Groninger kerken

1300-1648

Moord in de kerk van Westeremden

Als in een horror- of misdaadfilm de held op de vlucht voor de boeman in een kerk terecht komt, lijkt de redding nabij. Filmmakers lijken hier impliciet in te spelen op de oude notie dat een kerk een heilige en daarom veilige plaats is. Een kerk geldt immers als het huis van God, waar men zich veilig kan voelen. Iemand zal het daarom wel uit het hoofd laten om uitgerekend daar een wandaad te begaan: in een kerk kàn eigenlijk niet iets ergs gebeuren, het zou in ieder geval niet moeten mogen. Het kom dan extra hard aan als dit slechts een illusie blijkt te zijn en de hoofdpersoon van de film ook in een kerkgebouw niet aan z'n belagers kan ontsnappen. 

Berucht in dit verband is de apocalyptische scene in de culthorrorfilm Hellraiser III: Hell on earth (1992) waarin de bovennatuurlijke slechterik van de film - Pinhead - het gemunt heeft op de heldin, bij de achtervolging van haar in een kerk belandt en daar een ravage aanricht. En passant bespot hij ook nog eens Christus' kruisdood; een demonstratie van blasfemie die zeer effectief de horror van deze filmreeks en van veel horrorfilms in het algemeen verbeeldt: in laatste instantie bieden in het uur van verschrikking ook van oudsher veilige begrippen als God en geloof geen soelaas (meer). Redding is niet mogelijk. Het loopt slecht af!

Thomas Becket

Meest bekend vanuit de historie als het gaat om moord en doodslag in een kerk is de dood van Thomas Becket. Hij was in de 12e eeuw aartsbisschop van Canterbury en leefde vanuit die machtige positie voortdurend in conflict met de Engelse koning Hendrik de 2e. Vier ridders en een bediende die hun trouw aan de koning wilden bewijzen togen daarom op 29 december 1170 naar Canterbury met als doel het pleit definitief te beslechten. Becket vluchtte daarop zijn eigen kerk in - de nog steeds beroemde kathedraal van Canterbury - waar op dat moment een dienst gaande was. Het mocht niet baten: de ridders achterhaalden hem bij het altaar, hakten met hun zwaarden op hem in en verbrijzelden uiteindelijk zijn schedel.

Een andere historische bron brengt het gebeurde nog schokkender, namelijk door aan te geven dat de bisschop al in de kerk was toen de ridders arriveerden en hij op het moment van de aanslag geknield voor het altaar in gebed verzonken lag. Hoe het ook precies gegaan zij, Becket vond in de kerk zijn einde. "En het bloed, dat wit zag van de hersenen, en de hersenen niet minder door bloed roodgekleurd, kleurden de vloer van de kathedraal," meldt een oud geschiedenisboek. Een schok ging door middeleeuws Europa.

Schieringers en Vetkopers

Uiteraard op een ander niveau dan dat waarop het drama rondom de bisschop van Canterbury zich afspeelde, was ook de doodslag van Hayo Wibbens in 1398 in het Groningse Westeremden, politiek gemotiveerd. Het was een uitvloeisel van de strijd om macht en invloed tussen de Schieringers en de Vetkopers. Saillant is dat de kern van deze twist tussen wereldlijke partijen oorspronkelijk gelegen is in een confrontatie tussen twee kloosterordes, de Cisterciënzers en de Norbertijnen. De benaming ‘Schieringers' komt van ‘Schiere monniken', de bijnaam van de Cisterciënzers die een grijze (‘schiere') pij droegen. ‘Vetkopers' refereert er aan dat de Norbertijnen vee hielden voor het vlees, zij deden aan ‘vetweiden'. Op de achtergrond speelden de graven van Holland en Oost-Friesland mee.

Nadat de Schieringer Eppo van Nittersum uit Stedum met zijn manschappen, de Vetkoper Hayo Wibbens uit Westeremden eerst uit de kerk de nabij gelegen pastorieboerderij - de ‘weem' - in had gejaagd, stak hij deze vervolgens in brand om hem uit te roken. Dat lukte, berichten de oude kronieken:

"Alsoo liep Hajo Wibena wederom in de kercke alwaer hij dan voor het hooge altaer is gegreepen ende doodt geslagen."

De kerk was voor de slachtoffers niet het toevluchtsoord dat zij wellicht hadden gehoopt. Het Zesde van God's Tien Geboden (‘Gij zult niet doodslaan') werd bruut geschonden. En dat in Zijn eigen huis.