Oorlog in Stad en Ommeland

1914-1945

'Niemands knecht' - Simon Frankruijter (1890 – 1945)

Simon Frankruijter werd op 8 september 1890 in Groningen geboren als zoon van de zelfstandige kleermaker Harm Frankruijter en diens echtgenote Klazina Blom geboren. Het was een groot gezin waar Simon in opgroeide, hij had nog vier broers en drie zussen. In zijn tienerjaren leerde hij de machinale houtbewerking bij houtstek Gideon aan het Winschoterdiep en werd machinaal zager en schaver.

'Niemands knecht' - Simon Frankruijter (1890 – 1945)

Zijn militaire diensplicht heeft Simon in 1908/1909 vervuld. Hij trouwde op 15 oktober 1911 met Jantina Catharina Garrelds. Uit dit huwelijk werden acht kinderen (vier zonen, vier dochters) geboren, waarvan helaas twee kinderen vroeg komen te overlijden. Van 1914 tot 1918 is Simon Frankruijter gemobiliseerd, maar omdat Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog neutraal bleef, hoefde hij niet de slagvelden te betreden.

Melkbezorger

De jaren na de Eerste Wereldoorlog veranderden ook het leven van de familie Frankruijter. Simon werd, omdat hij het opnam voor een collega die slecht behandeld werd, bij houtstek Gideon ontslagen. Hierna ging hij in de zelfstandigheid en nam een melkwijk. Dit verzorgde de familie van een goed inkomen. Ze woonden in deze tijd in de Hermanstraat 47 in de Groningse wijk De Hoogte.

Toen de oorlog in 1940 uitbrak had de familie in de eerste jaren van de bezetting niet al te veel problemen, maar ze merkten wel de spanning die in de lucht lag. De Duitse bezetter nam al meer greep op het leven van de mensen. De Familie Frankruijter had sympathie met de joodse landgenoten, en ze hielpen zelfs joden aan onderduikadressen.

De April-Meistakingen van 1943 waren het begin van rampzalige jaren voor de familie Frankruijter. Omdat hij niet had gewerkt, stond de Grüne Polizei op 8 mei 1943 bij de familie Frankruijter voor de deur. Bedrijven waren door de Duitsers ertoe verplicht om op 1 mei om 9 uur een lijst met namen van werknemers in te leveren, die op dat moment nog altijd niet aan het werk waren en dus, volgens de Duitsers, nog altijd staakten. Op deze lijst stond ook Simon Frankruijter.

Op het moment dat de Grüne Polizei bij hem voor de deur stond, was Frankruijter echter niet thuis. Nadat hij thuis kwam ging hij vrijwillig naar het Scholtenshuis met de veronderstelling dat hij wellicht alleen maar iets ondertekenen moest. Hij werd direct gevangen genomen. Later werd pas bekend dat hij die morgen naar de Nieuwe Groninger Melkfabriek was gegaan en samen met collega’s besloten had om niet te gaan werken. Ze waren de stad ingetrokken om de mensen ervan te overtuigen niet te gaan werken. Een dag later werd hij, samen met andere collega’s, vanwege staking tot tien jaar tuchthuis veroordeeld.

Transport

Op 19 mei 1943 werden de gevangenen vanaf het station Groningen naar Vught gestuurd. Geboeid en gekneld werden ze, zwaarbewaakt door Duitse soldaten, naar het station gebracht. Familieleden van Simon wisten het tijdstip van transport te achterhalen. zijn dochters Sien, Truus en Lien zien hem nog op het station. “Laat je niet kisten,” waren zijn laatste woorden aan de familie.

In Vught kwamen de gevangenen op 19 mei 1943 aan. Hier werd Simon Frankruijter gevangene nr. 4139 en kwam in barak 22 in het Schutzhaftlager terecht. Later verhuisde hij naar barak 19. Frankruijter werkte voor het Sortierkommando Luftwaffe, waar hij vliegtuigwrakken moest demonteren. Het was zwaar werk, waardoor hij in de ziekenbarak van kamp Vught belandde.

Duitsland

In mei 1944 werd Frankruijter, samen met 650 medegevangenen, op transport naar Duitsland gestuurd en kwam op 26 mei 1944 in het kamp Dachau bij München terecht. Daar werd hij als gevangene nr. 68916 geregistreerd. Snel daarna werd hij naar het kamp Allach doorgestuurd. Hier moest hij voor de Duitse oorlogsindustrie werken. De omstandigheden in kamp Allach waren dramatisch slecht. Meer dan 500 van de 650 gevangenen, die samen met Simon Frankruijter naar Dachau en Allach kwamen, overleden al snel aan tyfus.

Frankruijter werd in december 1944 door de ziekte getroffen en zijn gezondheid verslechterde dusdanig dat hij naar de ziekenbarak van kamp Dachau gestuurd werd. De verzorging van de zieken in deze barak was erbarmelijk. Er heerste een grote tyfusepidemie en de zieken werden aan hun lot overgelaten. Op 7 februari 1945 bezweek Frankruijter aan ziekte en ontbering en overleed hij in de ziekenbarak van kamp Dachau. Waarschijnlijk is hij kort na zijn overlijden in een massagraf op de Leitenberg bij Prittlbach, een half uurtje buiten München, begraven.