Groninger Vrouwengalerij

Titia van der Tuuk: een feministisch vrijdenkster

Titia Klasina Elisabeth van der Tuuk (1854 – 1939) beëindigde nog voor ze dertig werd haar carrière als onderwijzeres. Het doceren werd haar in toenemende mate bemoeilijkt: deels omdat haar gehoor achteruitging, maar vooral omdat haar inzichten voor haar omgeving te vooruitstrevend waren. In haar nieuwe leven zette ze zich als feministisch activiste in voor onder andere het Vrouwenkiesrecht en voor seksuele hervormingen.

<p>Titia van der Tuuk. - Foto: Resources Huygens KNAW</p>

Titia van der Tuuk. - Foto: Resources Huygens KNAW

Titia van der Tuuk groeide op in de pastorie van Nieuwolda in Noordoost-Groningen. Haar vader kwam uit een familie van hervormde plattelandspredikanten, haar moeder werd grootgebracht in een vrijzinnig milieu en was de dochter van een hoogleraar klassieke talen. Nadat haar vader in 1867 stierf, verhuisde Van der Tuuk met haar moeder en haar nog thuiswonende broers en zussen naar Groningen. Ze rondde er een opleiding tot onderwijzeres af en haalde met behulp van zelfstudies en extra lessen de bevoegdheid om Frans, Duits en wiskunde te geven.

Activisme

In 1874 kreeg Titia van der Tuuk haar eerste baan als onderwijzeres: ze ging lesgeven op de basisschool in Borculo. Haar carrière als docent voerde haar vervolgens langs een aantal onderwijsinstellingen in het midden van het land, tot deze in 1882 plotsklaps aan een eind kwam. Van der Tuuk was atheïst geworden en had zich aangesloten bij de vrijdenkersvereniging De Dageraad – beide waren ideologische keuzes die haar collega-docenten haar niet in dank afnamen. Van der Tuuk kon daardoor rekenen op een vijandige werkomgeving die, door haar steeds slechter wordende gehoor, toch al behoorlijk lastig was. Ze verhuisde terug naar Groningen en begon daar aan een nieuw leven als schrijfster en vertaler, met name van artikelen en boeken die in haar ideologische straatje pasten.

Inmiddels was Van der Tuuk bij De Dageraad in contact gekomen met Elise Haighton, de eerste vrouw in de redactie van het verenigingsblad. Samen hielpen ze in 1883 Aletta Jacobs bij haar roemruchte actie om als belastingbetalende burger het kiesrecht op te eisen. De actie werkte averechts en er volgde een wetswijziging waarin het kiesrecht specifiek aan mannen werd toebedeeld. Toch verwierf Van der Tuuk voor haar hulp een hoop krediet als feminist. In 1885 mocht ze, als opvolgster van Haighton, toetreden tot de redactie van De Dageraad en twee jaar later schopte ze het zelfs tot bestuurslid.

Rein Leven Beweging

De Dageraad was echter niet de enige vereniging waar Titia van der Tuuk zich als activiste aan verbond. Zo sloot ze zich in 1894, meteen na de oprichting, aan bij de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht en schreef ze zich in 1890 in bij de Vrouwenbond tot Verhooging van het Zedelijk Bewustzijn.

Kort na 1900 trad ze daarnaast toe tot het bestuur van de Rein Leven Beweging (RLB), een groep die de ideeën van de beroemde Russische schrijver Lev Tolstoj praktiseerde. Van der Tuuk was bekend met zijn werk: ze vertaalde drie jaar eerder al zijn boek Oorlog en vrede uit het Frans en Duits. Met het lidmaatschap van de RLB ging een levensstijl gepaard waarin geen plaats was voor alcohol, vlees en seks. Bij de RLB streed Van der Tuuk tegen de legalisering van prostitutie, bepleitte ze de gelijke rol van mannen en vrouwen in het huwelijk en stond ze een gelijke wettelijke behandeling van homoseksuelen voor. Daarbij speelde haar privé-situatie wellicht een rol: ze trouwde nooit maar woonde vanaf 1887 wel samen met haar vriendin Rose Roosegaarde Bisschop.

Achtereenvolgens woonden de twee in Arnhem, Ede, Ubbergen, Soest, Utrecht en Zeist tot Van der Tuuk daar in 1939 op 84-jarige leeftijd stierf. Na haar dood liet ze zich – behoorlijk typerend – als jarenlang lid van de Vereeniging voor Vrijwillige Lijkverbranding cremeren.

<p>Illustratie: &quot;Titia&quot; door Nienke Siegers</p>

Illustratie: "Titia" door Nienke Siegers