Borgen: kastelen van het hoge noorden

1648-1815

Everdina en haar dochters

De Menkemaborg in Uithuizen is eeuwenlang in bezit geweest van de familie Alberda – vanaf Mello Alberda, die in 1682 de borg kocht van de familie Clant, tot aan Gerhard Alberda die in 1902 overleed. Van de familie Alberda is een uitgebreid familiearchief bewaard gebleven met brieven, reisverslagen, rekeningen en andere documenten. Het archief wordt bewaard in de Groninger Archieven. Maar ook de ‘koude kant’ – de aangetrouwde familie – laat in dit archief van zich horen. 

De voorkamer van de Menkemaborg bij kaarslicht - Foto: Otto Kalkhoven
De voorkamer van de Menkemaborg bij kaarslicht - Foto: Otto Kalkhoven

Zo zijn er een aantal brieven, rekeningen en documenten gevonden van Everdina Cornera Alberda geboren van Berum, die na de dood van haar man Unico Allard in met twee dochtertjes van 1 en 7 jaar achterblijft.
Voorin de familiebijbel is een rekening teruggevonden waaruit blijkt dat aan Everdina in 1739 voor zowel de maand augustus als november 1½ anker wijn is geleverd. Een anker is een wijnmaat en omvat 45 flessen. Kosten 7 caroli gulden, wat omgerekend € 140 is. Bovendien is een koe geleverd en 2 varkens – zowel de koe als de 2 ‘swijnen’ kostten 24 daalder – ongeveer € 50,-. Of deze uitgaven zijn gedaan voor speciale gelegenheden, is niet bekend.

Mama en 'masoeur'

Als de oudste dochter Susanna Elisabeth van Everdina in 1725 met haar neef Gerhard Alberda van Dijksterhuis trouwt, blijkt uit het kasboek dat hij een aantal jaren de inkomsten en uitgaven voor Everdina Cornera gaat bijhouden. Zij wordt in het kasboek consequent aangeduid met ‘mama’. Regelmatig worden er ook uitgaven gedaan voor ‘masoeur’ – en daarmee wordt de andere dochter van Everdina aangeduid; Wendelina Cornera. Wendelina Cornera trouwt in 1733 met Carl Friedrich Graaf Von Wartensleben. In het kasboek staat wat dit huwelijk Everdina kost: bijna 2700 caroli gulden en dat is omgerekend bijna € 30.000,-.

Navolgende is gekomen tot masoeur haar trouwen
so voor de klederen
als tot winkop en warschúp [eten bij ondertrouw en bruiloft]

En dan volgt een opsomming van de uitgaven. Het leeuwendeel wordt uitgegeven aan  kleding - ca 1300 caroli gulden; “masoeur gelangt in totaal 865’ Voor wijn, Rijnwijn en Franse wijn, wordt 189 gulden betaald (omgerekend € 2.079,63). Voor vlees wordt ruim 25 gulden betaald, zo’n 275 euro. De kok krijgt 60 en de ‘muisikanten’ 30 gulden, dus we weten dat er gekookt is en vlees gegeten op de bruiloft. Bovendien is daarbij wijn gedronken én er is muziek gespeeld!

De andere schoonzoon

Na enige tijd wil schoonzoon Carl Friedrich graaf Von Wartensleben toch wel graag weten, hoeveel geld en goederen, zijn vrouw kan verwachten na het overlijden van Everdina - zo blijkt uit brieven van hem uit maart 1736.
Het is een lastige situatie voor Everdina, die immers het vruchtgebruik van de Menkemaborg heeft. Everdina wil duidelijk geen ruzie en zij lost het probleem op door belangrijke juridisch onderlegde Groningers een stuk op te laten stellen. Dit document is bewaard gebleven en is gedateerd mei 1736. Hierin staat duidelijk, dat in het huwelijkscontract van 23 september 1733 is opgenomen, dat zij (Bruid en Bruidegom) haar moeder:

... hare Vaderen geheele nalatenschap vreedig te sullen laten continueeren, sonder bij hare Moeders leven daar op eenige actie of anspraak te houden …

Everdina heeft een persoonlijk briefje bij dit processtuk gedaan, waaruit blijkt waarom ze haar eigen oordeel niet wil geven om

... mijne moederlijke genegentheit voor mijn Dogter en u te zullen behouden ...

Het briefje waarop Everdina haar 'moederlijke genegentheit' uit.
Het briefje waarop Everdina haar 'moederlijke genegentheit' uit.

Everdina Cornera verblijft regelmatig bij haar zuster, getrouwd met Lewe van Aduard. Haar dochter en schoonzoon verblijven dan graag op de Menkemaborg, maar dit verblijf loopt niet altijd even soepel. Zoals blijkt uit een brief van de redger Eilerts aan Everdina Cornera. Hij is neemt de zaken waar voor Everdina en schrijft op 27 juli 1736 dat Von Wartensleben een ‘oud cavalje’ heeft gekocht voor – naar men zegt 4.400 caroli gulden. Het is de buitenplaats ‘Welgelegen’ in Kleinemeer en uit brieven van Von Wartensleben blijkt dat hij al lang naar een dergelijk buitenverblijf op zoek is geweest. Eilerts vervolgt, dat dit goed uitkomt, want

... mijn Heer en mevrouw zijn nu alleen op Menkema in gedurende oorlog met de oude Kaatje.

De brief vervolgt met een P.S. over het voorval dat Von Wartensleben een oude knecht ‘een weinig om de ooren’ heeft geslagen en hem buiten de deur heeft gezet. Eilerts schrijft dat hij Von W nog nooit zo boos heeft gezien en hem het beter lijkt, dat de oude bediende maar even thuis blijft. Kortom: Everdina heeft wel wat te stellen met haar ene schoonzoon.

Von Wartensleben doet de groeten 'aan de kleine famillie'.
Von Wartensleben doet de groeten 'aan de kleine famillie'.

De schoonzonen onderling

Carl Friedrich graaf Von Wartensleben blijkt overigens redelijk goed met zijn zwager Gerhard Alberda te kunnen opschieten. Er zijn veel brieven van Von Wartensleben aan Gerhard bewaard gebleven. De brieven laten zien dat de vormelijkheid ook hoog blijft bij naaste familieleden, zo doet Von Wartensleben in de brief aan Gerhard de groeten aan “Uw Welgeboren vrouw en aan de kleine famillie” (Gerhard en Susanna hadden in 1737 vier kinderen). En hij ondertekent met

Wel Geb: Heer en Broeder, Uw H.W.Gb onderdaanige dinaar C Wartensleben – 19 september 1737