Wadden en water

1815-1914

Geert Stenger: Groninger zeeheld bij toeval

Farmsum was de geboorteplaats van de bekende reddingsbootkapitein Klaas Toxopeus (1904-1981). Toxopeus was stuurman en schipper op de reddingboten van de Koninklijke Noord- en Zuid-Hollandsche Reddingmaatschappij (KNZHRM), een van de voorgangers van de KNRM. Maar Farmsum heeft nóg een zeeheldenzoon voortgebracht, die veel minder bekend is: Geert Stenger (1858-1927). In leven gezagvoerder bij de Holland-Amerika Lijn en en passant redder van honderden schipbreukelingen.

Geert Stenger: Groninger zeeheld bij toeval

Kapitein Geert Stenger steekt de 'Veendam' in brand voor hij het schip verlaat. - Prent uit een onbekende krant.

Over de beginjaren van Geert Stenger is niet veel bekend. Zijn vader was zeekapitein en vermoedelijk doorliep Geert de Zeevaartschool in Delfzijl, die in 1856 was opgericht als School voor Nijverheid en Zeevaart. In de annalen van de Holland-Amerika Lijn komen we hem voor het eerst tegen in 1881, wanneer hij op 29 december van dat jaar een aanstelling op het ss 'Edam' krijgt als derde officier. Tot aan zijn pensionering op 1 maart 1916 vaart hij op tien passagiersschepen van de HAL, vanaf 8 september 1886 als kapitein. In die carrière steekt hij maar liefst 480 keer de oceaan over tussen Rotterdam en New York.

De 'Signe'

Een opvallend feit in zijn loopbaan is het aantal keren dat Stenger bij een redding op zee betrokken is geweest. De eerste keer was op 23 mei 1892, wanneer hij gezagvoerder is op het ss 'Amsterdam'. Uit het Haarlems Dagblad van 11 juni 1892:

'Kapitein Stenger van het stoomschip Amsterdam de N. A. S. M. rapporteert uit New-York het navolgende: Maandag den 23sten Mei 1892, stoomende op 43º49' N.Br. en 43°53' W.K., bij gematigde noordelijke koelte, donker bewolkte lucht met regenbuien, met Noordel. en N. westel. deining, waardoor het schip zwaar stampte en slingerde en de machine hevig doorsloeg, ontwaarden wij te 12 u. 15' (middernacht) ten noorden van ons eene groote flambouw, welke onmiddellijk gevolgd werd door eene vuurpijl, hetgeen ons direct deed denken dat genoemde seinen gedaan werden op een in nood verkerend schip en waarschijnlijk onmiddellijk assistentie verlangd werd. Wij zetten koers op de flambouw, alwaar wij te 12 u. 45` arriveerden en konden zien door het licht van de flambouw, dat het een zeilschip was met het tuig overboord. Intusschen waren twee sloepen tot strijken in gereedheid gebracht om zoo noodig direct assistentie te verleenen, doch daar er geen vuurpijlen meet werden afgestoken, bleek er geen direct gevaar te zijn, en besloten wij dus, met het oog op de duisternis, hooge zee en het zwaar slingeren van het wrak, om het daglicht af te wachten en hielden het alzoo gaande in de nabijheid van het wrak.
Te 4 uur verlieten de 1e officieren en 4 man in sloep no. 4 het schip om de equipage van het wrak te redden, hetgeen met grote moeite en niet zonder levensgevaar gelukte, en had ik het genoegen te 4 u. 45` de bemanning van de sloep met de 10 man van het wrak behouden aan boord te zien, waarna wij onzen koers vervolgden.
Het wrak bleek te zijn het Zweedsch barkschip Signe, hetwelk door hard pompen boven water werd gehouden, kapt. F. O. Larsson, komende met zilverzand van Antwerpen en bestemd naar Picton-Harbor N.S..'

Geert Stenger ontving voor zijn handelswijze van de Zuid-Hollandse Maatschappij tot het Redden van Schipbreukelingen een zilveren medaille.

<p>Het ss <em>Veendam</em>, ca 1895. - Foto: bron onbekend</p>

Het ss Veendam, ca 1895. - Foto: bron onbekend

De 'Maggie Wells'

De tweede keer betreft een poging tot redding in januari 1894 van de bemanning van de Amerikaanse schoener 'Maggie Wells'. De poging mislukt, maar niettemin levert het Stenger een medaille op en een 'fine golden watch' van president Cleveland. Uit het Haarlems Dagblad van 27 april 1894:

'Aan kapitein G. Stenger, gezagvoerder van het ss. Amsterdam, van de Ned. Amer. Stoomvaart-maatschappij, werd te New-York, als erkenning voor de poging tot redding der equipage van het in nood verkeerende Amerik. schip Maggie Wells, door de Life Saving benevolent Association of New-York vereerd en door eene deputatie, vanwege die vereeniging, die zich daartoe aan boord van het stoomschip Amsterdam begaven, overhandigd een gouden medaille met de volgende inscriptie:
'Presented to captain G. Stenger, master of the steamer Amsterdam in recognition of his humane effords to rescue the crew of a wrecked vessel in a storm in Mid. Atlantic Ocean in Jan. 1894'. Aan de keerzijde der medaille bevindt zich een in nood verkerend schip in hooge zee.'

En ook in De Vrouw; veertiendaagsch blad gewijd aan de onderlinge opvoeding der vrouw verschijnt in oktober van datzelfde jaar een artikel over de heldendaden van Stenger:

(...) Toen Kapitein Stenger den visschersschoener in nood had gezien, met zijne veertien matrozen, hangend in het want, en de golven brekend over hen heen, had hij geen recht iemand te bevelen door zulk eene zee hen ter hulp te gaan. Hij kon alleen vrijwilligers oproepen om eene boot te bemannen, en 't was een oproeping tot den dood voor zes van de zeven matrozen, die antwoord geven... (...)
De gevaren van een tocht naar het wrak waren vreeselijk, want wie kon zeggen dat eene boot het kon houden op deze wilde zee? De kapitein, zelf een oud redder van mensenlevers, had geaarzeld, voor hij de vrijwilligers opriep; en aan hun eigen 't huis denkende en aan wat hun eigen leven beteekende voor de hunnen, mocht het hun wel vergeven zijn, waren zij aan boord gebleven en hadden zij de visschers aan hun lot overgelaten... (...)
Van dit edele werk van erbarmen en zelfopoffering kwam niets. Het weer was zoo ruw en de zee zoo woest, dat de Amsterdam, na een dag oponthoud, genoodzaakt was haren tocht te vervolgen. De veertien man op het wrak werden aan de dood overgelaten, nadat zij den wanhopigen kamp van de brave redders hadden aanschouwd. Een ervaren officier en vijf matrozen lagen op de bodem van den zee, en in zes gezinnen in Nederland kwam de wanhoop binnen.'

De 'Veendam'

Op 7 februari 1898 komt de nood wel heel dicht bij Stenger, wanneer hij als kapitein van de 'Veendam' (het eerste schip met die naam) in de wateren voor de kust van New York op een niet zichtbaar scheepswrak stoot, waarna het schip zinkt. Maar niet voordat alle opvarenden onder de bekwame leiding van Stenger aan boord van het te hulp gesnelde ss 'St. Louis' zijn overgebracht.

Uit Via Port of New York van april 1956:

'Op Zaterdag, de vijfde dag van februari in 1898 vertrok van Southhampton in Engeland de St. Louis, een passagierschip van 554 voet voor de terugreis naar zijn thuishaven - de Haven van New York. Na twee dagen was de St. Louis gevorderd tot op 500 mijl ten westen van de Scilly eilanden. Op maandagmorgen om ongeveer één uur werd de kapitein Willian G. Handle, uit zijn hut geroepen met het bericht, als zou het geluid zijn waargenomen van een kanonschot op verre afstand en als zouden er vuurpijlen gezien zijn geweest. Handle veranderde daarop de koers van zijn schip en gaf de order: 'Volle kracht vooruit'.
Om 1:20 a.m. kwam een stoomschip met een schoorsteen in 't zicht, dat in de hoge zee heen en weer zwalkte. (...) Het rampzalige schip was de 420 voet metende Veendam, een van de mooiste passagiersschepen van de vloot van de Holland Amerika Lijn. Het was op 3 februari van Rotterdam vetrokken met bestemming New York geladen met stukgoederen en 212 personen aan boord. De bemanning, bestaande uit 85 koppen, stond onder het bekwame commando van Kapitein G. Stenger. Het noodlot had het schip getroffen kort na vijf uur op zondagavond, toen de meeste passagiers de winderige dekken hadden verlaten en verwisseld voor het geriefelijke interieur beneden.

Plotseling ging er een hevige trilling en een schurend geluid door het schip van voor tot achter. Het regelmatige gedreun en bewegen van de machines stopte abrupt. Er was een groot gat gescheurd door de romp en de schroefgang, zodat het water met stromen naar binnen begon te gutsen en het achterschip begon te vullen. Kapitein Stenger commandeerde toen iedere mannelijke passagier of lid van de bemanning aan de handpompen of in de emmerketens.
Ondertussen gingen vuurpijlen de lucht in en werd het scheepskanon afgevuurd. Om ongeveer 12 uur bleek het, dat de mannen, die toen al vóór circa zeven uren onophoudelijk hadden gezwoegd, helaas vruchteloos hadden gepompt en gehoosd. Nu waren zij ook stijf van de koude en uitgeput. Stenger gaf toen order de reddingsboten klaar te maken om te worden gevierd, maar de zware zeeën hadden alle boten op één na kapot geslagen of te zwaar beschadigd. De Veendam bevond zich dus toen al in het meest kritieke stadium..... en daar kwam de St. Louis in 't zicht.
Onder leiding van kapitein Stenger werd met de reddingsactie begonnen. De eerste passagier, die aan boord van de St. Louis werd gebracht, was een kleine baby, die prompt Kapitein Handle bedankte door hem in zijn baard te grijpen en daarna in huilen en tranen uit te barsten.
De laatste persoon, die de Veendam verliet, was Kapitein Stenger. Hij verliet zijn schip, waar toen al reeds 17 voet water in de ruimen stond en de achtersteven al geheel onder water was. Slechts enige minuten later zag hij zijn schip in de golven verdwijnen, [nadat hij het uit veiligheid voor de scheepvaart in brand had gestoken. Red]. Alle 212 opvarenden van de Veendam waren gered. De schipbreukelingen stapten op 12 februari aan wal op Amerikaanse grond, twee dagen eerder dan hun oorspronkelijk vastgestelde datum van aankomst.'

Stenger ontvangt voor zijn moedige en beheerste optreden de gouden medaille van de Zuid-Hollandse Maatschappij tot het Redden van Schipbreukelingen.

De 'Pioneer'

Zijn laatste redding (voor zover bekend) dateert van december 1904. Stenger is dan gezagvoerder van het ss 'Rotterdam'. Hij redt de bemanning van de schoener 'Pioneer' uit New Foundland, die voor de Amerikaanse kust in nood is geraakt. Door tussenkomst van de Mercantille Marine Service Association in Liverpool en namens het gouvernement van New Foundland, ontvangt Stenger een zeekijker met inscriptie. De bemanningsleden van de reddingssloep krijgen beloningen van twee en vijf pond.

Geert Stenger werd op 10 augustus 1858 geboren in Farmsum. Hij trouwde op 5 november 1883 in Rotterdam met de uit Zaandam afkomstige Pieternella Oelssen. Het echtpaar kreeg elf kinderen. Stenger overleed op 27 maart 1927 en werd begraven op de Algemene Begraafplaats Crooswijk in Rotterdam.