard.' Liesbeth koestert het getuigschrift dat ze bij haar afscheid meekreeg.

Herman Abelen is de broer van Liesbeth. Hij werkte van 1975 tot 1983 in de huisdrukkerij en kwam in dienst dankzij zijn zus. 'Eerst in de lichtdrukkerij. Samen met Roel Stoffers, Herman Kolker en Dirk Pijpers. Voor alle afdelingen drukten wij tekeningen, bestekken en aanbestedingen af. Het was altijd heel druk.' Op vrijdagmiddag kwam er een biertje bij en hielp iedereen mee bij het vouwen van boekjes en affiches. De laatste jaren was Herman tweede conciërge in het latere pand aan het Ruiten Aa Kanaal. Zijn herinneringen lopen na het faillissement nog even door: 'Ik heb ook nog de verhuizing meegemaakt naar Angelslo, daar was Sterenberg niet meer bij, dat was onder de hoede van directeur Michel Klawer.'

<p>Liesbeth Abelen denkt met warme gevoelens terug. Zij was directiesecretaresse van juni 1971 tot juli 1982. &ldquo;Mijn werk was mijn hobby, Jan Sterenberg zorgde goed voor zijn medewerkers.&#39; - Foto: Duncan Wijting.</p>

Liesbeth Abelen denkt met warme gevoelens terug. Zij was directiesecretaresse van juni 1971 tot juli 1982. “Mijn werk was mijn hobby, Jan Sterenberg zorgde goed voor zijn medewerkers.' - Foto: Duncan Wijting.

Wonen aan de Vijverstraat

Het echtpaar Sterenberg had zeven kinderen. In het gebouw aan de Vijverstraat werd ook gewoon gewoond. Nou ja, gewoon. Dochter Nynke typeert het heel treffend: 'Het was een onverklaarbaar bewoonde woning.'
Een andere dochter: 'Het kantoor was voor ons kinderen één grote speelplaats. We hadden er elk weekend de beschikking over. We bouwden maquettes met steentjes, speelden met de telefoon. Grote fuiven in de tekenzaal, daar mocht niemand iets van merken, maar ongetwijfeld vonden ze de confetti de maandag daarop.'

Rienhart Wolf is een vriend van oudste zoon Auke Sterenberg. Hij speelde ook vaak in het kantoor. 'Auke en ik waanden ons architecten. We zagen de ontwerpen op dat blauwige papier, calqueerpapier, dat konden wij ook wel! Vanuit het woonhuis kon je het kantoor in, langs de secretaresse en daarachter was het kantoor van meneer Sterenberg. Met een deur met leer aan beide kanten, geluiddempend, en als je doorliep kwam je bij de ingang van het kantoor. Een trapje naar beneden leidde naar de kelder; daar lagen de bouwmaterialen, allerlei soorten steentjes, dakpannen, bakstenen. Van die kleine steentjes bouwden wij moderne ontwerpen.
Rienhart herinnert zich ook de lange eettafel waaraan gezamenlijk werd gegeten. 'Ik moet zeggen dat ik Jan Sterenberg daarbij nooit heb gezien, maar moeder Sterenberg wel. Maar het gebeurde ook nogal eens dat de huishoudster voor de zeven kinderen kookte, als pa en moe druk bezig waren met zakelijke of maatschappelijke beslommeringen. Dat meerdere Sterenberg kinderen dan een vriendje of vriendinnetje meenamen, was nooit een probleem. Waar plaats was voor zeven, was ook plaats voor tien.'

De familie Wolf heeft jaren tegenover de familie Sterenberg gewoond, aan de andere kant van de vijver. Mevrouw Lies Wolf (vrouw van notaris Wolf en bestuurslid Klooster Ter Apel) is samen met haar zoon Rienhart bij het Verhalencafé. 'Wij werden hele goede vrienden van Jan en Tineke, vanaf het begin; we hebben in drie huizen van Sterenberg gewoond in Ter Apel.'

Jan Sterenberg als werkgever

Werknemers van Sterenberg kwamen uit het hele land. Voor veel medewerkers was vooral het feit dat Jan actief meehielp met het zoeken naar woonruimte een doorslaggevende overweging om naar Ter Apel te komen. Wat zeker ook hielp was het feit dat Jan geen reiskosten vergoedde voor werknemers die niet in Ter Apel kwamen wonen. In de Doctor Poolmanstraat, Doctor Bekenkampstraat en Ruitenkamp woonden veel ‘Sterenbergers’.
Jan Zondag had in 1969 drie sollicitaties lopen. Hij kwam uit Leeuwarden en had al een gesprek gehad bij Offringa in Haren, waar hij eigenlijk al ja had gezegd. Maar het gesprek bij Sterenberg verliep erg prettig. 'Het voelde gelijk goed. Jan Sterenberg is daarna met zijn Jaguar naar Haren gereden om het te regelen. Ik kwam op de afdeling Stedenbouw en heb gewerkt aan projecten in Dinxperloo en Duiven. Als Jan zag dat je het in de vingers had, liet hij je vrij. Er was geen hiërarchie; een leerling tekenaar was gelijk aan een ingenieur. Ik heb in mijn loopbaan nog op zes andere plekken gewerkt, maar het was nergens meer hetzelfde.'

Wat je van ver haalt...

Mevrouw Argun kwam samen met haar man in 1970 uit Turkije naar Nederland. Zelf komt ze oorspronkelijk uit de buurt van Rotterdam. Argun (architect) wilde zich oriënteren op de Europese architectuur en solliciteerde. Ze voelt zich geweldig opgevangen. Haar man had veel bewondering voor Sterenberg, die hem goed coachte. Jan wist dat ze van asperges hielden en hij regelde dat die vanuit Limburg meegebracht werden door zijn dochter. Ze hebben zeven jaar in een Sterenberghuis gewoond aan de markt, daarna bouwden ze zelf een huis. Ze zouden na vier jaar terug gaan naar Turkije, maar zijn altijd gebleven.
Cor Kalfsbeek (collega architect): 'Ik heb Argun goed gekend, was een heel emotionele man.'
Mevrouw Argun: 'Hij paste goed in de groep. Er was een ontzettend goed onderling contact, men hielp elkaar bij verhuizen. Je hoorde ergens bij. Hij ging ook mee op die reizen, was er ook bij in Polen…'
Iemand merkt op: 'Het was een heel mooie man.'
Mevrouw Argun: 'Dank je wel. Wat je van ver haalt…!'
De heer Argun overleed in 1989, 55 jaar oud.

Vakantie in het huisje van de baas

Mevrouw Riet Stiekema ontmoette haar man Koos in Nijmegen. Ze woont nog steeds in het huis dat haar man in Ter Apel heeft gebouwd. Ze onderschrijft het sociale van Jan Sterenberg. Cursussen, middagen voor de kinderen. Allemaal jonge gezinnen, erg betrokken bij elkaar. Veel uit Delft, net afgestudeerd. Ze heeft nog veel contact met oorspronkelijke werkcontacten van haar man.

Meerdere malen komt het familievakantiehuis op Schiermonnikoog ter sprake, dat ook beschikbaar was voor werknemers, tegen vergoeding van 25 gulden voor gas en licht.

In de jaren '70 kocht Sterenberg de Boerderij aan de Sellingerstraat. Aanvankelijk in min of meer vervallen staat. Dochter Nynke: 'Nadat in 1972 de kapschuur tijdens een storm omwaaide, is het pand opgeknapt.'
Het was een multifunctionele locatie. Er werd vergaderd, er werden activiteiten georganiseerd voor de kinderen van werknemers, zoals kleien en spelletjesmiddagen. De jaarlijkse sinterklaasviering was ook in de Boerderij met de heer Harm Meijer (binnenhuisarchitect) in de glansrol van Sinterklaas.
Maar ook tentoonstellingen werden er ingericht en politicus Jan Schaefer hield er een lezing. Sterenberg was al betrokken bij het Klooster en hij gebruikte zijn netwerk om spraakmakende exposities van bijvoorbeeld Henk Helmantel en Käthe Kollwitz in het Klooster te krijgen.

<p>De boerderij aan de Sellingerstraat (dependance van bureau Sterenberg) was ook trefpunt voor de kinderen van de werknemersgezinnen, eind jaren &#39;70. - Foto: Pieter Schreuders</p>

De boerderij aan de Sellingerstraat (dependance van bureau Sterenberg) was ook trefpunt voor de kinderen van de werknemersgezinnen, eind jaren '70. - Foto: Pieter Schreuders

Jan Sterenberg als collega

Cor Kalfsbeek (architect, Borger) kent Jan vooral als collega. 'We waren twee totaal verschillende mensen, met totaal verschillende architectuur. Ik vanuit de emotie en de uitbundigheid die daarbij hoort en Jan vanuit de ratio.'
Kalfsbeek legt uit dat hij nooit heeft begrepen dat Sterenberg een bureau had met 120 medewerkers. Hij beschrijft Jan als emotioneel, een idealist. Ze raakten bevriend en kwamen ook bij elkaar over de vloer.
Kalfsbeek herinnert zich een reis naar Polen, met vier auto’s en met grote snelheid over modderige wegen, waarop boerenwagens reden en bijna geen auto’s. Het was de tijd van het Oostblok; er waren controles onderweg. Er was een bijeenkomst met studenten, jongens en meisjes. Kalfsbeek voelde zich geëmotioneerd. Jan was ouder, verstandiger, terughoudend. 'Ik heb hem altijd gerespecteerd. Ik weet dat veel mensen moeite hadden met Jan, hij was een echte Grunneger.'
Over de stijl van Jan: 'Jan was heel Scandinavisch georiënteerd, dat hij hier in het Klooster koos voor een Deense architect is heel logisch. Maar hij maakte het niet zelf; hij maakte ander werk, wonderlijk is dat. Jan z’n werk was altijd te herkennen. Of het nu woningbouw was of een openbaar gebouw.'

Sibylle Kalfsbeek-Bandel (binnenhuisarchitect) raakte 40 jaar geleden bevriend met de familie Sterenberg, vooral met de dochters vanwege dezelfde leeftijd. Zij maakte het overlijden van Tineke Sterenberg van dichtbij mee. Ze groeide op in Berlijn, met gebouwen in een Bauhaus-achtige sfeer. 'En dan word je ondergedompeld in grijze betonsteen binnen, donkere plafonds, grind op de vloer; dat had ik nog nooit gezien. Vond het wild-exotisch, heel anders dan ik gewend was.'
Sibylle is altijd bevriend gebleven met dochter Nynke.

Emmerhout

Bureau Sterenberg was betrokken bij de realisatie van de wijken Emmermeer, Angelslo en Emmerhout bij Emmen; functionele sobere architectuur, meestal met platte daken, in een ruime, groene omgeving. Jan Sterenberg maakte deel uit van de Architectengroep Emmerhout, samen met A.C. Nicolaï en A.A. Oosterman.

Jan Velders heeft een korte periode gewerkt in dienst van de Architectengroep Emmerhout. Mede dankzij André de Jonge, secretaris van de gemeente, werd daar een wijk neergezet die heel bijzonder was. De term milieudetaillering wordt genoemd: het gebruik van Drentse veldkeitjes, gerangschikt om een lantaarnpaal, trappetjes en veel hout. Er kwamen regelmatig verzoeken binnen vanuit opleidingen in het hele land voor een excursie. Het fenomeen woonerf is hier ontstaan. Jan Velders heeft zelf in twee woningen in Emmerhout gewoond: een Apolloflatje en een woning met een kap. 'Dat laatste moet een gruwel voor Jan zijn geweest.'

Jan Velders beschrijft ook nog een periode waarin hij in een ontwerpgroep zat voor een nieuwbouwwijk in Den Bosch, Maaspoort. Drie maanden met acht personen, landschapsarchitecten, architecten en stedenbouwkundigen, in afzondering brainstormen, ergens achterin het gebouw aan de Vijverstraat. Maar dat ontwerp werd niet gekozen.

Politiek

Jan Sterenberg was een VVD’er, een echte liberaal, wat opmerkelijk is in de architectenwereld. Je werkt immers aan sociale opdrachten. Moeder Tineke noemde hem een linkse VVD’er.
Volgens de kinderen was moeder zo mogelijk nog fanatieker. Zij beschrijven een moeder die de auto helemaal beplakte met pamfletten en dan langs hun school reed.
In de jaren 70 was er sprake van de aanleg van een militair oefenterrein in de buurt van Ter Apel, Plan Kikkert. Sterenberg had daar een studie voor gemaakt, waaruit bleek dat het goed kon, maar de bevolking was tegen. Ook binnen zijn eigen bureau waren er tegenstanders, aanhangers van de PSP. Sterenberg vond het prima, dat kenmerkte hem als links-liberaal.
Mevrouw Argun: 'Moeder was erg actief. Dat was een beetje griezelige tijd voor het gezin.'
Dochter Anneke zat op de middelbare school. 'Ik was net een beetje links aan het worden en was tegen. Er was veel weerstand vanuit de landbouw en AVEBE; het plan is uiteindelijk niet doorgegaan.'

Harm Meijer (binnenhuisarchitect) was lid van de PvdA. 'ik kreeg elke dinsdagmiddag vrij om raadswerk voor te bereiden. Jan en ik waren het vaak niet eens en praatten daar dan over. Aan het faillissement heb ik nare herinneringen; ik zat toen in de raad…'

Cultuur

Veel aanwezigen hebben goede herinneringen aan hoe Jan Sterenberg de interesse voor cultuur wilde aanwakkeren.
Dochter: 'Mijn vader heeft me leren kijken. We gingen uit rijden en dan wees hij van alles aan. Die arm zat dan weer hier en dan weer daar en dan dacht ik: kijk nou maar voor je!'
Rienhart Wolf herinnert zich een dagtocht naar Keulen. Inderdaad een wijzende Sterenberg aan het stuur. Er ging een wereld voor hem open. Tien jaar oud en dan naar het buitenland, een grote stad, moderne gebouwen en als kers op de taart een bezoek aan de Dom, waar Sterenberg uitleg gaf over de langdurige bouw in de middeleeuwen. 'Ik heb altijd interesse gehouden in architectuur want mijnheer vertelde altijd. Nam ons ook mee de provincie in; ik ben ook in Lewenborg geweest, in een heel vroege fase.'

Het dorp

In de jaren 60 was Ter Apel een rustig dorp met de aardappelmeelfabriek, boeren, de MB puzzelfabriek, de Soda, Blijdens en Willink. De instroom van veel en hoger opgeleide werknemers, met hun jonge gezinnen, vaak uit het westen, gaven een boost aan het maatschappelijke en politieke leven in Ter Apel. De ‘westerlingen’ namen intensief deel aan maatschappelijke organisaties, sportclubs, de carnavalsvereniging en kerkelijk werk.
De middenstand profiteerde ook. Winkelier Bert Rugge zag vooral de omzet van luxere artikelen, zoals fijne vleeswaren en bijzondere kazen, stijgen na de komst van de ‘Sterenbergers’.

Moeder Tineke was actief in het sociale leven. Dochter Nynke noemt haar ‘De Stille Kracht’. 'Zo waren de taken bewust verdeeld; vader had daar geen tijd voor.'
Andere dochter: 'Ze deed heel veel, zat overal in besturen, de school, het Nut.'
Mevrouw Argun: 'Door mevrouw Sterenberg ben ik bij het toneel gegaan. Nog nooit zo zenuwachtig geweest. Na twee keer dacht ik: nooit meer!'

Liesbeth Abelen geeft aan dat ook Jan zich wel verdienstelijk maakte voor het dorp: 'IJsvereniging de Polderputten dankt zijn gebouw aan Jan, hij regelde de vergunning!'
Rienhart Wolf wijst op hotel Boschhuis. 'Toen middenin de economische crisis in de 70er jaren het ministerie van CRM het tegenover het Klooster gelegen hotel Boschhuis wilde afstoten, was er niemand die het risico wilde nemen om het gebouw over te nemen. Sloop dreigde en dat zou een desastreus verlies voor Ter Apel geweest zijn. Samen met drie anderen, huisarts Ernst Dost, notaris Wolf en verhuizer Willem Hekman, nam Sterenberg het hotelcomplex voor een gulden over, inclusief het achterstallig onderhoud, de tanende klandizie en de slechte pers. De heren noemden zichzelf de Commandeurs, naar analogie van de vroegere Stad Groninger bestuurders van Westerwolde. Met veel eigen inzet werd sloop voorkomen en werd het hotel later aan Staatsbosbeheer overgedaan. Dat die inzet getuigde van een vooruitziende blik, blijkt uit het florerende hotel dat er nu is. Hoe jammer dat datzelfde niet is gelukt met het architectenbureau.'

Manager

Broer Wim: 'Jan was geen zakenman. Hij had een goede manager moeten hebben die hem steunde. Als dat was gebeurd had dat laatste, die exit, nooit plaatsgevonden.'
Cor Kalfsbeek vertelt dat Jan en hij dat wel hebben besproken. Maar Jan zei: 'Een manager naast je is dodelijk, je wordt begrensd. Als je schildert of een beeld maakt, wil je niet begrensd worden door iemand die zegt: het wordt te duur of je bent te lang bezig. Het moet mooi worden, dat is de kern.'
Jan was dominant als het hun eigen huis en inrichting betrof. Cor Kalfsbeek: 'Jan kon niet tegemoet komen aan Tinekes hang naar gezelligheid, dat zou afbreuk doen aan zijn eigen ideeën.'
Dochter geeft aan: 'De Friese staartklok kwam er wel, maar in de hal.'
Harm Meijer, sinds 1964 de binnenhuisarchitect bij bureau Sterenberg, kan dat beamen: 'Wij hadden een vloerkleed van Paapje, dat wilde Tineke ook, maar dat kwam er niet in. Vloerkleden zijn er nooit gekomen, hij was heel streng.'

Dat bleek ook bij de bouw van het nieuwe woonhuis aan de Schotslaan. Rienhart Wolf: 'Mevrouw Sterenberg had al een operatie aan een hersentumor ondergaan en liep moeilijk.
In een deel van de kennissenkring was er daarom een zekere afkeuring over dat huis met trappetjes en lastige hoekjes. Het was niet geschikt voor iemand met een dergelijke beperking. Men vond dat de ambitie prevaleerde boven de zorg voor de partner.'

De laatste fase

In dezelfde tijd dat Jan het hoogleraarschap seriematige woningbouw aan de Technische Universiteit van Delft aanvaardt, realiseert hij een groot en modern nieuw kantoor aan het Ruiten Aa Kanaal Noord. De vergunning wordt, vanwege de bijzondere locatie, niet zomaar verleend door de gemeente, maar bij het dreigement om zijn bureau dan naar Zwolle te verplaatsen, kiezen de bestuurders eieren voor hun geld. In 1978 kan minister Van Ardennen het paradepaardje van Sterenberg openen.
Martje Sterenberg: 'Het was de tijd, er werd waanzinnig gebouwd, maar hij had ook de opvatting dat alle onderdelen, geledingen van het proces, bij elkaar moesten zijn. Er moest niets uitbesteed worden. Dus er zaten een drukkerij in huis, een bibliotheek, aannemers...'
Cor Kalfsbeek: 'Dat kan alleen als je zelf een heel goeie manager bent, anders kun je het wel vergeten.'
Dochter: 'Zo zonde, dat is uiteindelijk misschien ook wel zijn ondergang geweest. Je zag het ook wel aan het nieuwe kantoor, zo’n grote bibliotheek, zo’n grote drukkerij, daar ga je niet aan verdienen. Werd groter dan nog te behappen was. Stortte de bouw ook nog in..'

Cor Kalfsbeek: 'Jan had een boodschap te verkondigen, hij was een inhoudelijke architect. Hij wilde maatschappelijk iets doen en dat wilde hij omzetten in architectuur. Of hem dat altijd gelukt is, is iets anders, maar dat was altijd zijn weg. Hij was een interessante vent. Heel veel architecten zijn niet interessant. Dan kun je wel iets moois ontwerpen maar dat is nog niet interessant.'

In 1983 viel het doek voor het bedrijf: het faillissement was een feit. Maar het betekende ook het einde van een bijzondere periode voor Ter Apel. Jan Sterenberg overleed in 2000.
Bij de bijeenkomst was kleinzoon Bram aanwezig, zoon van dochter Martje. Hij studeert architectuur in Leeuwarden en verdiept zich in ruimtelijke ordening, planologie, stedenbouw en dergelijke. 'Misschien treed ik wel in zijn voetsporen…'

<p>Verhalencaf&eacute; &#39;Herinneringen aan Jan Sterenberg&#39;, vrijdag 16 februari 2018, Museum Klooster Ter Apel. -&nbsp;Foto: Duncan Wijting</p>

Verhalencafé 'Herinneringen aan Jan Sterenberg', vrijdag 16 februari 2018, Museum Klooster Ter Apel. - Foto: Duncan Wijting