Onderweg

1989-heden

Mee met een historische bus op 10 augustus 2014

Zo’n 20 passagiers vertrokken met de Noord-Westhoek 36 naar de Groninger Veenkoloniën waar zij een bezoek brachten aan de Historische Scheepswerf Wolthuis, het Veenkoloniaal Museum en de STAR Museumspoorlijn.

Mee met een historische bus op 10 augustus 2014
De stoomlocomotief van de S.T.A.R. wacht op passagiers. - Foto: Kim Hunnersen

‘Buiten is het 10 augustus 2014, maar hier binnen is het 10 augustus 1914’ aldus Jan die ons een rondleiding zal geven op de Historische Scheepswerf Wolthuis. Na een busrit langs het Winschoterdiep zijn we aangekomen in Sappemeer, in het noorden van de Veenkoloniën. Een gebied dat wordt gekenmerkt door rechte kanalen, scheepswerven, lintdorpen en oude fabrieksgebouwen.

Om het veengebied te ontginnen zijn sinds de 17e eeuw lange kanalen en wijken (zijtakken) aangelegd. De afgegraven turf werd hier via het water vervoerd. Deze waterwegen waren bovendien uitermate geschikt voor het vervoer van landbouwproducten. Zo ontstond een levendige binnenvaart met veel bedrijvigheid langs het water zoals herbergen, scheepstimmerbedrijven, touwslagerijen en ankersmederijen.

Knippen, ponsen en klinken

Op de plek van de Historische Scheepswerf Wolthuis worden al sinds de 17e eeuw schepen gebouwd en gerestaureerd. Sindsdien heeft hier altijd een werf gezeten. Tot de scheepshelling in de jaren tachtig onbereikbaar werd voor schepen door de demping van het Oude Winschoterdiep.

Jan neemt ons mee terug naar 1914. De Eerste Wereldoorlog is net uitgebroken, het Winschoterdiep wordt nog bevaren en op de werf wordt hard gewerkt. De vrijwilligers van de werf demonstreren hoe het er destijds aan toe ging. Machines worden aangeslingerd om stalen platen op maat te knippen en gaten te ponsen. Jan vertelt hoe gloeiend hete klinknagels de stalen platen vervolgens waterdicht aan elkaar klonken.

Jan demonstreert verschillende machines op de Scheepswerf Wolthuis. - Foto: Kim Hunnersen
Jan demonstreert verschillende machines op de Scheepswerf Wolthuis. - Foto: Kim Hunnersen

De zware machines maken veel indruk op de groep. ‘Het was zwaar werk en dat maakte veel lawaai, dat zijn wij niet meer gewend.’ Desondanks glinsteren de ogen van enkele bezoekers bij de herinneringen aan vroeger.

Veenkoloniaal Museum

Na deze demonstratie vertrekt de bus naar het Veenkononiaal Museum. Hier kan men zelf op ontdekkingstocht door de geschiedenis van de Veenkoloniën. De jongste passagiers van de bus gaan aan de slag met een speurtocht terwijl anderen rustig rondkijken. Bijvoorbeeld op de oude sluiskade met een winkeltje en een kapiteinswoning. Of op de binnenplaats waar het bolschip de Ebenhaëzer ligt en dat van binnen kan worden bekeken. Op dit schip leefde vroeger een schippersgezin met maar liefst zes kinderen.

Rookpluim aan de horizon

Het laatste onderdeel van de dag is een tochtje met de STAR museumtrein van Wildervank naar Stadskanaal. Aangekomen in Wildervank staan we op een verlaten perron. Gras schiet omhoog tussen de rails. Vroeger stond hier een stationsgebouw van de NOLS (Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij), maar dat is in de jaren ’70 gesloopt.

Al snel verschijnt een rookpluim aan de horizon en zien we de grote koplampen van de locomotief opdoemen in de verte. Aan boord is het gezellig druk en in de rode restauratiewagon kan een drankje worden genuttigd. De stoomlocomotief fluit en door de openstaande raampjes waait af en toe de geur van de stoom naar binnen. Enkele passagiers hangen in de bocht voorzichtig uit het raam om de loc te kunnen zien. Stampend rijdt de zware locomotief het station van Stadskanaal binnen waar gelukkig voldoende gelegenheid is om het indrukwekkende vervoermiddel van dichtbij te bekijken en te fotograferen.

Aan het einde van de dag rijdt de Noord-Westhoek 36 van het Nationaal Bus Museum ons terug naar Groningen. Wanneer we rond kwart voor 6 uitstappen staan we weer met beide benen in 2014. Moe maar voldaan, aldus de passagiers.