Onderweg

1914-1945

Een leven lang varen op de Erebus

Dien Veen-Heininga vertelt over het leven aan boord van de Erebus, toen zij met haar man, Michiel Veen, de Europese kustwateren bevoer. (De stuurhut van de Erebus is nog te zien in het Noordelijk Scheepvaartmuseum)

Een leven lang varen op de Erebus
De Erebus op volle zee, met Dien en Michiel bij de reling.

"Ik ben geboren in 1926 aan boord van de klipperaak Utilitas. We voeren met allerlei lading in Nederland, België en Duitsland. Natuurlijk moesten we allemaal helpen aan boord. Ik ging ook wel naar school, maar omdat we steeds in andere havens lagen, heb ik enorm veel lagere scholen van binnen gezien. Dat viel niet altijd mee, omdat we vaak snel weer verder moesten varen. Je had dan geen tijd om vriendinnen te maken. Bovendien waren er scholen die geen aandacht aan schipperskinderen besteedden, want die gingen toch al snel weer weg. Als kind wist je maar nooit of wat je geleerd had, aansloot bij wat ze in de klas deden. Het liefst ging ik naar de schippersscholen in grote plaatsen. Die waren ingericht voor schipperskinderen en daar ontmoette je ook kinderen met wie je langer vriendschap kon sluiten."

Aan wal

"Tot m'n 18de heb ik meegevaren, daarna ben ik aan de wal gaan werken. Later volgde ik de opleiding voor coupeuse en lerares coupeuse. Tot 1955 heb ik als lerares in een naaikamer gewerkt van een voogdij-inrichting voor kinderen in Middelburg. Daar heb ik nog een diploma kinderbescherming gehaald."

Michiel

"Ik heb Michiel leren kennen in 1947. Hij zat op de zeevaartschool en wilde stuurman en kapitein worden. Michiel was de zoon van een zeetjalkschipper. In 1954 werd hij kapitein van de Erebus, een coaster van ongeveer 600 ton uit 1950. Het was een redelijk nieuw schip. Er waren acht of negen man aan boord: Michiel als kapitein, een stuurman, een machinist, matrozen en een kok. Vanaf 1955 voer ik ook mee."

Koken

"Een goede kok was heel belangrijk aan boord. Het was een zware baan. De kok moest altijd klaar staan om iedereen van eten en drinken te voorzien. Aan het eind van de avond moest hij ervoor zorgen dat er 's nachts ook eten klaarstond voor degenen die de wacht hadden. Veel andere kapiteinsvrouwen kookten wel, maar ik kookte alleen als er geen kok beschikbaar was. Het was niet mijn lust en mijn leven."

Gewoon doorwerken

"Michiel was soms een strenge kapitein maar hij vond dat je, als je zeeman wou worden, het direct goed moest leren in de praktijk. Ik vond het wel sneu voor die jonge matroos die zo ziek in zijn kooi gekropen was, maar er toch weer uit moest van Michiel. Gewoon doorwerken was zijn motto."

Radioactieve lading

"Wij voeren voor rederij Schothorst en ons bevrachtingskantoor was Carebeka. De heren Schothorst waren goede reders voor hun bemanning. Eerst had de oude Hendrik Schothorst de leiding, later zijn twee zonen Edo en Lammert. 
Ik zal vertellen waarom we zo tevreden waren over deze rederij. Toen wij in Liverpool geladen hadden en in de sluis lagen, werden we tegengehouden, omdat we radioactieve lading aan boord bleken te hebben. Edo, die op de hoogte gesteld was, liet ons niet verder varen omdat hij niet wilde dat zijn bemanning in gevaar zou komen. Hij liet ons direct omkeren, ondanks druk van de agent om er niet zo moeilijk over te doen. Overigens bleek de straling bij controle onder de toegestane norm te liggen. 
Lammert voer regelmatig mee als machinist. Dat vonden we prettig en gezellig."

Onverwachte dingen

"Wat ik het leukste vond? Natuurlijk het reizen: onverwachte dingen die je meemaakte met mensen, aan boord of in een haven. Michiel hield alles nauwkeurig bij, omdat er wel eens iets mis kon gaan met de lading. Overal kregen we via de makelaar weer een andere lading. Daardoor hebben we heel wat havens bezocht. Ik heb ook geleerd nooit direct op je eerste indruk van mensen af te gaan. Soms kan iemand, die op het eerste gezicht niet zo geschikt lijkt voor zijn taak, toch een fantastisch mens blijken te zijn, die zijn vak echt in de vingers heeft."

Alles leek kalm

"En het naarste? Zeeziekte... Ik herinner me die orkaan in de Golf van Biskaje nog goed. Tevoren stond er wel een bries maar verder leek alles kalm, totdat de orkaan losbarstte. Het was vreselijk, ik kon vanuit ons verblijf niet bij de brug komen. Doordat we gelijk bijgedraaid zijn met de kop op de wind, konden wij het nog navertellen. (…) Voor de radio hoorden we later dat er toen veel schepen in moeilijkheden waren geraakt. Wij mochten gelukkig weer behouden de haven binnenvaren. "

Het einde van de Erebus

"Michiel en ik hebben achttien jaar samen gevaren. Het was een heerlijke tijd, maar er waren natuurlijk ook minder makkelijke perioden. Ons leven heeft zich vooral varend afgespeeld want we hadden tot 1966 geen huis aan de wal." 

"In 1973 kregen wij het bericht dat de Erebus zou worden gesloopt. Dat kwam hard aan. Het waren toen moeilijke tijden voor de scheepvaart. Michiel deed nog een aantal aflosklussen, maar kon zijn draai niet goed vinden. "

"Op een dag hoorden we dat de stuurhut van de Erebus in het scheepvaartmuseum stond opgesteld. Dat was een hele verrassing voor ons. Toen hij 54 jaar was, in 1977, kwam Michiel in dienst van het Noordelijk Scheepvaartmuseum. Ik had de leiding over de bezigheidstherapie in verzorgingshuis Maartenshof Ik werkte daar tot 1987 en in datzelfde jaar overleed Michiel. In 1996 vroeg het Scheepvaartmuseum om vrijwilligers. Ik heb me aangemeld en onder meer in de stuurhut gewerkt om bezoekers voor te lichten. Zo ben ik toch nog op een prettige manier betrokken bij het Noordelijk Scheepvaartmuseum en de Erebus."