Groninger Vrouwengalerij

Jantine Tammes: een gedreven hoogleraar

In 1919 had de Rijksuniversiteit Groningen opnieuw de eer om een ‘eerste vrouw’ te mogen verwelkomen. Jantina Tammes (1871 – 1947) werd de eerste vrouwelijke hoogleraar van Groningen, en de tweede van Nederland. Ze was daarnaast de eerste hoogleraar in de genetica van Nederland. Ondanks dat ze niet de juiste vooropleiding had genoten, bracht haar passie voor de wetenschap haar heel ver.

Jantina Tammes behoorde tot de eerste golf vrouwelijke studentes aan de Rijksuniversiteit Groningen. Door haar wetenschappelijke publicaties verwierf ze internationale bekendheid. Haar kennis en het doorzettingsvermogen zorgden ervoor dat ze in 1919 de eerste vrouwelijke bijzonder hoogleraar werd in de erfelijkheidsleer aan de Rijksuniversiteit Groningen. Tammes bleef haar hele leven trouw aan Groningen. 

'Dorst naar weten'

Jantina (Tine) Tammes werd op 23 juni 1871 geboren in de Peperstraat 15-17 te Groningen. Ze was de dochter van chocoladefabrikant Beerend Tammes en Swaantje Pot. Hoewel Tammes erg intelligent bleek, was een academische studie niet in haar bereik. Het was namelijk zeer ongewoon om te gaan studeren in het gezin waar ze opgroeide. Ze begon aan de vijfjarige gemeentelijke Middelbare School voor Meisjes en deed daar in 1888 eindexamen. De directeur van de Rijks hogere burgerschool vertelde dat hij nooit een leerling had gekend met een groter ‘dorst naar weten’.

Studente

Na haar eindexamen volgde Jantina Tammes privélessen in wis-, natuur-, en scheikunde. In 1890 schreef ze zich in bij de Rijksuniversiteit Groningen. Op dat moment was Tammes één van de elf vrouwelijke studentes. In 1896 richtte Tammes samen met twee mede-studentes een ‘wandelclub’ op, genaamd Pluvia. Deze vereniging ontwikkelde zich later als de eerste vereniging voor vrouwelijke studentes Magna Pete.

Wetenschap

Vanaf 1894 werkte Jantina Tammes als docente natuur- en scheikunde aan dezelfde meisjesschool waar ze zelf ook onderwijs had genoten. In 1897 werd ze uitgenodigd op de Groningse universiteit om professor Jan Willem Moll te assisteren in zijn functie als hoogleraar plantkunde. Moll zag in Tammes een ‘erg begaafd meisje’ en heeft dan ook veel invloed gehad op haar latere wetenschappelijke carrière. Ook werkte Tammes even als assistent van hoogleraar Hugo de Vries, die zich in Amsterdam bezig hield met genetica en evolutie. Het was het begin van een wetenschappelijke carrière.

In 1900 kreeg ze een baan als lerares plant- en dierkunde aangeboden op de Rijks HBS te Groningen. Deze baan hield ze echter niet lang vol: ze was onzeker en had last van faalangst. Vervolgens werkte ze twaalf jaar als onderzoekster in het laboratorium van de Moll. In 1903 verscheen haar dissertatie Die Periodicität morphologischer Erscheinungen bei den Pflanzen in de Verhandelingen der Koninklijke Akademie van Wetenschappen te Amsterdam.

Hoogleraar Tammes

Jantina Tammes schreef talloze wetenschappelijke publicaties. Deze gingen voornamelijk over vlas, een landbouwgewas in Groningen. Met haar werk Der Flachsstengel: Eine statistisch-anatomische Monographie, dat ze schreef in 1907, verwierf ze internationale bekendheid. Dit werk was geïnspireerd op de theorieën van J.C Kapteyn, de bekende Groninger sterrenkundige. In 1911 kreeg Tammes een eredoctoraat van de Groninger universiteit en in 1919 werd ze benoemd tot bijzonder hoogleraar in de erfelijkheidsleer. Tijdens haar oratie was ze erg kritisch tegen de eugenetica, de beweging die door toepassing van erfelijkheidswetten het mensenras wilde verbeteren. Het leek erop dat de benoeming tot hoogleraar een keerpunt was in het leven van Tammes: haar zelfvertrouwen nam zichtbaar toe doordat ze zich actief ging profileren als hoogleraar. Zo bezocht ze internationale congressen en maakte ze deel uit van verschillende redacties van wetenschappelijke tijdschriften. 

Door deze activiteiten publiceerde Jantina Tammes nog weinig. In 1937 besloot Tammes dat ze meer tijd wilde besteden aan onderzoek en trad daarom af als hoogleraar. In 1947 overleed Tammes en werd begraven op Esserveld.

Nalatenschap

Jantina Tammes stond bekend als vriendelijk maar voornamelijk bescheiden vrouw. Haar carrière liet zien dat de Rijksuniversiteit vanaf deze periode open stond voor ijverige vrouwen zoals Tammes. Ze heeft haar hele leven gedreven gewerkt aan wetenschappelijk onderzoek en dat resulteerde in een hoogleraarschap. In 2001 is de Jantine Tammesleerstoel voor genderstudies ingesteld door de Rijksuniversiteit Groningen