1815-1945

Theeplanters in de Dollardpolder

De fietsende dame rijdt het erf op en schiet iemand aan.
Meneer, is dit een klooster?
Nee, mevrouw, een landbouwbedrijf.
Maar waarom staat er een torentje op het dak?
De architect hield van kerken, mevrouw.
En die klok dan?
Die luidde voor de schaft.

Theeplanters in de Dollardpolder

Dijkcoupure bij de Johannes Kerkhovenpolder.

Menig toerist die lopend of fietsend de polder doorkruist staat stil in de bocht van de weg en ziet een complex gebouwen. Even is hij in verwarring. Leven hier monniken? Dat kan maar zo. In de stilte van de weidse polder, met slechts geruis van graan rondom, is er zeker plaats voor overpeinzing.

Maar plots nadert met veel gebrul een combine en draait het erf op. De droom is uiteengespat, de werkelijkheid is anders. Het complex is zoals gezegd een landbouwbedrijf, Johannes Kerkhoven BV, een cluster van gebouwen, schuren en woningen. Het geheel is 1248 hectare groot, waarvan 452 hectare akkerland, 28 hectare dijk, 11 hectare erf, en 747 hectare slik en kwelder.

De naamgever van de polder, Johannes Kerkhoven (1783-1859), een gezien man toentertijd, een man van stand, is een Amsterdamse bankier en effectenhandelaar. Door zijn vrouw Anna Jacoba van der Hucht wordt hij liefkozend ’Kerkje’ genoemd, schrijft Hella Haasse in haar historische roman Heren van de thee. Zij omschrijft hem als een ’rijzige gestalte met een opvallend krachtige kop’.

Gelderse heer

De familie bezit een buiten in Hunderen bij het Gelderse Twello. Hoewel rentenierend is hij volgens Haasse ’een en al beweging, meestal onderweg om de polder die hij in het noordoosten van Groningen bezit te inspecteren.’

Hoe komt een Gelderse heer in Groningen verzeild? Als de Staat der Nederlanden in 1845 tweeduizend hectare buitendijks slikkenland bij Termunten te koop aanbiedt, is Kerkhoven één van de inschrijvers. Zijn oog valt op de Dollard. Zijn droom is de hele Dollard in te polderen; van de Punt van Reide tot aan Pogum bij het Duitse Ditzum.

Visionair

Kerkhoven is een visionair. Hij verleent kredieten aan bouwers van Amerikaanse spoorwegen in het Noorden van de VS. In de staat Minnesota is nog altijd een dorp naar hem genoemd (759 inw.). Hij richt voor de inpoldering een ’Maatschappij tot Inpoldering van den Dollard’ op, maar die gaat failliet. De lening om de hoge kosten te dekken levert in Groningen weinig op. De Groningers hebben weinig vertrouwen in Kerkhoven’s aanpak. Hij wil niet wachten tot de kwelder hoog genoeg is door aanslibbing, maar legt om de kwelder meteen een dijk aan. Toch zit hij na het faillissement niet bij de pakken neer. Zijn plan voor inpoldering maakt een doorstart.

Zonen

Een jaar voor het werk aanvangt overlijdt Kerkhoven in 1859. Zijn erfgenamen, de zonen Rudolf en Julius, zetten zijn werk met kracht voort. Zij maken later meer naam als theeplanters in Nederlands-Indië en brengen plantages in West-Java tot bloei. Vooral Rudolf, die als afgestudeerd chemisch technoloog in 1871 naar Indië vertrekt, is een ondernemer pur sang.

Maar in Noordoost-Groningen heeft zoon Kerkhoven minder geluk. Hij neemt aannemer/dijkgraaf Klaas Breebaart, die de Noordhollandse polder Waard en Groet heeft drooggelegd, in de arm om de Dollard te temmen, hetgeen niet gemakkelijk gaat. Stormen teisteren de dijkaanleg. In 1876 is het eindelijk zover. Het karwei is geklaard. Een oud kofschip wordt in het te dichten dijkgat tot zinken gebracht, een methode die Rijkswaterstaat een eeuw later gebruikt bij de Deltawerken en de afsluiting van de Lauwerszee door caissons in het water te laten zakken.

De Dollard slaat terug

De Dollard laat zich echter niet kisten en slaat genadeloos terug. Eerst spoelt de dijk op die plek over een lengte van 70 meter weg; twee jaar daarna zakt de dijk in omdat onderaannemers gesjoemeld hebben met grond. Vernuftig hebben zij in het dijkgat een grote kelder gebouwd, kunstig afgedekt met klei.

De rampspoed is nog niet ten einde. In 1883 slaat de dijk opnieuw over een lengte van 100 meter weg. En in april 1945 nemen de Duitsers de Johannes Kerkhoven flink onder handen. Uit wraak steken zij de gebouwen in brand, slopen de werktuigen en vernielen de oogst. Met man en macht komt daarna de wederopbouw van de grond. In 1948 verrijst een complex in Delftse Schoolstijl: sober en solide. Vier woningen, graan- en aardappelschuren, een smederij, garages en in het midden een drinkplaats voor paarden. Architect ir. N.J. Kruizinga tekent voor het ontwerp. Hij metselt een gevelsteen bij de voordeur en beitelt veelzeggende woorden in de muur:

Waar de golven beukten ruist het koren
Waar de oorlog woedde rijpt het zaad

De klok in het torentje luidt alleen nog met Oud en Nieuw. De landarbeiders van weleer zijn met pensioen.

Oogsttijd op de Johannes Kerkhovenpolder in 1936