50 jaar Lauwersmeer , Wadden en water

Ezumazijl: de zoon van de sluiswachter

Johannes Lipjes over het gemaal, de sluis en het leven op Ezumazijl

Johannes Lipjes werd geboren in 1948 op Ezumazijl, als zoon van een sluiswachter en woonde daar tot 1974. Later verhuisde hij naar Drachten en was onderwijzer. Hij vertelt over zijn jeugd in het dorp, de geschiedenis van de omgeving en het werk bij de sluis en het gemaal door zijn vader en zijn opa.

Ezumazijl: de zoon van de sluiswachter

De sluis bij Ezumazijl. - Foto: Wikimedia Commons

Waterproblemen in de Dongeradelen

Johannes vertelt:
'Je kunt zeggen dat Ezumazijl aan het eind van Oost-Dongeradeel ligt. De oorspronkelijke sluis die daar in 1600 gebouwd werd, lag een beetje noordelijker, daar waar het middelste weggetje van Ezumazijl loopt. De sluis is gebouwd om het omliggende gebied af te wateren. Dat was een hele toer, want ten eerste waren er nergens dijken; er waren geen polders. Dus als het erg nat werd in Friesland en de wind was zuidwest of west, dan kwam daar een hele hoop water naartoe. Deze sluis was gebouwd als een kleine spuisluis die eigenlijk alleen maar bedoeld was om het water af te voeren. Dat is een hele tijd zo gebleven, maar er waren problemen, want de landerijen kwamen in de herfst allemaal onder water te staan. Wie het gebied van de Anjumer Kolken en omgeving een beetje kent, weet: het stond vaak blank.'

Inpoldering

'Op een bepaald ogenblik heeft men besloten dat er wat aan gedaan moest worden. Toen is er een polder ontstaan, de polder van Oost- en West-Dongeradeel. Men heeft dat hele gebied afgedijkt en toen dacht men wel klaar te zijn. Er lopen waterwegen naartoe, zoals de Zuider Ee, en het water vanuit Paesens en Dokkum liep ook die kant op. Maar die maatregelen bleken onvoldoende te zijn, want die kolken stonden nog steeds geregeld blank. Toen zag men in dat het anders aangepakt moest worden. Er werd van Dokkum naar Holwerd een verharde weg verhoogd aangelegd. Die vormde een scheiding tussen Oost- en West-Dongeradeel. Alleen: het peil van West-Dongeradeel was 75 centimeter hoger dan het peil in Oost-Dongeradeel. Dat ging dus niet goed, want er kwam zo in feite te veel water in het gebied rond Anjum te staan. Op een bepaald moment vonden onder andere Gedeputeerde Staten dat er wat aan gedaan moest worden.'

Van sluizen naar een gemaal

'We gaan heel snel door de tijd, want er zijn heel wat sluisjes gebouwd en weer afgebroken omdat ze niet bleken te werken. Uiteindelijk kwam het zover dat er een gemaal neergezet moest worden. In eerste instantie was de gedachte om dat bij Dokkum te plaatsen en Ezumazijl maar gewoon Ezumazijl te laten. Maar Gedeputeerde Staten was van mening dat er beter een gemaal op Ezumazijl gebouwd kon worden. In 1928 werd het besluit genomen en de bouw is toen ook gestart. Het is een beetje in de stijl van de Amsterdamse School gebouwd: aan de binnenkant zie je gelakte stenen en een groene rand rondom.

In de tijd dat het gemaal gebouwd is, was mijn grootvader sluiswachter. Hij is daar gekomen door de trouwen met een nicht van de vorige sluiswachter en zo gaat dat dan. Op een gegeven moment heeft mijn grootvader mijn vader gevraagd zijn assistent te worden en zo is dat een beetje doorgelopen.'

Gemaal Ezumazijl

'Dat gemaal op Ezumazijl was in 1931 gereed. Het werd elektrisch aangedreven en was na het gemaal ‘De Waterwolf’ bij Oldehove, het tweede elektrische gemaal. Het ontwerp was zo dat de uitstort van het gemaal in de sluis terecht zou komen, omdat het dan beter afgevoerd kon worden. Anders zou er weer een breuk door de dijk gemaakt moeten worden, met weer een afsluiting met deuren. Daarom heeft men besloten de uitstort gewoon in de sluis te laten komen. Dat hield in dat het gemaal het water twee meter kon opvoeren. Dat was ook altijd het spanningsveld als het gemaal draaide. Ik weet nog goed hoe mijn vader altijd keek wanneer de vloed opkwam. Als het oostenwind was en er moest gedraaid worden, kon dat wel doorgaan omdat er dan minder water was. Als er echter een stevige noordwestenwind had gestaan, moest hij op een bepaald punt wel stoppen.

In diezelfde periode is de oude sluis verbouwd en verlengd met 13 meter. Er zijn toen stormvloeddeuren en kleinere vloeddeuren in gekomen. Aan de zeekant werden de stormvloeddeuren geplaatst, aan de binnenkant de vloeddeuren. Die konden een gewone vloed tegenhouden. Daarachter zaten de ebdeuren; voor het geval het water binnen eens hoger zou zijn en men het niet kwijt wilde.'

De werking van het gemaal

'In het gemaal dat hier is gebouwd, zijn drie pompen gekomen, geleverd door Stork. Het waren eigenlijk verticale centrifugaalpompen, die eerst vacuüm gepompt moesten worden. Daarvoor stonden er aparte vacuümpompen bij. Zodra de centrifugaalpompen vacuüm waren gepompt, kwam het water omhoog. Dan begonnen ze te draaien en vervolgens te zuigen. De procedure was altijd, dat je ze eerst vacuüm pompte en dan liet draaien. Dat ging in die tijd nog niet met het simpelweg omzetten van een knop. De elektromotoren werden in die periode nog langzaam opgevoerd, totdat ze op volle capaciteit draaiden. In eerst instantie gooide elke pomp ongeveer 275 kuub water per minuut uit, later is dat opgevoerd. In 1979 is het hele systeem herzien. De originele pompen staan er nog in, maar de motoren die ze aandrijven zijn allemaal vernieuwd. De capaciteit is daardoor hoger geworden.

Als het gemaal eenmaal draaide, dan zou je zeggen dat het allemaal wel losliep. Maar nee, de machinist was er altijd bij, of zijn assistent, in zijn kantoortje. Zij waren ook wel eens met andere dingen bezig, want mijn grootvader had bijvoorbeeld een stukje viswad aan de binnenkant van het gemaal. Daarom zat hij tussendoor fuiken wel te breien, of hij deed andere klusjes. Zo nu en dan keken ze even hoe het draaide.'

Schoonmaakwerk

'Alleen in de herfst werd het wel eens problematisch, vanwege het vele groen dat uit het gebied kwam: kroos, vlag (groenafval), dooie schapen, van alles… Dat kwam allemaal voor die kroosrekken te liggen en je moest er goed aan denken dat je het weghaalde. Wanneer je dat niet deed, ontstond er een leegte tussen al dat spul en het gemaal. Daardoor zoog de pomp lucht aan en dan was het weer afgelopen. Met een grote hekkel (een soort vork of hark met een lange steel) stond mijn grootvader dan al die rommel voor de rekken vandaan te trekken. Wanneer het heel erg druk was kwamen er andere mensen van het waterschap. Dan stond ieder voor een vak het groen eruit te trekken. Die rommel kwam dan op de kroosbrug en twee anderen gooiden het spul in de praam. Wanneer die vol was, stopte men met malen. De praam ging dan door de sluis naar zee om daar alles te storten en daarna kon je weer verder. Later is daar een grote hekkelmachine voor gekomen en die gooide het spul op de wal.'

Bouw van een sluis

'Bij de bouw van het gemaal was het in eerste instantie helemaal niet de bedoeling dat er een andere sluis zou komen, maar men kwam er tijdens de bouw achter, dat de palen van de fundering van de oude sluis allemaal door paalworm waren aangevreten. Toen is meteen besloten om een grotere sluis te bouwen. ‘Een Friese maat sluis’ zei mijn vader altijd. Dat zei mij niks. Ik heb er één keer een schip in gezien en die paste er precies in. Dat was dus een Friese maat.

De functie van de sluis was hoofdzakelijk een stroomsluis. Er werd ook wel naar binnen geschut want in de jaren vijftig waren ze de sluis bij Dokkumer Nieuwe Zijlen aan het verbouwen. Wanneer dan de garnalenvissers op Ezumazijl kwamen, voeren ze een eindje verder richting Ee, waar een opslagplaats was om de garnalen af te leveren. Die werden dan door handelaren van Urk, maar ook wel uit Volendam opgehaald. Het was voor kleine jongetjes natuurlijk altijd een feest als die schepen kwamen.

Er was ook nog een buurman met een grote praam waar altijd takken op geladen werden. Daarmee ging hij naar Oostmahorn, waar ze nieuwe strekdammen aan het maken waren. Het was dan leuk om van de opslagplaats door de sluis even mee te varen. Dat deden we als kinderen dan. Zo verliep het leven op Ezumazijl.'

Dag en nacht

'Het spuien was dag- en nachtwerk. Naar uren werd toen niet gekeken. Als het veel regende, gingen mijn grootvader en vader er ’s nachts uit, want misschien moest er gedraaid worden. Dat ging dan soms een nacht en een dag achter elkaar door. Soms belden ze de assistent, Sijtsma, die in Anjum woonde. Ze vroegen hem dan de rest van de dag te draaien, zodat mijn vader weer even tot rust kon komen. Wanneer Sijtsma kwam, nam die ook een hele periode voor zijn rekening.

Er was altijd overleg bij Hantumhuizen, op de scheiding van Oost- en West-Dongeradeel, stond een hoge schuif, die omhoog getrokken kon worden, zodat het water van West- naar Oost-Dongeradeel kon lopen. Langs de Jagersloot kwam het in de Zuider Ee en zo kwam het in Ezumazijl terecht. Daar moest soms overlegd worden gepleegd. Meestal ging dat via de opzichter van het waterschap. De opzichter regelde hoe de schuif open ging, in overleg met de sluiswachter. Soms kwam er te veel water en mijn vader belde dan dat de schuif lager gezet moest worden, omdat hij het water niet zo snel kwijt kon.

Dat was in feite de functie van het gemaal, maar men lette ook op de centen, want als het laag water was in de Lauwerszee en er gewoon afgestroomd kon worden, dan werd er afgestroomd.

Er was één nadeel bij die sluis. Het laatste stuk daarbij, 500 meter de zee in, was een kunstmatige geul. Verderop was het een natuurlijke geul, die hield zichzelf wel op diepte. Maar wanneer het oostenwind was, kwam er veel slib in de geul. Er kwam dan een motorboot, een vlet, bij de sluis en die voer dat stuk geul op en neer. Mijn vader of een van de andere mannen van het waterschap – ik heb het zelf ook wel eens mogen doen – voer dan bij die wallen omhoog. De schroef werd dan naar beneden gedrukt, de blubber kwam los en kon zo door de stroom naar buiten gaan. Dat was destijds de manier om de geul op diepte te houden.'

Ezumazijl en de afsluiting

'Ezumazijl was maar een klein plaatsje, maar het leven was er gezellig. In mijn tijd leefden er nog vijf of zes gezinnen. De oorspronkelijke bebouwing was veel dichter, maar er is veel afgebroken. We gingen allemaal met elkaar om, ook de kinderen speelden met elkaar. En we gingen gezamenlijk naar school in Anjum. We liepen met allemaal met elkaar, een deel naar de christelijke school en dan ging ik door naar de openbare school. We gingen dus wel naar verschillende scholen, maar daar werd niet naar gekeken. Het was ’s avonds heel gezellig, er was één straatlantaarn en daar kon je ’s avonds prachtig onder spelen tot er werd geroepen dat je binnen moest komen. Eén of twee keer in het jaar kwam de turfschipper via Dokkum om turf te brengen. Dat was ook een feest, omdat de turf van het schip gekruid moest worden naar alle huizen. Daarna bracht hij ook nog een lading naar Oostmahorn.'

'En toen kwam de afsluiting van de Lauwerszee. Iedereen zat er tegenaan te hikken: is het wel leuk? Mijn vader heeft in een interview met toen nog Radio Friesland gezegd ‘Dit is niks. Het hele leven is weg.’ Daar kwam het in feite op neer, want het was daarna altijd laag water. De spanning was weg, want voor die tijd was het met westenwind, met noordwester storm natuurlijk altijd zo dat het water echt extra omhoog kwam.'

Storm en hoog water

'In 1953 is wel precair geweest en daar zijn natuurlijk allemaal verhalen over. Een vissersboot die onderweg was naar Oostmahorn, lag ergens halverwege een dijk, hoog en droog. Een oude Ezumazijlster, oude Feerk heeft dat schip eraf gehaald. Dat was een man die alles met staaldraden en blokken kon. Die heeft wel meer stunts uitgehaald.

Het water kwam in ’53 dusdanig hoog dat het spannend was. Niet in het gebied van Oostmahorn, Ezumazijl, Dokkumer Nieuwe Zijlen, maar wel bij het stuk dat eronder lag. Dat was later de aanleiding om de Lauwerszee af te sluiten, want in dat gedeelte waren de dijken lager. Daarom werd na ’53 een bekisting (een verhoging van rijenpalen op de top van de dijk, met daartussen een opvulling van aarde) bovenop op de dijk gezet om ze kunstmatig wat hoger te houden.

Een storm was voor kinderen zoals ik natuurlijk leuk; als kind zag je alleen maar het leuke ervan. Want dan kwamen er mannen van het zeewerende waterschap, dat bestond toen nog. Die kwamen op die dijk, liepen er langs en keken bij donker met hun lampjes hoe die dijk zich hield. Op de sluis stond altijd een klein hokje en daar kwamen die mannen dan om even koffie te halen. Weer wat petroleum in de lamp en dan gingen ze weer. Als je daarbij mocht zijn, wat natuurlijk niet altijd zo was, dan was dat spannend, leuk om te zien.

In de tijd dat men nog bezig was met de Lauwerszeewerken hebben we ook nog een stevige storm gehad en toen zijn op Lauwersoog verschrikkelijk veel van die zwarte carbolineum paaltjes weggespoeld. Die vond je daarna overal in den lande, want daar was men wel heet op. Die paaltjes werden gauw over de dijk gehaald en weggestopt. Later vond je ze wel weer terug.'

Juliana op mijn Kodakje

'Ik heb zelf op de Hoek van de Bant gezeten toen ze het laatste aquaduct erin voeren. Dat was leuk. Toen moest de koningin langskomen. Juliana kwam langs de hele Lauwerszee. Op Ezumazijl was dat natuurlijk groot feest. Alles was versierd en mijn vader moest ook voorgesteld worden. Dat vond hij wel spannend: het goede pak moest aan. Als kind zag je dat allemaal aan, heel gewoon. Ik had mijn Kodakje bij me. Tot ergernis van de persfotografen zat ik mooi op de vloeddeuren en zo kon ik mooi foto’s van de koningin en de commissaris maken met pa erbij.

Na die tijd is alles veranderd. Lauwerszee werd Lauwersmeer. In eerste instantie was dat nog wel interessant omdat het een grote grijze massa was. Maar de functie van het gemaal veranderde ook. Dat begon met een aantal verbouwingen. Later is het gemaal helemaal geautomatiseerd, dus nu hoeft er niemand meer bij te wonen.'

 

In 2019 is het 50 jaar geleden dat de Lauwerszee werd afgesloten en een Lauwersmeer werd. Meer achtergrondinformatie, verhalen en aankondigingen van activiteiten binnen dit thema? Kijk dan op lauwersmeer.groningen.nl/50-jaar-lauwersmeer.