Verhalen uit de regio

1815-1914

Het 'volksgericht' van Niebert

Officieel is Nederland een rechtstaat met rechtspraak, maar vroeger kwam nog wel eens eigenrichting door het volk voor. Een van de laatst bekende volksgerichten was in 1961 in het behoudende Staphorst. In 1927 kreeg een soortgelijk volksgericht in Niebert veel aandacht: twee ongehuwd samenwonenden werden bespot en mishandeld door hun dorpsgenoten.

Het 'volksgericht' van Niebert

Niebert aan het begin van de twintigste eeuw: een meestal vredig dorp. – Foto: Collectie Groninger Archieven

Het volksgericht in Niebert, dat destijds veel opschudding veroorzaakte, raakte in vergetelheid. Historicus Libbe Henstra beschreef het in 2012 in zijn dissertatie over de geschiedenis van de viervoudige politiemoord in Doezum, gepleegd door IJe Wijkstra. Volgens Henstra was het Nieberter volksgericht voor Wijkstra een spookbeeld dat hem ongetwijfeld onrustige nachten bezorgde, omdat hij evenals de hoofdpersonen van dat volksgericht ongehuwd samenwoonde.

Samenlevend als ‘man en vrouw’

In 1926 verwelkomde een in Niebert wonende ongehuwde veekoopman, Harm Sjoerds, zijn nieuwe huishoudster. Deze in Opende geboren en getogen Taekje was de zeven jaar jongere echtgenote van zijn neef, ‘Harm Snoetje’. Zij nam drie van haar zes kinderen mee. Weldra was het een publiek geheim dat het stel samenleefde als ‘man en vrouw’.

Niet iedereen was daar gelukkig mee; in juni 1927 volgde een volksgericht. Aanleiding was de komst van Taekjes beschonken echtgenoot, die zijn vrouw wilde terugwinnen. Zij liet overduidelijk weten dat niet te willen. Daarop dreigde Harm Snoetje zich door de tram te laten overrijden. Hij ging demonstratief op de rails liggen, maar de laatste tram was al gepasseerd. Toen dat duidelijk was, sleep hij zijn zakmes aan de rails, zeggende: ‘Dan snijd ik mij den kop af’. Taekje, niet onder de indruk, liet hem achter op de rails.

Verdwijning

De volgende dag stond Snoetjes fiets nog bij het huisje van zijn neef en lag zijn pet nog bij de rails. Zelf was hij onvindbaar. Taekje meldde zijn verdwijning aan de burgemeester, die tevergeefs probeerde haar te laten terugkeren naar haar ‘wettige man’. Zij protesteerde: ‘Ik ga niet meer naar mijn man terug, want die kan mij het niet zoo goed geven als Harm’. Drie dagen was Snoetje spoorloos. Geruchten dat zijn vrouw en neef hem hadden vermoord waren aanleiding voor de gemeenteveldwachter en de marechaussee op onderzoek uit te gaan. Spoedig ontdekten zij Snoetje op de zolder van zijn huis.

Daarmee was de zaak niet afgedaan. Een week later, op 18 juni, volgde een samenscholing van beschonken, baldadige jongeren bij het huisje waar Harm Sjoerds en Taekje ‘hokten’. Taekje meldde dat bij de marechaussee, maar de brigadecommandant zag geen noodzaak tot ingrijpen; ze keerde alleen terug. De jongelui waren er nog en de sfeer werd grimmiger: later die avond gooiden ze stenen, waardoor ramen braken en dakpannen sneuvelden. Daarna drongen ze onder geschreeuw en geroep van ‘In naam van Oranje doe open de poort!’ de woning binnen. Daarbij vielen enkele schoten.

'Ketelmuziek'

Volgens het Nieuwsblad van het Noorden volgde een ‘tafereel dat sterk doet denken aan een bloeddorstige lynch-partij van negers in Kentucky of aan een toneel van het oproer der wederdopers, eenige honderden jaren geleden’. De troep sleepte Harm en Taekje naar buiten, ‘niet tegenstaande de kinderen van de vrouw hartverscheurend schreiden’. De krant beschreef vervolgens het gericht, de ‘ketelmuziek’: eenmaal buiten werd het stel hardhandig uitgekleed en gingen hun kleren aan flarden. In Adamskostuum werden ze afgekoeld met enkele emmers water. Daarna volgde een parade door het dorp, waarbij het mishandelde stel gedwongen moest meelopen in een optocht met ‘joelende en tierende’ lieden, door een groot deel van Niebert en Nuis. Taekje mocht eerst nog een broek en kousen aantrekken. Daarna werden ze vrijgelaten, ‘na ze nog eens op ’t hart te hebben gedrukt, zoo spoedig mogelijk weer van elkaar te gaan’.

Olievlek

De samenwonenden gehoorzaamden niet, maar beklaagden zich de volgende dag bij de autoriteiten. Pas na tien dagen maakte wachtmeester Abraham Bouman proces-verbaal op tegen de aanstichters.

Daarmee zou de zaak waarschijnlijk zijn verdwenen in een bureaulade, ware het niet dat er in juli een ingezonden brief verscheen in het sociaal-democratische dagblad Het Volk, die de nalatigheid van de marechaussee benadrukte. Zo werd de ‘tragedie van Niebert’ een rel die zich uitbreidde als een olievlek. Niet alleen de politie en de burgemeester raakten erbij betrokken, maar ook de Koninklijke Marechaussee en de Commissaris der Koningin. Er volgden zelfs Kamervragen.

Epiloog

Uiteindelijk werd de ‘aanstichter’ van het volksgericht veroordeeld tot vijf maanden cel; vijf van de zeven mannen werden veroordeeld tot drie maanden cel. Behalve vernieling hadden ze zich ook schuldig gemaakt aan inbraak. De zevende kreeg drie weken voor het gooien met stenen. De verantwoordelijke commandant van de Marechaussee werd geschorst en eindigde als portier bij een Leekster exportslagerij.

In plaats van hen uiteen te drijven had de ‘ketelmuziek’ Taekje (1895-1948) en Harm Sjoerds (1889-1976) blijkbaar juist gesterkt bij elkaar te blijven. Zij beviel elf maanden na het voorval van een dochter. In 1935 scheidden zij en ‘Harm Snoetje’ (1891-1951). Taekje huwde pas in 1947, een jaar voor haar dood, met Harm Sjoerds.

Bij IJe Wijkstra, die samenwoonde met Aaltje Wobbes, zou het anders aflopen. IJe hield, waarschijnlijk mede naar aanleiding van dit voorval, zijn wapens paraat; hem zou zoiets niet overkomen. Hij had met zijn pistool al ongewenste vrijers van ‘zijn’ Aaltje verjaagd. Uiteindelijk zou IJe Wijkstra de vier agenten die bij zijn huis kwamen om Aaltje te halen, onthalen op geweervuur…

Bronnen en literatuur:
Nieuwsblad van het Noorden, 24 november 1927
Tilburgse Courant, 14-1-1928
Libbe Henstra, Het teken van het beest. IJe Wijkstra en de geschiedenis van de viervoudige politiemoord, 18 januari 1929 (Leiden 2012)