Mr. Harbert Ido Schönfeld, de ’Bismarck’ van Winschoten

Naar hem is een plein in Winschoten genoemd, met daarop pontificaal een fontein. Het water stroomt niet meer. De fontein moet legionellaproof zijn en dat kost 70 mille. Te duur, vindt de gemeente Oldambt. Maar wat is te duur voor een burgemeester met zoveel verdiensten voor de stad? Mr. Harbert Ido Schönfeld (1861-1937).

Mr. Harbert Ido Schönfeld, de ’Bismarck’ van Winschoten

In 1931 wordt de fontein aan het Burg. Schönfeldplein onthuld ter ere van zijn 25-jarig ambtsjubileum. Schönfeld is er zelf bij. – Foto: Stichting Oud Winschoten

Op maandag 15 februari 1937 komt zijn vriend ir. A. Zandstra even buurten. Zomaar een kop thee drinken in de woning aan de Langestraat. Hij treft zijn vriend Harbert Ido Schönfeld in zijn stoel aan het werk. Ogenschijnlijk is er niets aan de hand, al gaat de mare dat de oud-burgemeester van Winschoten aan een hartkwaal lijdt. Beiden kouten nog genoeglijk, nemen afscheid, maar als enige uren later wethouder D. Veldhuis zich meldt, treft hij de oud-burgemeester levenloos aan in zijn stoel. Schönfeld, net een half jaar ambteloos burger, is niet meer: gestorven aan een hartinfarct. De dag daarop kopt het Nieuwsblad van het Noorden: ’Met hem ging een regent van den ouden stempel heen’.

Burgemeester

Een regent, zoveel is zeker, maar één met allure die het duffe koopmansstadje opstoot in de vaart der volkeren. Geboren in Bellingwolde (1861) als kind van de huisarts, studeert hij rechten aan de universiteit van Groningen, promoveert, wordt advocaat en procureur en in 1891 raadslid en meteen wethouder voor de Vrijzinnig Democratische Bond in Winschoten. Op 1 oktober 1901 volgt zijn benoeming tot burgemeester. Dat ambt combineert hij moeiteloos met zijn lidmaatschap van de Eerste Kamer.

Tot 1936 blijft hij burgemeester. Tijdens die periode gaat hij voortvarend te werk. Hij zet zich in voor beter onderwijs, op alle niveaus, van gymnasium tot ambachtsschool, van hbs tot ulo. Hij zorgt voor een sportterrein met tribune, voor een zwembad en laat krotten opruimen. Hij is president commissaris van OG, de Stoomtramweg Mij Oostelijk Groningen, van machinefabriek Noordned en hij weet voor elkaar te krijgen dat Winschoten een ziekenhuis krijgt. Met dank aan de katholieke middenstand die ruimhartig doneert voor de bouw in 1926. Schönfeld doet daarbij met succes een beroep op pastoor Holtel. Hij kan niet anders, want de krenterige raad van Winschoten wimpelt een krediet voor de bouw af.

Natuurliefhebber

De scribent van het Nieuwsblad van het Noorden somt al die kwaliteiten van Schönfeld met verve op en memoreert en passant zijn liefde voor de natuur, voor de geschiedenis van land en volk. ’Men had hem gaarne gegund dat hij nog zou kunnen genieten van de schoonheid van het landschap, dat hem zoo dierbaar was: het oude Westerwolde.’

Schönfeld als natuurliefhebber, als beschermheer van het landschap, een onderbelichte kant van zijn bestuurlijk leven. Het is dat aspect dat zijn vriend Zandstra, tevens secretaris van het waterschap Westerwolde, aanstipt als hij hem herdenkt in het blad De Levende natuur (maart 1937). Schönfeld laat bij zijn overlijden twee bossen in Westerwolde na aan Natuurmonumenten, het Metbroekbos en het Liefstinghsbroek, totaal 22 hectare.

Hoe komt een burgemeester van Winschoten in het bezit van twee Westerwoldse bossen? Welnu, in 1905 aanvaardt hij de functie van voorzitter van het waterschap Westerwolde. Eén van de voorwaarden voor zijn benoeming is dat hij grondbezit in Westerwolde verwerft om dat later te ontginnen. Hij koopt een lapje bos bij Jipsinghuizen, het Brakbos, maar hij is geen ontginner. Integendeel, hij is een natuurmens, hij houdt van het buitenleven, de natuur in al zijn ongereptheid.

Als een onderwijzer uit Vlagtwedde hem schrijft dat daar een zeldzaam plantje groeit, Zweedse kornoelje, is hij opgetogen. De onderwijzer vraagt hem of hij dat plantje niet wil beschermen en dat bosje wil verkopen aan Natuurmonumenten. Schönfeld heeft er wel oren naar en nodigt in 1919 Jac. P. Thijsse uit, oprichter van Natuurmonumenten, om in Westerwolde eens een kijkje te komen nemen. Thijsse is opgetogen. De koop wordt beklonken. De vrijgezelle Schönfeld verwerft later nog twee bossen in Westerwolde die hij na zijn dood schenkt aan Natuurmonumenten. Zo staat de burgemeester van Winschoten aan de wieg van natuurbehoud in de gehele provincie Groningen.

'Bismarck'

Zandstra typeert hem in het blad verder als een ’imponerende gestalte die doet denken aan Bismarck’. En hij vervolgt: ’Hij liep gaarne met ’n groote hond maar hij had niet ’t strenge uiterlijk van deze Duitscher. Zijn gezicht deed meer denken aan dat van ’n vriendelijke R.K. geestelijke. Hij werd daarvoor als hij in ’t zwart gekleed was, met breed gerande hoed, dikwijls, vooral in Duitschland, aangezien.’

Met gevoel voor humor verhaalt de schrijver van een voorval bij de ’barbier’. Schönfeld en de kapper twisten over de dag waarop de Frans-Duitse oorlog begon (1870-1871). De barbier is verbaasd dat de burgemeester van Winschoten daarvan op de hoogte is en zegt: ’Ach, sind Sie vielleicht dabei gewesen als Feldprediger?’

Vriend Zandstra eindigt zijn lofrede met de schone wens: ’Wij hopen dat dit bezit nog mag worden uitgebreid en dat velen die voor historie en voor ’t behoud van natuur gevoelen, zich ook geroepen zullen voelen daartoe daadwerkelijk bij te dragen.’

Zijn wens wordt vervuld: van 22 hectare toen bezit Natuurmonumenten in Westerwolde nu 700 ha en in de provincie Groningen totaal 1500 ha.