Oorlog in Stad en Ommeland

1914-1945

Loppersum bevrijd op 20 april 1945

Na de bevrijding van Ten Boer op 17 april 1945 staan de inwoners van Loppersum klaar om de Canadezen te verwelkomen. Maar ze laten op zich wachten en de gevluchte Duitsers keren terug om nieuwe stellingen in te nemen. Daarna gaat het er hard aan toe.

Loppersum bevrijd op 20 april 1945
Kinderen klimmen op een Canadese Bren Carrier aan de Schipsloot in Loppersum, 20 april 1945. - Foto: Historische Vereniging Loppersum

Uit dagboeken, brieven en artikelen die de Historische Vereniging Loppersum beheert en uit interviews met (oud-)bewoners, is de bevrijding van het dorp gereconstrueerd.

“Dinsdagmiddag 17 april. Vanmiddag trokken een aantal Duitsers richting Appingedam. Slechts één van de mannen had nog een geweer. Ze vlogen op gestolen fietsen weg. Het was een komedie,” schrijft Jo Bolhuis (1919-2003) in zijn dagboek. “Eentje had in een sloot gezeten en was kletsnat, een ander zat onder de modder. Weer een ander – echt waar – zat in zijn onderbroek op een kinderfietsje.”

De Lopsters maken zich vrolijk over de aftocht van de Duitsers. Ze weten dat Groningen en Ten Boer al bevrijd zijn en rekenen erop, dat de Canadezen snel naar Loppersum zullen komen. Albert Flikkema (1930) gaat met zijn zussen poolshoogte nemen: “We gingen lopend over de kleipaden. Canadezen kieken!” Ook Jo Bolhuis gaat naar Ten Boer, maar komt op de terugweg een Duitse patrouille tegen. “Gelukkig hadden we net op tijd onze oranje dingetjes in onze zak gestoken.”

Beschietingen

Want de Duitsers komen terug. Ze blazen de brug over de Wijmers op, richten bovenin de molen een uitkijkpost in en stellen op andere plaatsen geschut op. Op vrijdagochtend 20 april beginnen de beschietingen, eerst richting boerderijen in de omgeving. Joop (1933-2013) en Anneke (1937) Weddepohl, evacués uit Amsterdam, verblijven op een boerderij net buiten Loppersum: “De Canadezen beschoten Duitse stellingen in onze buurt met zwaar geschut. We schuilden in loopgraven in de moestuin. Ik weet nog dat ik kleipoppetjes maakte van aarde die ik van de rand af haalde. Je hoorde de granaten fluiten. Als het even stil was, riepen we vanuit die loopgraven naar elkaar. 'Zijn jullie er nog?'”

Drie doden

De Canadezen komen dichterbij, kruipend door de tochtsloten in de landerijen rondom Loppersum. Ze vermoeden dat de Duitsers in de toren van de hervormde kerk zitten en proberen het dorp ongezien te naderen. Rond één uur 's middags schieten ze richting de kerktoren, maar de eerste granaten vallen op huizen. Het gezin Nienhuis komt naar buiten om naar een schuilkelder te vluchten wanneer een granaat vlakbij inslaat. Vader en het zoontje van vijf zijn op slag dood. Moeder, de tweede zoon en het overbuurmeisje zijn zwaargewond. Moeder overlijdt de volgende dag. De oudste zoon is in shock en merkt pas veel later, dat hij in zijn been is geschoten. “Ik riep als een gek om hulp, maar die kwam niet: er werd van alle kanten geschoten door Duitsers.”

Kerktoren

Overal in de dorp schuilen de bewoners in kelders. In de schuilkelder vlakbij de kerk is het donderende geraas van het neerstortende metselwerk uit de toren oorverdovend. “Goddank, hai ligt 'r!” verzucht een schuiler na de zoveelste keer. Hij denkt dat de toren inmiddels is ingestort, maar dat valt uiteindelijk mee, hoewel de schade aanzienlijk is. Jan Pilon (1922): “Het dak lag eraf en de wijzerplaat was kapot. Je kon de stenen er zo uithalen.”

“Toen het weer een poos stil was, gingen we op straat kijken,” herinnert Albert Flikkema zich. “Daar vonden de overbuurjongen en ik een granaatscherf. Daar wilden we er wel meer van hebben, dus wij gingen op pad naar de toren. Maar we waren nog maar net onderaan het Kerkpad, toen de beschietingen vanuit Nansum begonnen.”

Het Duitse geschut van batterij Nansum vuurt een onduidelijk aantal keren op Loppersum en er vallen nog meer gewonden onder de inwoners. Een oudere vrouw krijgt glasscherven in haar rug en wordt kermend afgevoerd in een kruiwagen. De materiële schade in het dorp is aanzienlijk. “Bij een ieder was wel wat gebeurd,” beschrijft Greta Vossepoel-Nap (1924-1999) in een brief aan haar tante. “Een scherf door de muur en zo door een stoel. Ook nog een granaatscherf door de achterdeur precies in een klok.” Gaten in daken, schoorstenen op de grond, ruiten aan diggelen. Op een oprit of half in de sloot liggen enkele gesneuvelde Duitsers.

Canadezen op een Shermantank in Loppersum. - Foto: Historische Vereniging Loppersum
Canadezen op een Shermantank in Loppersum. - Foto: Historische Vereniging Loppersum

Wilhelmus

Maar de bewoners van Loppersum zijn vrij. Lodewijk Van Weerden (1916-2008) komt met zijn jonge gezin uit de kelder naar buiten. “Toen stonden wij oog in oog met een troep Canadese soldaten in volledige gevechtstenue, met helmen met bruine camouflagenetten erover; vies, grauw en uitgeput, maar ongebroken. Met tranen in de ogen begonnen we het Wilhelmus te zingen. Maar overmand door de diepe emotie van het ogenblik, zijn we er niet in geslaagd om ons volkslied tot een goed einde te brengen.”