Van Adorp tot Zuurdijk

1914-1989

Hou ’t was: Lammerdina Vegter, boerin op het Hoogeland

Een montage van een interview met een oudere Groninger, meestal in het Gronings, over hun beroep of iets dat ze hebben meegemaakt in het verleden, in 2009 uitgezonden op RTV Noord. Mevrouw Lammerdina Vegter, boerendochter en boerin op het Hoogeland.

Mevrouw Vegter is 92 jaar. Ze is geboren in Loppersum. Vroeger kwam er bij de familie Vegter een landloper langs, Kip geheten, met spelden, naalden en kamferballen. Hij kwam lopend uit Veendam. Hij sliep bij de buurman in de schuur en dronk ook wel koffie bij de Vegters die op boerderij Leegschuddel woonden. Er waren drie boerderijen, die namen hadden gekregen van de landlopers: Volhand (daar was eten genoeg ), Leegschuddel (daar was niets) en Vretop (daar kregen ze niets). Mevrouw woonde in Leegschuddel.

Aardappels, pootaardappels, koren en vlas, dat verbouwden ze. Lammerdina hielp soms mee met poten: de landarbeider maakte een gat en mevrouw deed daar de aardappel in. Dat kwam wel nauw, de aardappel moest namelijk met de uitloper naar boven de grond in en niet omgekeerd.

Voor korenzichten kwamen er soms arbeiders van elders. Die sliepen dan op de boerderij in het hooi. Ze aten bij de familie Vegter aan tafel. Dat ging niet bij alle boerenfamilies zo. Daar aten ze meestal met de knechten en de meiden.

Naar school

Leegschuddel was niet hun eigen boerderij. Huizenga heette de eigenaar en diens zoon werkte zeven jaren op de boerderij maar dat ging niet goed. Op dat moment woonde de familie Vegter in Westeremden. Daar ging mevrouw Vegter als kind ook naar school. Ze vond het heerlijk in Westeremden. Na zeven jaar vertrokken ze echter naar Leegschuddel en tot haar trouwen woonde mevrouw daar.

Onderwijzeres

Ze was graag onderwijzeres geworden, maar dat ging niet door. Ze moest werken. Geen zwaar werk overigens: strijken en tafeldekken. Heel chique en ze vond het maar niets. Maar er moest geld verdiend worden. Ook al was dat niet veel. Wat ze verdiende ging naar de spaarbank.

Ze is met een boer getrouwd, een man uit duizenden zegt ze. Eerst woonden ze in Loppersum, waar ze witte kool en aardappels verbouwden. Daarna konden ze een boerderij kopen in St. Annen. Maar ze werden er niet helemaal geaccepteerd eigenlijk.

’s Ochtends vroeg melkten ze de koeien; 60 à 70 dieren. Niet met de hand, maar met een melkmachine. Daar waren ze heel vroeg mee.  Mevrouw werkte er met vier mannen. Dat was best bijzonder toen.

Groentewinkel

Mevrouw heeft ook een tijdje een groentewinkel gehad. Dat vond ze bijzonder gezellig. Van een aardige vrouw kreeg ze, toen die verhuisde, een fles parfum en een stuk zeep cadeau.  Daar was ze erg verguld mee. Er was ook eens een vrouw die stiekem meer sinaasappelen wilde kopen dan ze eigenlijk wou betalen. Dat had mevrouw Vegter wel in de gaten en daarna kwam die vrouw nooit meer.

Toen ze de boerderij hadden verkocht wilde mevrouw rijles nemen. Haar man was daar op tegen, maar ze had al een auto besteld! Een grote Mercedes. Vervolgens wilde ze toch eigenlijk een kleinere, maar haar man vond dat ze nu maar in die Mercedes moest blijven rijden. Ze rijdt nu nog steeds Mercedes. Zonder problemen gaat ze zo naar Zeewolde en waar je 120 mag, rijdt ze 120. Mevrouw had een fijn leven en nog steeds. Ze kan doen wat ze wil.