Groninger Vrouwengalerij

Julia Culp: een Groningse nachtegaal

Tijdens haar bliksemcarrière als zangeres zong Julia Bertha Culp (1880-1970) de sterren van de hemel. De Duitse keizerin en de Nederlandse koningin ontvingen haar aan hun hof, en in Amerika stond ze bekend als The Dutch Nightingale. Maar het zingen viel haar zwaar: nadat ze van financiële zekerheid was voorzien, greep ze haar kans om ermee te stoppen. Na de oorlog woonde ze met haar zus in Amsterdam. Beide dames bleven daar muziek maken.

 

Julia Culp groeide op in een Joodse muzikantenfamilie in Groningen. Samen met haar zus kreeg ze piano- en vioollessen en haar statusgevoelige moeder stond erop dat ze daarnaast een goede opleiding kreeg. Als Jodin van lage komaf had ze het niet makkelijk op haar deftige school: klasgenootjes pestten en negeerden haar. Toen bleek dat ze een mooie stem had, oefende ze dag en nacht in de hoop dat haar zangtalent haar van het getreiter zou verlossen. Dat lukte: met hulp van een stel Groningse notabelen en een beurs van koningin Emma kon ze op haar vijftiende naar het conservatorium in Amsterdam.

Zangcarrière

In 1900 haalde Julia Culp daar haar diploma. Ze trad ook een aantal keer op in de hoofdstad, vervolgens trok ze naar Berlijn. Niet lang erna mocht ze invallen voor een bekend zangeres bij een pianoconcert in Maagdenburg. Achteraf bleek dat het begin van een bliksemcarrière in de muziek. Ze werd uitgenodigd voor het ene na het andere optreden en kon daarbij rekenen op ruime vergoedingen. Culp mocht daarnaast optreden voor de Duitse keizerin, en ook koningin Wilhelmina ontving haar aan haar hof. Culps carrière beperkte zich overigens niet alleen tot Europa. Van 1913 tot 1917 ging ze jaarlijks op tournee door zowel Noord- als Zuid-Amerika. Alhoewel slopend, waren die reizen zeer succesvol: in de Verenigde Staten leverde het haar de bijnaam The Dutch Nightingale op.

Huwelijken

Julia Culps eerste huwelijk – gesloten in 1905 – liep vlug op de klippen, haar tweede huwelijk greep ze aan om abrupt te stoppen met zingen: ze zei dat ze haar zangcarrière altijd als een last had ervaren. Ze werd katholiek en vestigde zich met haar nieuwe man, een rijke tapijtenbaron uit Tsjechië, in Wenen. Nadat hij in 1934 overleed, bleef ze er in haar eentje achter. In de Oostenrijkse hoofdstad gaf ze eerst muziekles aan uitverkoren talent dat bij haar langs mocht komen, vanaf 1937 nam ze op de universiteit de beste studenten op de muziekopleiding onder haar hoede. Nadat Oostenrijk zich een jaar later bij nazi-Duitsland voegde, vertrok Culp naar Tsjechoslowakije. Toen de Duitsers ook hier voet aan land zetten, vluchtte ze halsoverkop naar Nederland.

Terug naar Nederland

In Amsterdam ging ze samenwonen met haar zus Bertha, inmiddels ook een weduwe. Bertha – vrienden mochten Betsy zeggen – was pianiste maar nooit zo beroemd geworden als Julia Culp. De twee hadden altijd contact gehouden, zo nu en dan traden ze zelfs samen op. Nadat in 1940 Nederland werd bezet, moesten de zussen vanwege hun Joodse achtergrond onderduiken. Tot 1942 begaven ze zich met valse persoonsbewijzen nog bovengronds, in juni 1944 kreeg Julia, een jaar later dan haar zus, vrijstelling van vervolging. Zodoende overleefden ze de oorlog. Ook daarna bleven ze in relatieve anonimiteit in Amsterdam wonen. Ze maakten er dagelijks muziek; talenten en toehoorders waren welkom.

Julia Culp overleed in 1970, haar zus Betsy was twaalf jaar daarvoor al overleden. Haar beide huwelijken bleven kinderloos.