Verhalen uit de regio

1945-1989

Sneeuwwinter 1979: verdwaald in Lewenborg

Voor veel oudere Groningers is het een onvergetelijke ervaring geweest: de sneeuwwinter van 1979. Vele dorpen raakten afgesloten van de buitenwereld door hoog opgewaaide sneeuwduinen. Freida en Karl Wendel woonden net een paar maanden in Lewenborg. 'De sneeuw lag zo hoog dat we de voordeur niet meer open konden doen.'

Sneeuwwinter 1979: verdwaald in Lewenborg

Kinderen spelen in Lewenborg in de sneeuw, 1979. – Foto: persfotobureau D. van der Veen, collectie Groninger Archieven

De sneeuwstorm van 13 op 14 februari 1979 kwam voor velen als een verrassing. In de loop van de dinsdag begon het steeds harder te sneeuwen en te waaien. Karl werkte destijds bij de afdeling telefoonaansluitingen van de PTT. Freida zat thuis met haar dochter van twee en was net een paar maanden zwanger. 'Ik luisterde naar de radioverslagen en zag buiten inderdaad wel een hele hoop sneeuw en harde wind. Rond drie uur kreeg ik een telefoontje van Karl. Hij zou naar huis komen, maar toen was al bekend dat de bussen Lewenborg niet meer in gingen: ze zetten mensen aan het begin van de wijk af.'

Karl reed in zijn groene Kadett, waar hij en zijn vrouw hard voor hadden gespaard, stapvoets het Damsterdiep af, maar strandde rond vier uur ter hoogte van de Gronam-garage. 'De politie hield het verkeer tegen. Er waren grote sneeuwduinen, reusachtige bergen met sneeuw.' Karl parkeerde en besloot te voet verder te gaan. Hemelsbreed was het misschien nog geen kilometer, maar hij was niet gekleed op een tocht door de sneeuw: hij had gewone schoenen aan en geen muts of wanten bij zich. 'Het was heel moeilijk om door de sneeuw te lopen, want ik zakte heel diep weg. Ik kon haast niets zien door de wind en omdat alles bedekt was met sneeuw, had ik geen idee waar ik liep. Vijvers en sloten waren onzichtbaar geworden. Het was kompaslopen. En we woonden nog niet zo lang in Lewenborg, dus ik kende de omgeving nog niet. Ik moest dwars door een wijk die ik niet kende, en op dat moment ook niet kon zien.'

Rond half zeven 's avonds wist Karl zijn huis dan toch te bereiken. 'Ik had het gevoel dat ik wel twee keer een rondje had gelopen.' Freida was opgelucht. 'Het was een heel dubbel gevoel. Aan de ene kant was ik bang. Ik maakte me zorgen over de bevoorrading en over hoe lang het zou duren, maar aan de andere kant vond ik het prachtig, leuk en spannend. Zoiets maak je maar één keer mee. Het voelde als een avontuur.'

Ingesneeuwd

De volgende ochtend bleek de sneeuw metershoog tegen hun huis aan te liggen 'Het keukenraam was helemaal bedekt en ook de voordeur kon niet meer open. De achterdeur gelukkig wel.'

De noodwinkel in Lewenborg werd niet bevoorraad en brood was niet meer te krijgen, net als melk, havermout en Brinta. Freida ruilde boodschappen met de buren. Karl vroeg een buurman om melk voor zijn zwangere vrouw. 'Hij werkte bij de storingsdienst van de PTT en moest erop uit, zo goed en zo kwaad als het ging. Via hem wisten we nog twee flessen te bemachtigen.' Freida: 'We hebben dagenlang niets anders dan pannenkoeken gegeten. Telkens als iemand uit de buurt een tocht naar een winkel in de stad ondernam, vroeg iedereen hem of haar om zoveel mogelijk extra mee te nemen.'

Saamhorigheid

Voor de kinderen in Lewenborg was de sneeuw een bron van vermaak. 'De scholen bleven gesloten, dus alle kinderen speelden in de sneeuw. Voor onze dochter hebben we nog een iglo gemaakt.' Lewenborg was toen een jonge wijk met weinig ouderen, maar ook om die laatste groep werd gedacht. 'De saamhorigheid was groot, we letten goed op elkaar en hielpen waar het nodig was.'

Uiteindelijk werden de wegen weer begaanbaar en begon de sneeuw te smelten. 'Na twee, drie dagen kon ik weer aan het werk.' De Kadett stond nog precies waar Karl hem had achtergelaten. 'Veel auto's waren beschadigd door sneeuwruimers, die de wagens gewoon niet hadden gezien in de sneeuw. Maar er was ook vandalisme. Jongelui hadden bij sommige auto's de zijspiegels eraf geslagen.'

Freida en Karl wonen niet meer in Lewenborg. 'De kans is klein, maar als we nu zouden insneeuwen, dan houden we het wel even vol: we hebben een vrieskist en een kelder vol voorraad. Het was een bijzonder avontuur.'