Groninger kerken

500-1648

Klooster Ter Apel

In 1465 vertrokken vier priesters en enkele lekenbroeders vanuit het moederklooster St. Gertrudis aan de Eems naar de nederzetting Apell in Westerwolde om daar een nieuw klooster te stichten. Het kreeg de naam Domus Novae Lucis, Huis van het Nieuwe Licht.

Klooster Ter Apel

Klooster Ter Apel op de kaart van Theodorus Beckeringh (1781). - Beeld: Collectie Groninger Archieven, www.beeldbankgroningen.nl (1536_6317)

Honderd jaar duurde de bouw. Er verrezen niet alleen een kerk en onderkomens voor de bewoners, maar ook een poortgebouw, watermolens, een perkamenthuis, bak- en brouwhuis en een gastenverblijf, want iedere reiziger mocht even op adem komen bij de gastvrije priesters.
Iets meer dan een eeuw na de stichting - het Klooster was nog maar net afgebouwd - werd in Stad en Ommelanden de zogenaamde Reductie doorgevoerd. De provincie sloot zich aan bij de Unie der Nederlandse Provinciën en de gereformeerde kerk werd de staatskerk. Dit betekende het einde voor de vele kloostergemeenschappen in de provincie. Kloosters werden afgebroken en het mag een wonder heten dat Klooster Ter Apel deze periode en de eeuwen daarna heeft overleefd.

Middeleeuws Ter Apel

Het klooster is nu het enige nog bestaande middeleeuwse plattelandsklooster van Noordwest-Europa en is een prachtig museum geworden waar men kan ervaren hoe het kloosterleven er in de middeleeuwen uit heeft gezien. Sinds 1992 behoort Klooster Ter Apel zelfs tot de UNESCO Top 100 van onroerende objecten in Nederland.
Eén keer per jaar herleven die middeleeuwen in Westerwolde. Dan organiseert Stichting Middeleeuws Ter Apel een bijzonder tweedaags evenement, met een internationaal deelnemersveld. Op de enclave, onder de eeuwenoude bomen, verrijst een tentenkamp en een taveerne. Er strijken ambachtlieden neer en handelaren. Muzikanten brengen leven in de brouwerij en ieder die dat wil mag mee, terug in de tijd.

Demonstratie van de jacht in de middeleeuwen. - Foto: Klooster Ter Apel
Demonstratie van de jacht in de middeleeuwen. - Foto: Klooster Ter Apel

Monnikenwerk

Kloosterlingen behoorden in de middeleeuwen tot de kleine groep mensen die kon lezen en schrijven. Eeuwenlang waren monniken verantwoordelijk voor de boekproductie. Dat was met recht monnikenwerk! Eerst al de productie van perkament, gemaakt van bewerkte en strak opgespannen dierenhuiden. Voor een lijvig boek was een hele kudde nodig! Uit de vellen perkament werden de bladzijden gesneden. Deze lagen op een speciale lessenaar, waar ze met een ganzenveer werden beschreven, letter voor letter. De hoofdtekst in zwart, met inkt van galappels. Als het een luxe uitvoering betrof werd de tekst 'verluchtigd' met illustraties en miniaturen, uitgevoerd in kleur of zelfs versierd met bladgoud. Tot slot werden alle bladzijden tot een boek gebonden.

Vaak ging het om het overschrijven van een al bestaand boek, de Bijbel of een ander belangrijk werk. Omdat het handwerk was, werd geen boek hetzelfde. "Sterker nog," vertelt Louis van der Ven, adviseur van de Stichting. Hij weet veel over het kopiëren, inkt maken en hoe de monniken te werk gingen. "Vaak voegde de kopiist er zijn eigen opmerkingen aan toe, waardoor het nieuwe boek nog weer lijviger werd dan het voorbeeld!"