Groninger Vrouwengalerij

Marie Kamphuis: een zorgverlener met Amerikaanse aanpak

Marie Kamphuis (1907-2004) schoot haar leven lang de zwakkeren in de maatschappij te hulp. De manier waarop ze dat deed veranderde echter drastisch naarmate ze ouder werd. In het streng gereformeerde gezin waarin ze opgroeide schreef de Bijbel haar voor dat ze zich uit gemeenschapszin over anderen moest ontfermen, maar toen ze op veertigjarige leeftijd aan de New York School of Social Work de Amerikaanse, individualistische manier van zorgen leerde kennen, importeerde ze die naar Nederland.

<p>Marie Kamphuis. Foto Elmer Spaargaren, Groninger Archieven</p>

Marie Kamphuis. Foto Elmer Spaargaren, Groninger Archieven

Marie Kamphuis groeide op in een streng gereformeerd gezin in Zwolle, waar haar een christelijke empathie voor de zwakkeren in de maatschappij werd bijgebracht. Na het afronden van de christelijke mulo en hbs ging Kamphuis naar de Opleidingsschool voor Christelijk-Maatschappelijke Arbeid in Amsterdam, een meisjespensionaat ver van huis. Kamphuis keerde na het afronden van haar opleiding kort terug naar Zwolle, waar ze het dermate met haar strenggelovige moeder aan de stok kreeg, dat ze in 1928 haar ouderlijk huis voorgoed verliet.

CICSA

In 1935 rondde Marie Kamphuis een tweede opleiding tot maatschappelijk werkster af, dit keer aan het Centraal Instituut voor Christelijke Sociale Arbeid (CICSA), ook in Amsterdam. Ze accepteerde vervolgens een baan in Assen waarbij ze maatschappelijk werk bood aan de allerarmsten van Drenthe, maar keerde vlot daarna weer terug naar de hoofdstad om tot de directie van het CICSA toe te treden.

In de Tweede Wereldoorlog weigerde ze de door de nazi’s verplichtte ariërverklaring te ondertekenen. Daardoor moest ze haar werk in het geheim voortzetten. Zonder dat de overheid ervan wist, zette ze in 1943 een CICSA-branche op in Groningen. Ze werd zelf directrice.

Amerikaanse aanpak

In 1947 maakte Marie Kamphuis aan de School of Social Work in New York kennis met het social casework. Deze manier van zorg verlenen richt zich op de zelfredzaamheid van de hulpbehoevende en stond daarmee in schril contrast met de sociale zorg die tot dan toe in Nederland gebruikelijk was, waarbij de patiënt als totaal afhankelijk van de zorgverlener werd gezien.

In Nederland was na de Tweede Wereldoorlog de verzorgingsstaat in ontwikkeling, en een professionalisering van het maatschappelijk werk was daardoor hard nodig. Kamphuis zag in social casework een manier om dat te bewerkstelligen en schreef na haar terugkeer uit Amerika in 1950 het boek ‘Wat is social casework?’. Haar boek zou de daaropvolgende decennia fungeren als de belangrijkste vakliteratuur voor iedere maatschappelijk werkopleiding in Nederland. Kamphuis veranderde daarmee vrij drastisch de manier waarop in Nederland maatschappelijk werk werd geleverd.

Klimaatverandering

In de jaren ’60 veranderde het klimaat in de sociale zorgwereld opnieuw, men raakte in de veronderstelling dat de individualisering van zorg te ver was doorgeslagen. Het raakvlak tussen de ideeën van Marie Kamphuis en die van de Sociale Academie, zo was het CICSA in Groningen inmiddels gaan heten, werd kleiner en kleiner. Mede om die reden ging Kamphuis in 1970 met vervroegd pensioen en nam ze afscheid als directrice.

Nalatenschap

Naast haar werk aan het CICSA vervulde Marie Kamphuis meerdere gastdocentschappen in binnen- en buitenland. Vanaf 1945 zette ze zich daarnaast in voor de emancipatie van vrouwen binnen de Hervormde Kerk, waarnaar ze zelf was overgestapt. Ondanks een verloving tussen 1928 en 1932 bleef Kamphuis haar hele leven ongehuwd. Ze overleed in 2004 in een verzorgingstehuis in het Groningse Haren.

<p>Directrice Marie Kamphuis en medewerkster Annie Mettau van het CICSA leggen de eerste steen voor de nieuwbouw &#39;Groninger School voor Maatschappelijk Werk&#39;. Foto Fotobedrijf Piet Boonstra, Groninger Archieven</p>

Directrice Marie Kamphuis en medewerkster Annie Mettau van het CICSA leggen de eerste steen voor de nieuwbouw 'Groninger School voor Maatschappelijk Werk'. Foto Fotobedrijf Piet Boonstra, Groninger Archieven