De canon van Groningen

1648-1815

Groninger IJkpunt 20: Bommen Berend

Christoph Bernard von Galen, vorstbisschop van Münster, heeft zijn zinnen op Stad en Lande gezet, maar krijgt de kous op de kop.

'Het beleg van Groningen in 1672', gravure, laatste kwart 17e eeuw, RHC Groninger Archieven (1536-6818)
'Het beleg van Groningen in 1672', gravure, laatste kwart 17e eeuw, RHC Groninger Archieven (1536-6818)

In 1672 vallen Frankrijk, Engeland, Münster en Keulen de Republiek aan. Münster en Keulen richten zich op het noorden. ‘De regering radeloos, het volk redeloos en het land reddeloos’, zo staat het in de geschiedenisboeken. Maar dit geldt niet voor Stad en Lande. Zij bereiden de martiale Von Galen een warme ontvangst voor.

Als hoofd van de verdediging wordt de Boheemse ijzervreter Carl Rabenhaupt aangetrokken. Deze zorgt voor versterking van de stadswallen en de aankoop van wapens en kruit. Delen van de provincie langs de lijnen Groningen-Delfzijl (Damsterdiep) en Groningen-Zoutkamp (Reitdiep) worden onder water gezet, zodat de vijand de Stad alleen vanuit het zuiden kan naderen. Ook de vestingen en schansen aan de grens worden in een zo goed mogelijke staat van verdediging gebracht.

In juli 1672 komt de aanval. Westerwolde (m.u.v. de vesting Bourtange), delen van het Oldambt en het Westerkwartier vallen al snel in handen van de bisschop. Op 21 juli arriveert de hoofdmacht voor de Stad en begint Von Galens befaamde artillerie Groningen met mortier- en brandbommen te bestoken. Dit is echter geen succes, de Stad weigert te capituleren. Ziekten en desertie slaan toe in het Münsterse kamp en na een maand besluit de ‘monseigneur’ de aftocht te blazen. Op 28 augustus 1672 blijkt hij verdwenen te zijn.