Groninger Vrouwengalerij

Eilina Huizenga-Onnekes: een folkloriste van Groningen

Eilina Huizenga-Onnekes (1883-1956) was folkloriste van de provincie Groningen. Ze trok de gehele provincie door om oude volksverhalen op te tekenen, voordat deze zouden verdwijnen in de nevelen der geschiedenis. Haar bekendste publicatie, Het Boek van Trijntje Soldaats, wordt gezien als het eerste in het Nederlands geschreven sprookjesboek.

<p>Eilina Huizenga-Onnekes. Foto collectie fam. Huizenga</p>

Eilina Huizenga-Onnekes. Foto collectie fam. Huizenga

Eilina Johanna Onnekes werd in 1883 geboren in Vierhuizen, een klein dorpje in het noordwesten van de provincie Groningen. Haar vader was daar predikant. De familie verhuisde in 1897 naar Godlinze. Line ging in Bierum naar de normaalschool, waar onderwijzers werden opgeleid. Na de normaalschool vertrok Line naar de stad Groningen. Het was toen gewoonte voor jonge vrouwen van het platteland om een tijdje bij een paar ongetrouwde dames te verblijven, die de laatste hand moesten leggen aan de opvoeding van deze jongedames.

Ten Boer

Toch bleef dat platteland, met al zijn wonderlijke bewoners en oude verhalen, de jonge Line roepen. Toen ze 26 was, trouwde ze met Jan Hendrik Huizenga, een boerenzoon uit ’t Zandt. Ze keerde terug naar het weidse land. Het paar vestigde zich in boerderij Klein Wasinghehuis (ook wel Klein Washuis genoemd) bij Ten Boer, waar zij bleven wonen tot 1950. Ze kregen drie zoons: Luidolf Harm, Klaas Willem en Jan Hendrik.

Volksverhalen

Eilina Huizenga-Onnekes had een grote belangstelling voor de oude volksverhalen die de inwoners van Ten Boer haar vertelden. Een voorliefde voor geschiedenis en folklore was haar met de paplepel ingegoten. Haar oom Johannes, de broer van haar vader, had het boekje Zeden, Gewoonten en Gebruiken in de Provincie Groningen geschreven en was daarmee één van de eerste folkloristen van Groningen. Huizenga-Onnekes begon zich steeds meer te interesseren in volksverhalen.

Het idee om zélf volksverhalen te gaan verzamelen en het werk van haar oom voort te zetten, kreeg Huizenga-Onnekes bij een lezing over het boek Gösta Berling van Selma Lagerlöf. Dit boek is een epos over het Zweedse plattelandsleven, gebaseerd op volksverhalen. Bij de lezing over dit boek werd aan de aanwezigen gevraagd of er in Groningen ook dergelijke verhalen bestonden. Zeker weten dat die bestonden – maar de verhalen stonden nergens opgetekend. En dus trok Huizenga-Onnekes eropuit om verhalen te verzamelen. Ze zocht en vond contact met de Groningers die haar van alles te vertellen hadden. De verhalen die ze hoorde kwamen vooral uit de monden van oudere mensen. Ze doorkruiste de gehele provincie en schreef de verhalen op zoals zij ze hoorde: in het Groningse dialect.

Het Boek van Trijntje Soldaats

Eén van haar bekendste vondsten deed Eilina Huizenga-Onnekes in het wierdedorpje Ezinge, in het Middag-Humsterland. Daar was op een zolder een bijzonder schriftje teruggevonden. Het schriftje stamt uit 1800 en behoorde destijds toe aan de toen 11-jarige Gerrit Arend Arends. Dit was een directe voorouder van Huizenga-Onnekes. In het schriftje schreef Gerrit de verhalen op die de huisnaaister Trijntje Soldaats hem vertelde. Trijntje Soldaats heette eigenlijk Trijntje Wijbrands, maar verkreeg haar bijnaam omdat ze getrouwd was geweest met een Duits soldaat in Hollandse dienst. Huizenga-Onnekes besloot de verhalen uit te geven – mét de spel- en schrijffouten van de 11-jarige Gerrit. Groninger Volksvertellingen I: Het Boek van Trijntje Soldaats kwam uit in 1928, en werd door Johan Dijkstra geïllustreerd in houtsneden. Nicolaas Werkman zorgde voor de vormgeving en drukte het boek. Deze publicatie wordt over het algemeen gezien als het eerste in het Nederlands geschreven sprookjesboek.

Publicaties, lezingen en andere werkzaamheden

Een jaar na Het Boek van Trijntje Soldaats volgde Groninger Volksvertellingen II: Het Boek van Minne Koning en in 1930 publiceerde Eilina Huizenga-Onnekes het boek Groninger Volksverhalen, dat was bewerkt door K. ter Laan. Daarna publiceerde Huizenga-Onnekes steeds vaker in kranten en tijdschriften dan in boeken. Ondertussen gaf ze veel lezingen en schreef ze voor het Nieuwsblad van het Noorden. Ook verdiepte ze zich steeds meer in de wereld van de knipselkunst en begon ze met fotograferen.

Huizenga-Onnekes was tevens actief in het verenigingsleven, waaronder het Groninger Genootschap en de Maatschappij van de Nederlandse Letterkunde, en bestuurslid van onder meer Stad & Lande en Het Groninger Landschap. Daarnaast was ze secretaris van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht in Ten Boer. De nazaten van Huizenga-Onnekes bezitten nog het notulenboekje en het prachtige vaandel van deze vereniging.

Eilina Johanna Huizenga-Onnekes overleed in 1956, op 73-jarige leeftijd. Ze werkte op dat moment aan een boek over spookverhalen in Groningen. Uiteindelijk bundelde Jacques Fijn van Draat haar verzameling griezelige volksverhalen tot het boek Heksen en duivelsverhalen van het Groningerland, dat uitkwam in 1969. Huizenga-Onnekes ligt begraven in Ten Boer. Op haar grafsteen staat, in grote blokletters, ‘folkloriste’.

<p>Illustratie: &quot;Line&quot; door Nienke Siegers</p>

Illustratie: "Line" door Nienke Siegers