Op drift - Migratieverhalen: 'je wieg blijft trekken'

Theo de Groot en Arnold Veeman spelen in oktober en november 2018 de docuvoorstelling 'Op drift', met als onderwerp de migratiegeschiedenis van Groningen en de Groningers. Theo vertelt verhalen over zijn tante Ria in Kalamazoo in Michigan, die als tiener met haar ouders emigreerde, terwijl haar oudere zus, Theo's moeder, in Delfzijl achterbleef. Hij bespreekt van alles: van het moment dat je de beslissing neemt om te gaan, de verwachtingen die je hebt en de spijt die ongetwijfeld komt. Arnold Veeman verzorgt muziek, én commentaar op Theo's verhalen.

Na afloop van elke voorstelling is er een kort verhalencafé met hetzelfde thema: migratie. Daar kunnen mensen uit het publiek vertellen wat zij zelf of hun familieleden hebben meegemaakt. Op 14 oktober vertelden mensen uit Delfzijl en omgeving in Theater de Molenberg de onderstaande verhalen. Al gauw kwam het tot overeenstemming onder de aanwezigen: de plaats waar je wieg stond, blijft je hele leven naar je roepen.

'Dat heen en weer trekken, in golven, is van alle tijden. En het is altijd gelukt dat mensen een plek vonden.'
'Er verandert eigenlijk niks.'
'Jawel: de aantallen.'
'Nee, alleen de verhoudingen. Zoals in de voorstelling ook naar voren kwam: hoeveel duizenden Hugenoten zijn er wel niet hier naartoe gevlucht? Het zijn nu andere aantallen en van andere plaatsen, maar we zijn ook met veel meer op deze wereld.'
'We zijn in Spanje geweest en daar leerden we van alles over de Moren, die daar woonden en werden verjaagd door de kruisvaarders. Nu komen ze weer.'
'Migratie gaat steeds gemakkelijker. Ik bedoel: mensen zijn zich steeds meer bewust van wat er in een ander land gebeurt en wat er te halen valt. Dat zijn de moderne media.'
'Ik vind het wel bijzonder: op de Facebookpagina 'Je bent Damster als...' zie je soms Australiërs reageren. Die zijn dan de derde of vierde generatie nazaten van emigranten. Ze spreken de taal niet, kennen Appingedam helemaal niet, maar willen op de een of andere manier toch weten waar hun voorouders vandaan kwamen.'
'Dat is het voordeel van Facebook en zo: je houdt veel makkelijker contact dan vroeger.'
'Voor ouderen is dat misschien wel extra moeilijk: die krijgen heimwee en willen terug. Maar ze komen in een spagaat terecht: hun kinderen wonen in het nieuwe land, maar hun wortels trekken hen terug naar hun vaderland. Maar dat land is intussen wel ontzettend veranderd.'

'Ontworteld'?

Ina Verweij (1954): 'Je herinnert je de plaats waar je geboren en opgegroeid bent, maar die is vandaag nooit meer hetzelfde als toen. Ik ben geboren in Heveskes en was 11 toen we moesten verhuizen omdat het dorp platging. Het bestaat niet meer, maar je houdt toch het beeld van de jaren zestig in je hoofd. En op een reünie loopt iedereen met datzelfde beeld. Ik voel me niet ontworteld omdat mijn geboorteplaats niet meer bestaat, maar ik vind het wel jammer.
Janny Volmer (1949): 'De Oterdumers komen elk jaar op Hemelvaartsdag samen om het monument op de dijk schoon te maken.'
Verweij: 'Dat vind ik mooi. Ik ga wel eens op de fiets naar het kerkje van Heveskes, dat daar nog staat, midden tussen de industrie. Je vindt er niets meer terug, maar ik ga er toch heen.'

Theo Verbiest (1946): 'Ik herken dat wel. Bij mij trekt de polder. Mijn vader werkte bij de inpoldering van de Noordoostpolder en zijn vader, mijn opa, was keetbaas in de Wieringermeerpolder. Hij kwam oorspronkelijk uit Brabant en mijn vader is in de inpolderingen opgegroeid. Mijn oma is maar 32 jaar geworden. In 1932 werd ze ziek en zijn ze met haar van Oude Zeug, de zandplaat waar de keet stond, over het ijs naar Medemblik gegaan. Daar is ze overleden.
Mijn geboorteplaats is 'Noordoostelijke polder'; er waren nog geen dorpen toen ik daar geboren werd. Vakanties gaan bij ons vaak naar polders en een aantal jaren geleden hebben mijn vrouw en ik overwogen om in Lelystad te gaan wonen. Het zit op de een of andere manier toch in je.'

Vertrekkriebels?

Theo Verbiest: 'Tijdens mijn verkering hebben we gepraat over verhuizen naar Rhodesië. Ik werkte bij de telefonie van de PTT en een collega had een broer daar wonen. Die kwam over en mijn collega vertelde allerlei verhalen. Ik vond het heel interessant.'
Annelies Verbiest (1948): 'Maar het is overgegaan. We wilden niets te maken hebben met de apartheid die daar heerste.'

Trijnie Schmitz duMoulin-Dijkema (1936): 'Al jaren hebben mijn man en ik een huisje in Frankrijk. We droomden er altijd van om daar te gaan wonen als we gepensioneerd waren. Maar we hebben het toch niet gedaan. Frankrijk voelt als een tweede vaderland voor ons. Mijn zus en haar man zijn er wel naartoe verhuisd.'

Agnietje Bakker (1954): 'Ik denk wel eens aan weggaan uit Groningen. Naar Friesland. Ik ben daar geboren, dat blijft toch lokken.'

Heen en weer

Trijnie Schmitz duMoulin-Dijkema (1936): 'Mijn familie komt oorspronkelijk uit Duitsland, met de naam Schmitz. In de negentiende eeuw verhuisden ze naar Luxemburg, waar ze Müller aan de naam toevoegden omdat ze molenaars waren. Luxemburg en Nederland hadden destijds hetzelfde staatshoofd en het land hoorde in feite bij Nederland. Van daaruit zijn de Schmitz Müllers naar Nederlands-Indië verhuisd, waar ze de achternaam veranderden in Schmitz duMoulin. Dat was de opa van mijn man. De jongste van zijn drie kinderen werd naar Nederland gestuurd waar hij in Nijmegen en vervolgens in Bonn tandheelkunde studeerde. In Duitsland ontmoette hij zijn aanstaande, een dame uit Sudetenland. Hun zoon, mijn man, sprak in de eerste jaren van zijn leven alleen Duits en is nog naar een speciale kinderopvang geweest om Nederlands te leren. Ik heb hem ontmoet toen hij Frans studeerde in Groningen. '

Dit verhalencafé vond plaats op 14 oktober 2018 in Theater de Molenberg in Delfzijl, naar aanleiding van de voorstelling Op drift van Theo de Groot en Arnold Veeman.