Van Adorp tot Zuurdijk

1945-1989

Hou 't was: Smid Klaas van der Tuuk

Hou 't was is een montage van een interview met een oudere Groninger, meestal in het Gronings, over hun beroep of iets dat ze hebben meegemaakt in het verleden, in 2009 uitgezonden op RTV Noord. Deze aflevering Klaas van der Tuuk uit Feerwerd over diens werkzame leven als smid.

Klaas van der Tuuk is in 1932 geboren in Noorddijk. Na de lagere school en de ambachtsschool in Groningen stuurde zijn vader hem naar een smederij in Engelbert om daar onbezoldigd het vak te leren. Daar hadden ze weinig machines en gereedschap. Soms moesten ze het gereedschap eerst zelf maken voordat ze konden beginnen. Daar heeft Van der Tuuk heel veel van geleerd.

Paardenbenen

Op zaterdagochtend kreeg hij les van een hoefsmid op de ambachtsschool in Groningen. Van der Tuuk haalde dan eerst bij het slachthuis onderstukken van paardenbenen op. Die zetten ze op school in een klem in de bankschroef en zo leerden ze vervolgens hoefijzers maken.

Vertrouwen

Toen hij zijn diploma´s had, kon Van der Tuuk zich als zelfstandige vestigen. Hij ging in 1961 naar Feerwerd, waar hij bijna niemand kende. Daar was een wat bouwvallige smederij te koop, waar alleen nog twee knechten werkten, eigenlijk zonder klanten. Op een landbouwvergadering vroegen de boeren zich toen af of ze met hem als nieuwe smid in zee moesten gaan. Er was daarbij één boer die zei dat ze Van der Tuuk op zijn werk moesten beoordelen en dat hij dus een kans verdiende.

Paardenbeslag was een goede verdienste voor een smid. Als het meezat kon hij binnen een uur bij een paard nieuwe hoefijzers zetten. Je moest daarbij het paard een beetje op z´n gemak stellen. Op een gegeven moment kende Van der Tuuk van de paarden de maten van de hoefijzers  uit het hoofd.

Koorts

Als Rijksgediplomeerd hoefsmid mocht Van der Tuuk ook paarden behandelen die last van ontstekingen in de onderbenen. Hij vertelt over een paard met zo’n ontsteking, dat hierdoor zweette van de koorts. Hij verwijderde het hoefijzer en voelde waar het gezwel zat. Daar sneed hij, waarna de etter uit de wond spoot en de koorts meteen verdween.

Mechanisatie

Toen de tractoren in opmars kwamen, moesten de landbouwwerktuigen hierop aangepast worden. En op het moment dat mensen op brommers gingen rondrijden, repareerde Van der Tuuk die ook. Evenals fietsen en kachels. Kleinere koeien kregen melkmachines waar melkwagentjes voor moesten komen en hij legde ook melkleidingen op de stal aan. Daarom noemde hij zijn smederij later met een duur woord landbouwmechanisatiebedrijf. Toch kon dat uiteindelijk niet meer uit. Hij werd vervolgens onderhoudsmonteur in het Academisch Ziekenhuis. Op een boeldag deed hij afstand van enkele spullen. Later heeft hij toch weer een zetbank en een walsje gemaakt. Hij kon eigenlijk toch niet zonder.