1945-1989

Opstand in Den Andel

Onlangs overleed de eerste hippie die neerstreek in Den Andel. Herinneringen komen boven en een paginagroot artikel uit De Telegraaf van 8 oktober 1976 wordt opgediept. Het dorp kwam in opstand tegen de hippies en hun leefstijl.

Opstand in Den Andel
De Oude Dijk in Den Andel, 1974. - Foto: M.A. Douma, www.beeldbankgroningen.nl (818-2444)

Voor

Den Andel was in de jaren zestig een bloeiend dorp. Er waren twee kerken, twee scholen - veel kinderen - en een groot aantal winkels: een slagerij, melkboer, groenteboer, vier bakkers, een wasserij, schoenenwinkel, kapsalon, kroeg, Winkel van Sinkel, manufacturenwinkel, postkantoor, cafetaria en later een supermarkt.  

Van oudsher is het een dorp van landarbeiders, maar ook bij conservenfabriek Wilco (nu Rixona) vonden velen werk. De meesten werkten bij de boer, maar door de mechanisatie was er steeds minder personeel nodig. Een Andelster zegt: “In 1966 hadden ze wel vier of vijf arbeiders, maar toen mijn man bij zijn boer wegging, in 1977, bleef en nog maar één over.” Het dorp liep leeg. Oudere mensen stierven of gingen naar het bejaardentehuis, de jongeren trokken naar de stad om daar werk te vinden. De één na de andere winkel verdween.

“Het was wel een arm dorp, maar geef mij die goede ouwe tijd maar weer, de jaren 60–70. Ja, waarom? Het was wel een zware tijd, maar als je een weekloontje had, dan kon je ook nog wat overhouden en dat legde je aan de kant. Er was wel minder luxe maar we waren ook allemaal veel gauwer tevreden.
Den Andel was een gezellig dorp, het dorp was één, de mensen waren één, we konden alles organiseren. We hadden Den Andel in Vieren (wedstrijden tussen vier delen van het dorp) met een slotfeest. braderieën, een oogstfeest, Oranjefeesten met optochten. Dat waren de gloriejaren van Den Andel.”

Het dorp was netjes, iedereen had een moestuintje en een grasveldje. “Het was een voorbeeldige wijk hierzood!” vult een ander aan.

Totdat zij hier kwamen.

De eerste hippies in Den Andel. - Foto: Frits van Goens (De Telegraaf)
De eerste hippies in Den Andel. - Foto: Frits van Goens (De Telegraaf)

Tijdens

In de jaren zeventig zochten mensen vanuit de drukke stad de rust van het platteland. De meesten pasten zich aan bij de plek waar zij neerstreken.

Jeroen de Koning kocht een huisje aan de Oude Dijk, maar hij wilde hier in en van de natuur leven. Zijn vriend René Odé woonde eerst bij hem in huis, maar groef, tot ongenoegen van het hele dorp, naast de school een gat in de grond, bouwde er een hut bovenop en ging erin wonen. En er kwamen er meer. Ze zaaiden onkruiden om van te leven.

“Distels en brandnetels, alles lieten ze maar groeien! En alles waaide over naar anderman z’n tuin, het was een chaos!” Praten hielp niet, de hippies wilden zich niet aanpassen en wilden leven zoals ze zelf wilden. Behulpzame dorpelingen staken de handen uit de mouwen om ze te helpen de tuintjes op te ruimen maar dat mocht niet.

Het dorp raakte verdeeld, “ouden”en “nieuwen” kwamen steeds verder tegenover elkaar te staan. De bom barstte toen Jeroen in de zomer dakpannen weghaalde, een plateau bouwde en met zijn vrienden op matrassen naakt lag te zonnen. Dat werd het dorp te gortig en de mensen kwamen in opstand.

“Ik vond het wel een sensatie hoor, ik was nog maar een meisje van twaalf of dertien, dan keek je verwonderd op dat mensen hun dak helemaal kapot zaagden en daar nakend lagen te zonnen!”

De Telegraaf schreef:

“De 600 inwoners van Den Andel dulden de fratsen van de alternatieven niet meer. Tot bij het ministerie van Volkshuisvesting zullen ze hun protesten laten horen. ‘Nu rijden op zondagen auto’s met toeristen door ons dorp. Die mensen lachen zich slap om wat er hier gebeurt. We willen geen bezienswaardigheid zijn,’ zegt een inwoonster van Den Andel verbitterd.”

Na

De rust is weergekeerd, maar Den Andel is nooit meer geworden wat het geweest is. De eenheid is weg. Jonge gezinnen trokken weg, ze wilden niet meer tegen die rommel aankijken. Het aantal kinderen daalde en nieuwe bewoners bemoeiden zich niet meer met elkaar.

Later heeft Jeroen veel voor het dorp gedaan. “Toen is hij ook een beetje degelijker geworden hoor! Hij is voorzitter van Dorpsbelangen geweest en hij heeft gevochten voor het dorpshuis. En je kan zeggen wat je wil, maar ze waren altijd vriendelijk. Ze waren gewoon heel erg op zichzelf, maar dat is iedereen eigenlijk wel tegenwoordig."