1300-1648

Geen spoor meer van graaf Edzards kasteel

De Oostfriese graaf Edzard liet zo’n 500 jaar geleden op de plek van het huidige hoofdbureau van politie een kasteel bouwen. Hiermee liet hij zien dat het met de Groningse onafhankelijkheid gedaan was. Het was voor het eerst in de geschiedenis dat de stad op haar grondgebied de aanwezigheid van een landsheer accepteerde.

Geen spoor meer van graaf Edzards kasteel
Een verbeelding van hoe Edzards kasteel eruit moet hebben gezien.

De stad is aan het eind van de vijftiende eeuw op het toppunt van haar macht. Ze beheerst het hele gebied tussen Zuiderzee en Eems, dat formeel hoort tot het Duitse keizerrijk. Hoewel eigenlijk de bisschop van Utrecht de baas is in de stad, gedraagt Groningen zich als een vrije keizerlijke stad.

Akkoordje

Vanaf 1498 wordt de Groninger machtspositie bedreigd door de hertog van Saksen. Samen met diens bondgenoot graaf Edzard Circksena van Oost-Friesland (1462-1524) omsingelt Georg van Saksen de stad. De blokkade leidt tot een hongersnood en de stad lijkt te bezwijken. Een ruzie tussen de twee krijgsheren opent echter nieuwe perspectieven. De stad knoopt in het voorjaar van 1506 onderhandelingen aan met Edzard en gooit het met hem op een akkoordje. De Oostfriese graaf biedt Groningen zijn hulp aan, maar wil in ruil daarvoor in de stad wel een kasteel. Tegen de hertog van Saksen zegt Edzard dat hij de stad zal besturen in naam van de keizer.

Eenvoudig kasteel

Zo doet Edzard op 1 mei 1506 plechtig intocht in de stad. In de Sint Walburgkerk laat hij de stadjers de eed van trouw aan hem zweren. Twee weken later beginnen de werkzaamheden voor de bouw van zijn kasteel in de strategisch gunstige zuidoosthoek van de stad. Aan de hand van een in het Niedersächsisches Staatsarchiv in Aurich bewaard kasboek van rekenmeester Nicolaas Bingum is het verloop van de bouw goed te volgen.

Talloze boeren uit de Ommelanden worden gesommeerd om op eigen kosten te helpen bij het graven van de grachten. Al voor het invallen van de winter zijn de wallen en grachten klaar en worden er honderd Oostfriese landsknechten op de burcht gelegerd. Begin februari 1507 worden de laatste arbeiders uitbetaald. Het kasteel is eenvoudig van opzet. Er zijn een aantal torens, een poort en een hoofdgebouw. De soldaten zullen boven hun hoofd waarschijnlijk weinig meer hebben gehad dan tentdoek.

Weinig te verwachten

Het bewind van Edzard duurt slechts kort. Begin 1514 verschijnen de troepen van Georg van Saksen opnieuw in het Groningerland. Omdat de Oostfriese graaf in de ogen van de stadjers te weinig steun kan bieden, richten zij zich tot de niet met de Duitse keizer, maar tot de met de Franse koning verbonden hertog van Gelre. Deze stuurt een groot leger onder maarschalk Willem van Oyen.

Sporen gewist

Edzard is zwaar teleurgesteld over de houding van de Groningers maar ziet in dat hij geen keus heeft. Volgens de ‘geschiedkundige aanteekeningen’ van M.O. Gratama en J.A. Feith uit 1879 zou Edzard op 2 november 1514 hebben verzucht: ‘Welaan, ik ontsla u van uwen eed en wensch, dat gij onder den hertog van Gelre gelukkiger moogt zijn’. Edzard verlaat Groningen nog geen week later en op 13 november begint de sloop van zijn kasteel. 

Met de stenen worden een nieuwe Apoort en Steentilpoort gebouwd. Het houten geraamte van de ‘cancelarije’ - de schrijfkamer en bibliotheek van Edzard - wordt in 1517 ‘bij staende warck over de straete’ gebracht om te worden gebruikt bij de bouw van het Sint Anthonygasthuis.

Alle sporen van Edzards aanwezigheid worden grondig gewist. Toch slagen studenten van Vindicat, onder wie eerder genoemden Gratama en Feith, er in bij het universitaire lustrum van 1879 de intocht van Graaf Edzard na te spelen. Daardoor bezit het Universiteitsmuseum thans nog de duidelijkste herinneringen aan deze periode.