De canon van Groningen

500-1300

Groninger IJkpunt 5: De ‘Villa Gruoninga’ het begin van Stad

De naam Groningen duikt in 1040 voor het eerst op in een oorkonde; het jaartal geldt daarom als het begin van de stad Groningen. 

Sinds de 3e eeuw voor Christus is de plek die nu Groningen heet, onafgebroken bewoond. Deze plaats is strategisch gelegen op de meest noordelijke punt van de Hondsrug. Ten noorden hiervan ligt het vruchtbare kweldergebied, in het zuiden de goed begaanbare zandgronden. De rivieren Hunze en A flankeren de Hondsrug. Rond 900 behoort het hele gebied tot het Duitse rijk. 

Omstreeks 1000 is Groningen een typisch Drents dorp met essen, gelegen ten noorden van de latere markten. Op het Martinikerkhof staat sinds ongeveer 800 al een kleine houten kerk, die rond 1000 vervangen wordt door de tufstenen Martinikerk.

In 1040 schenkt koning Hendrik III dit gebied, dat hij omschrijft als de ‘Villa Gruoninga’, aan het bisdom Utrecht. De bisschop mag er recht spreken, tol heffen en munten slaan. Hij stelt een bestuursambtenaar aan, de prefect, die namens hem de zaken ter plaatse regelt. En door aanleg van een stadswal, verharde straten en de (Vis)markt wordt Groningen in de 11e eeuw een stad.

Akte van schenking van bezittingen en rechten in Groningen door koning Hendrik III aan de kerk van Utrecht, 1040, afschrift, RHC Groninger Archieven (1759-93)
Akte van schenking van bezittingen en rechten in Groningen door koning Hendrik III aan de kerk van Utrecht, 1040, afschrift, RHC Groninger Archieven (1759-93)