Verhalen uit de regio

1815-1914

Opera in Usquert

In de ‘barre winter van negentig’ werd op 14 januari 1891 Engeline Westerhuis aan de ijzige wereld toevertrouwd, hoewel haar geboorte plaatsvond in het relatief gerieflijke voorhuis van de Westerhuisheert te Usquert. Haar levenspad zal heel anders lopen dan haar trotse ouders het zich voorstelden.

Op de Lagere School was ze dol op de dagelijkse zanglessen, Zowel bij de muziekminnende hoofdmeester als bij de medeleerlingen viel ze op met haar mooie stem. Iedereen vond het logisch dat zij in 1905 de hoofdrol mocht spelen en zingen in kinderoperette ‘De Ganzenhoedster’ die de hoogste klas als afscheid zou opvoeren. Het zingen in mooie kleren, de aandacht en het applaus van het publiek, zij vindt het prachtig. Een droom wordt geboren.

Arnhem

De werkelijkheid was prozaïscher. Een meisje ‘van stand’ behoorde opgeleid te worden in het bestieren van een boerenhuishouden en goed beslagen ten ijs te komen als zij met een rijke boerenzoon ging trouwen. Zij werd naar een meisjesschool in Arnhem gestuurd met, naast gewone vakken, onderwijs in etiquette, mode, kleding, theatergang en natuurlijk hoe met dienstboden om te gaan. Ze maakte kennis met grootsteedse meisjes en manieren en voelde ze zich na afloop van de schooltijd niet meer thuis in Usquert. Zij wilde geen boerenzoon trouwen maar een zangstudie volgen, dát was haar droom.

Amsterdam, Den Haag

Na een jaar lang volharden in haar wens krijgt zij haar zin: zij mag auditie doen bij het conservatorium in Amsterdam. Zij wordt afgewezen, maar verhuist toch en waagt het, na een jaar lessen en hard studeren, opnieuw en wordt aangenomen. De studietijd is er een van hard werken, maar ook genieten. Als zij kon zingen was ze gelukkig, de theorielessen konden haar gestolen worden. Als zij haar studie in 1915 heeft afgerond, blijft zij in Amsterdam en gaat zij lesgeven. Privélessen worden weinig genomen, daar is tijdgeest niet naar, maar klassikaal onderwijs gaat haar niet goed af. Financieel wordt zij ondersteund door haar ouders, die in 1916 verhuizen naar Huize Kona in het centrum van Usquert.

In 1921 verlaat zij Amsterdam, woont officieel in Usquert maar reist veel om onder andere in Parijs lessen te nemen. In 1922 vertrekt ze naar Den Haag waar zij ook weer gaat lesgeven en als sopraan meezingt in het ‘Vocaal Kwartet’.
Dan vestigt de wereldwijd beroemde Italiaanse operazangeres Gemma Bellincioni, uit Berlijn gevlucht in 1915, zich in Den Haag en opent een operaschool. Lien is één van de eerste leerlingen. Deze keuze bepaalt haar verdere flamboyante leven. Bellincioni is enthousiast en zegt dat ze een ‘parel in haar keel’ heeft. 'Lien je zíngt geen coloratuur, je bént een coloratuursopraan.'

Milaan

Bellincioni neemt Lien en medeleerling Annie Lieftinck mee naar Italië. Ondanks dat zij goed Italiaans spreekt heeft zij moeite te wennen, vooral aan het weer en het Italiaanse voedsel. Haar moeder raadt haar aan ’s avonds een lepel levertraan te nemen. Maar ze is een doorzetter: ze wil ook beroemd worden. Zij geniet van het zingen maar evenzeer van het applaus en de glitter en glamour in de Italiaanse entourage. Zij laat onder de naam Angela Cona haar Groningse stijfheid vieren, meet zich grootse gebaren en poses aan en schittert op het podium met het rondreizende operagezelschap ‘Spettacolo Mobile’, waar zij op voorspraak van Gemma in opgenomen is. Beginnend met kleinere rollen groeit haar stem en na 1930 zingt ze ook de grote moeilijke partijen. Inmiddels wordt zij geaccepteerd door de Italianen, ‘u bent er een van ons!’ zeggen zij.

Angela komt regelmatig in Usquert maar daar wordt haar ‘aanstellerige’ houding niet echt gewaardeerd. Bijnamen als ‘Nachtegaal van Tjuchem’ of ‘Dei gilperd’ zeggen genoeg. Maar haar soloconcert voor haar 45 jaar gehuwde ouders op de trap in de hal van Huize Kona in 1930 ontvangt zij gelukkig groot applaus.

<p>Huize Kona in Usquert, ca. 1918. - Foto: Collectie Groninger Archieven</p>

Huize Kona in Usquert, ca. 1918. - Foto: Collectie Groninger Archieven

Wanneer zij in 1934 de moeilijke hoofdrol Gilda in ‘Rigoletto’ van Verdi zingt, oogst zij grote bewondering. Het is een rol die veel van de stembanden vergt. Met de vermoeienissen en hongerkuren eist dit zijn tol. Ze kampt wekenlang met keelpijn en een schorre stem die haar niet meer verlaat. Vanuit Usquert komen goede raadgevingen om weer op te knappen (levertraan!) en aan te sterken. Tevergeefs: het lukt haar niet meer om op het oude niveau te komen. Ze heeft grote rollen gespeeld en gezongen, veel applaus gekregen maar haar droom wereldberoemd te worden is vervlogen. Toch blijft zij in Italië, dat haar tweede thuisland is geworden.

Groningen

Door het opkomende fascisme en de dreigende oorlog moet zij in 1936 toch Italië verlaten en vestigt zij zich in Groningen als zanglerares Angela Cona. Zij geeft ook spraaklessen in het goed en beschaafd spreken.
Als in 1948 beide ouders zijn overleden, erft zij een boerdeij in Zandeweer (Noorderweg 10) en zet de naam Westerhuisheerd boven de schuuringang. Zij bemoeit zich intensief met de bedrijfsvoering en als zij (inmiddels 72) in 1963 de boerderij verkoopt, behoudt zij haar zomerhuis, waar ze nog vele zomers van rust en ruimte geniet. Operamuziek klinkt over het akkerland. Lien blijft tot op hoge leeftijd op en top verzorgd, modieus en ruim opgemaakt. Zij blijft een bijzondere verschijning op het boerenland.

Slotakte

Op 15 mei 1984 overlijdt zij op 93-jarige leeftijd in Twaalf Hoven te Winsum roemloos als Engeline Westerhuis.
Een deel van haar nalatenschap gaat naar de Angela Kona Stichting die zij al in 1973 had opgericht voor training van blindengeleidehonden. Zij deed dit waarschijnlijk omdat haar vader zijn laatste levensjaren blind was. De Stichting wordt in 2006 opgeheven, het resterende saldo gaat naar Groningse Blindenvereniging. Haar graf in Usquert wordt vanuit haar erfenis onderhouden.


 

Bron: 
Angela Cona, Operazangers uit Usquert. Levensverhaal van Engeline Westerhuis 1891 – 1984, Anne Aalders, 2010.