Turken van Veendam: van gastarbeider tot Nederlander
Veendam kreeg in de jaren zestig net als alle andere kleinere en grotere industriesteden in West-Europa te maken met een toestroom van Turkse gastarbeiders. In de loop van veertig jaar is hun levensperspectief en dat van al die toenmalige gastarbeiders drastisch en fundamenteel veranderd.

De geschiedenis van de Turken van Veendam – een Oost-Gronings industriestadje met 30.000 inwoners – staat model voor de geschiedenis van talloze buitenlandse werknemers die zich de laatste vijftig jaar in West-Europa gevestigd hebben. Juist door de kleinschaligheid van Veendam biedt de geschiedenis van haar Turkse inwoners inzicht in de onomkeerbare ontwikkelingen die de immigratiegolf van de jaren zestig in de West-Europese samenlevingen heeft gebracht.
Stereotiep
Nederlanders beschouwden Turken meestal als arme sloebers van het platteland, die thuis nog geen nagel hadden om hun kont te krabben. Wat niet waar was. Een groot aantal van hen had in Turkije een vrij zeker en goed bestaan. Zij kwamen naar West-Europa, omdat ze dachten dat hier in een paar jaar tijd gouden bergen te verdienen waren. In hun verbeelding leefde hier iedereen in weelde en luxe.
Ook hadden Nederlanders een erg stereotiep beeld van hoe Turken er uitzagen. Omer Aydın verwondert zich daar nu nog over:
Verouderde werkwijze
Het is ook geen wonder dat sommige Turken op hun beurt teleurgesteld waren over de bedrijven waarin ze in Veendam kwamen werken. Tevfik Tokac, die uit Zonguldak kwam, stond versteld over de verouderde werkwijze bij de firma Duintjer.
De pensions van het Leger des Heils
De pensions waar Atabaş, Apaydın, Kulac en de anderen werden ondergebracht, waren gasthuizen van het Nederlandse Leger des Heils, een landelijk actieve organisatie – niet te verwarren met het Internationale Leger des Heils van de bekende majoor Bosshardt. Het Nederlandse Leger des Heils bezat in die jaren over heel het land pensions, waarover mevrouw Favre de scepter zwaaide. Hotel Hofman aan de Poelestraat in Groningen (op de hoek van de Poelestraat met de Grote Markt, waar nu de pizzeria is) was een van die pensions.
Het verblijf in pensions in Wildervank of de stad Groningen ervoeren de meeste Turken als erg comfortabel. Er waren drie-, vier- en zelfs achtpersoonskamers en er werd voor hen gekookt, gewassen en gestreken.
Alleen al het feit dat bij aankomst in het pension aan de Nijverheidsstraat nr. 8 in Wildervank de namen van de gasten op de deur stonden werd als een warm welkomstteken ervaren. Atabaş:
Netjes
Ook Husamettin Yılmaz vindt dat alles erg goed geregeld was bij de aankomst. Alle basisvoorzieningen klopten.
Adem Guzelhan:
Privacy
Henk Eiten van de vreemdelingenpolitie herinnert zich dat hij nogal geschokt was, toen hij voor het eerst zag waar de Turkse gastarbeiders moesten leven.
Tijdelijk?
De eerste generatie die in de jaren zestig in Veendam kwam, nam zich voor om er een aantal jaren – meestal drie – te werken en te sparen en daarna terug te keren naar de eigen geboortestreek. Het tijdelijke karakter van hun bestaan in den vreemde was bepalend voor hoe deze Turken hun leven in Veendam zagen en inrichtten. Overigens gold dit evenzo voor de Veendammers uit die tijd, die het verblijf van de Turken ook als tijdelijk zagen.
Toen na die eerste drie jaar de behoefte aan productiemedewerkers in de Veendammer bedrijven nog steeds groot bleek te zijn, werden de arbeidscontracten met de meesten van hen verlengd. Daardoor ontstonden bij de Turken nieuwe behoeftes en problemen, maar nog steeds vanuit het perspectief van een toekomst in Turkije. Veendam bleef een karavanserai, een doorgangsplaats.
Deze houding had tot gevolg dat probleemoplossingen vaak een voorlopig karakter hadden. Wie zich afvraagt waarom Turken in die tijd de goedkoopste huurwoningen zochten, armoedig gekleed gingen en in oude roestbakken rondreden, vindt vanuit dit perspectief een antwoord op zijn vraag. Ayhan Tatlıcıoğlu vertelt dat – vanaf het moment dat zijn ouders besloten om niet meer terug te keren naar Turkije – nieuwe kleren ineens bij C&A gekocht werden en niet bij de een of andere inbrengwinkel.

Blik op terugkeer
Een langer verblijf in Veendam had gezinsherenigingen tot gevolg. Maar de focus bleef op Turkije gericht. Turken hadden voornamelijk omgang met elkaar en vonden dat opvoeding en onderwijs van de nagekomen kinderen zich moest richten op een later leven in Turkije. Daarom waren de meeste ouders van mening dat hun kinderen het best een praktisch vak konden leren. Een goede kennis van de Turkse taal zagen zij als onontbeerlijk voor hun kinderen, evenals het hooghouden van de Turkse cultuur en kennis van de Turkse aardrijkskunde en geschiedenis.
De tweede generatie Turken, de eersten die op Nederlandse bodem werd geboren, werd opgevoed met het perspectief van een leven in Turkije. Dat heeft grote consequenties voor hun scholing gehad. Of een kind nou een scherp verstand of een meer praktische aanleg had, een Mavo-opleiding was vaak het hoogste wat na de basisschool werd geadviseerd. De thuis in het Turks opgevoede kinderen begonnen het onderwijs met een taalachterstand.
Toekomst in Nederland
De tijd verstreek en om tal van redenen kwam het er maar niet van om naar Turkije terug te keren. Totdat het besef doordrong dat terugkeer niet meer de enige wenselijke optie was. Dat lag aan het feit dat de in Veendam opgegroeide kinderen een terugkeer helemaal niet meer vanzelfsprekend vonden. Zij hadden in Veendam werk gevonden en er een eigen leven opgebouwd. Turkije was voor hen een vreemder land dan Nederland.
De kinderen gingen op hun beurt trouwen en kregen zelf kinderen. Zij richtten hun levens anders in dan hun ouders: veel meer gericht op de Nederlandse samenleving. Voor hun kinderen kozen zij een opvoeding die hen een goede toekomst in Nederland kon brengen.
Tussen wal en schip
Het waren deze kleinkinderen die de voornaamste oorzaak werden van de ongemakkelijke spagaat waarin de eerste generatie terechtkwam. De ouderen hadden nooit veel moeite gedaan – en vanuit hun levensperspectief hoefden ze dat ook niet – om in Nederland te integreren. Nu begonnen ze zich vreemdeling te voelen, zowel in Turkije als in Veendam. Na hun pensionering zijn de meesten van hen hun leven gedeeltelijk in Turkije, gedeeltelijk in Nederland gaan leiden. Daarmee is deze generatie Turken een beetje tussen wal en schip beland.
