Oorlog in Stad en Ommeland

1914-1945

Een verdwenen joods gezin in Groningen

Documentairemaker Marion Huisinga dook in de geschiedenis van haar Joodse overgrootvader Kornelis Rozema, die op de hoek van het Zuiderdiep en de Folkingestraat een meubelwinkel had. Ze ging op zoek naar haar familie, legde hun getuigenverklaringen vast en kwam verhalen op het spoor van kinderen die opgroeiden in de oude joodse buurt.
Het merendeel van de Groningse Joden werd in afgeladen treinen vol ouders, kinderen en bejaarden naar Westerbork getransporteerd van waaruit ze naar de vernietigingskampen in Polen werden gedeporteerd. Slechts een enkel kind werd op 11 juni 1943 op het beruchte kindertransport gezet, dat vanuit Kamp Vught via Westerbork naar Sobibor reed.

Een verdwenen joods gezin in Groningen

Nathan en Rachel Berkelo met hun dochter Esther, ca. 1923. Esther zou als enige van het hele gezin de holocaust overleven. - Foto: collectie Chelly Abram

In de zijmuur van de winkel van Rozema, aan de zuidkant van de Folkingestraat op de hoek met het Zuiderdiep, is een bronzen deur te zien in een blinde muur. De deur kan niet open want de klink ontbreekt, en daarmee staat het Portaal, zoals het kunstwerk heet, symbool voor de geschiedenis van de Folkingestraat, die eens het centrum was van de joodse buurt in Groningen. “Achter deze gesloten deur ligt de geschiedenis van de Folkingestraat verborgen. Een geschiedenis die nog maar door weinigen naverteld kan worden, omdat de meeste mensen die er eens leefden, tijdens de Tweede Wereldoorlog weggevoerd zijn.”

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1940 woonde de Joodse Kornelis Rozema met zijn niet-Joodse vrouw Renske Venema boven zijn winkel aan het Gedempte Zuiderdiep op nummer 87a, het hoekhuis aan het begin van de Folkingestraat. Het gezin Rozema telde vijf kinderen; dochter Jantje (1921), zonen Jan (1922), Henk (1926) en Kornelis (1930) en dochtertje Jetty (1935). Jantje overleed in 1926 op vijfjarige leeftijd.

In de Holocaust werd zoon Jan, die in de meubelwinkel werkte, tijdens een razzia opgepakt. Hij heeft ruim 3 jaar in een kamp in Duitsland gezeten. Ook vader Kornelis (Kees) verdween na 1943 bij tijd en wijle.

Jan Rozema keerde kort voor de bevrijding naar Groningen terug. Hij zat de laatste weken van de oorlog ondergedoken in de schuilkelder in het huis op nummer 87a. Het gezin Rozema overleefde de oorlog, waarschijnlijk door het gemengde huwelijk. De familie Rozema, die moest toekijken hoe bijna al hun dierbare Joodse buren en vrienden door de nazi’s werden weggehaald, heeft nooit meer over de oorlog willen praten. Totdat kleindochter Marion het taboe doorbrak en haar familie interviewde. Net op tijd, want ooggetuige Henk Rozema overleed tijdens de opnames in september 2016. Marion en Henk hebben elkaar slechts een keer ontmoet.

De familie Berkelo

Esther Berkelo (1923) woonde met haar ouders, Nathan en Rachel Berkelo-van Coevorden en haar twee zusjes Clara (1925) en Betje (1932) aan het Ged. Zuiderdiep 103c in Groningen. Vader Nathan was kelner.

Esther vertrok eind 1940 naar Amsterdam om daar te gaan werken. Clara was leerling-naaister in Groningen en de jongste van het gezin (Beppie) Betje speelde met haar vriendinnetjes, waaronder haar buurmeisje Jetty Rozema die op nummer 87a woonde. Op 12 april 1941 schreef Betje in het poëziealbum van Jetty:

Lieve Jetty,
Al sta ik op de schuine lijn,
Toch wil ik in uw album zijn.

Ter herinnering
aan
Beppie Berkelo

Toen Joden niet meer mochten werken, plaatste vader Nathan op 23 januari 1942 een advertentie in Het Joodsche Weekblad waarin hij zich aanbood als kelner of huisknecht. Niet lang daarna werd hij echter samen met andere Joodse werkloze mannen, waaronder zijn broers Philip en Michael, die beiden ook in de joodse buurt in Groningen woonden, tewerkgesteld in kamp Twilhaar. Nathan heeft zijn gezin vanuit kamp Twilhaar nog een ansichtkaart gestuurd en een foto.

<p>Nathan Berkelo (vooraan rechts) in kamp Twilhaar met zijn broers Philip (geheel links) en Michiel (midden). - Foto: Marion Huisinga</p>

Nathan Berkelo (vooraan rechts) in kamp Twilhaar met zijn broers Philip (geheel links) en Michiel (midden). - Foto: Marion Huisinga

Op 2 oktober 1942 werd Kamp Twilhaar leeggehaald en werden alle mannen via Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Nathans oudste dochter Esther werkte toen al in Amsterdam. Ze was net op tijd uit Groningen vertrokken. Maar haar moeder en zusjes, grootouders en andere familieleden werden in oktober 1942 op transport gezet en vergast. Alleen vader Nathan leefde tot 1944, toen werd ook hij vermoord. De in Groningen en Amsterdam wonende familieleden van Esther werden bijna allemaal vergast in Auschwitz. Haar tante Rebekka in Amsterdam en nichtje Clara (17 jaar) en neefje Benjamin werden op 11 juni 1943 vanuit Kamp Vught op het kindertransport via Westerbork naar Sobibor gezet, waar ze bij aankomst direct werden vermoord.

Confronterend

Esther Berkelo overleefde als enige van het gezin aan het Ged. Zuiderdiep 103c de Holocaust. Het heeft decennia lang geduurd voordat zij haar eigen dochter Chelly (1948) de oude joodse buurt in Groningen kon laten zien. Ze kwam wel in Groningen, maar bezocht alleen de Gorechtkade, waar haar tante Rika Bohemen-Berkelo woonde. Dat was een zuster van haar vader, die als enige van twaalf broers en zusters de oorlog had overleefd. Het was voor Esther jarenlang veel te confronterend om terug te gaan naar haar oude buurt waar iedereen was vermoord. Pas toen haar kleindochter 14 jaar werd, durfde ze de confrontatie aan en keerde terug naar het haar zo vertrouwde oude joodse centrum, dat gevuld is met herinneringen.

Op 6 en 7 juni 1943 werden bijna 1300 Joodse kinderen, meestal begeleid door slechts één van de ouders vanuit Vught via Westerbork naar het vernietigingskamp Sobibor gedeporteerd en daar meteen vermoord. Deze gebeurtenis wordt jaarlijks herdacht op het buitenterrein van Nationaal Monument Kamp Vught. Dit jaar (2017) wordt rondom de herdenking ook de documentaire vertoond die Marion Huisinga maakte over de gezinnen in de Groningse joodse buurt en een aantal slachtoffers die meereisden op dat beruchte kindertransport.