1648-1815

Kiepkerels

In de 17e, 18e en 19e eeuw trokken elk voorjaar duizenden Duitsers bij Groningen de grens over om in Nederland te gaan werken. Ze kwamen uit een gebied vlak over de grens (Westfalen, Munsterland en Teutoburgerwoud) dat minder welvarend was dan ons land. Hun motto was: “War in der Heimat bittere Not, in Holland gabts Verdienst und Brot”. Ze werkten als “hannekemaaiers” (grasmaaiers) bij Groninger en Friese boeren of trokken als “kiepkerels” (marskramers) langs de dorpen. 

Kiepkerels
Beeld van een kiepkerel in Oude Pekela, vervaardigd door Hans Mes, 1986. - Foto: Marketing Groningen

Kiepkerels werden zo genoemd naar de “kiep” (mars of mand) vol koopwaar die ze op de rug met zich meedroegen. Meestal bestond hun handel uit lapjes, stoffen en kleding die ze ‘s winters thuis hadden vervaardigd of elders op de kop hadden getikt. Daarom werden ze ook wel hozeveling of hozeveelnk genoemd (hozen zijn sokken of kousen, veelnk verwijst naar de streek van herkomst: Westfalen).

Veelzijdig

Velen ontpopten zich als handige handelaren die na verloop van tijd naast stoffen ook allerlei huishoudelijke artikelen, gereedschappen en andere gebruiksvoorwerpen meebrachten, bijvoorbeeld verkregen als ruil voor hun oorspronkelijke koopwaar. Eind negentiende eeuw werd Westfalen welvarender. De trekarbeid werd minder noodzakelijk en door een maatregel van Bismarck zelfs onaantrekkelijk. Vele kiepkerels vestigden zich in Nederland. 

Herinneringen aan de kiepkerels

Sommige marskramers was het zo voor de wind gegaan dat ze de basis hadden gelegd voor grote firma’s, zoals bijvoorbeeld Peek & Cloppenburg, C & A Brenninkmeijer. Vroom & Dreesmann, en -tot 1983- Tricotage Schmidt in Wildervank.

In 1949 schreef Herman Scholtens, toen burgemeester van Oude Pekela, ter gelegenheid van het 350-jarig bestaan van Oude Pekela het lied 'De Kiepkerel'. Het werd gezongen in een revue door de bekende Pekelder George Petzinger. Hij voerde een ‘lapjeskoopman’ uit Westfalen ten tonele die al zingend zijn koopwaar voor de koopsters de revue laat passeren. In 1980 zette Petzinger het lied als een nummer op de plaat De Zwagers.

George Petzinger - De Kiep'n Kerel

Bovendien staat er sinds 30 juni 1986 een beeld van de kiepkerel bij het gemeentehuis van Oude Pekela, vervaardigd door de Groninger kunstenaar Hans Mes. Tot slot houdt het Veenkoloniaal Museum de herinnering aan de kiepkerel levend.