Groninger kerken

1300-1945

Een kerkklok van Geert van Wou in Kloosterburen

De huidige kerk van Kloosterburen stamt uit 1843 en is gebouwd op de fundamenten van de oude kloosterkerk die in 1801 was ingestort. Alleen de zware zadeldaktoren uit 1685 bleef overeind. In de toren hangt een klok die oorspronkelijk waarschijnlijk in de Der Aa-kerk hing. De klok werd gegoten in 1501 door meestergieter Geert van Wou (1450-1527). 

Een kerkklok van Geert van Wou in Kloosterburen
De Hervormde kerk te Kloosterburen. - Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed via Wikimedia Commons

Meester-gieter

Geert van Wou wordt gezien als de belangrijkste luidklokkengieter die Europa gekend heeft, met name vanwege de omvang van de klokken die hij kon gieten. Van Wou werd in Nijmegen geboren als zoon van klokkengieter Willem van Wou. Later vestigde hij zich in Kampen waar hij een eigen bronsgieterij begon.

De klok gegoten door Van Wou in de toren van Kloosterburen
De klok gegoten door Van Wou in de toren van Kloosterburen

Zijn meesterstuk goot hij in 1497, de Gloriosa bestemd voor de Dom van Erfurt. Deze klok heeft een gewicht van 11.400 kg en wordt nog steeds beschouwd als de mooiste luidklok ter wereld. Zijn leven en kunde spreken tot de verbeelding. In de roman Hasse Simonsdochter van Thea Beckman komt Geert van Wou voor als een van de personages. Van zijn klokken zijn zo’n 140 bewaard gebleven.

Het ritme van de klok

Waarschijnlijk werden klokken voor het eerst in kloosters gebruikt. Het gebruik van een klok was hier van groot belang om de dagindeling aan te geven. Kloosterlingen leefden volgens een strikt dagelijks ritme van bidden en werken, dat met klokgelui gereguleerd werd. De eerste klokken hingen in een houten klokkenstoel. Pas na 1200 werd baksteen gebruikelijk om torens en kerken van te bouwen. Klokken werden ook gebruikt om alarm te slaan bij brand, storm of overstroming. Het kerkelijk en wereldlijk gebruik van de klokken liep dus door elkaar.

Later werden klokken ook gebruikt om het begin van de dienst aan te geven en bij bruiloften en begrafenissen. Maar ook tegen allerlei dreigingen van natuurkrachten werden de klokken ingezet, zoals bij onweer. In de klokopschriften werd dit verwoord “Ik jaag de demonen angst aan, ik verdrijf de pest.”  Ook staat er vaak in het opschrift te lezen aan welke beschermheilige de klok werd gewijd. Dit was vaak dezelfde als bij de kerk, maar dit hoefde niet. Bij de inwijding van een nieuwe klok werd een heel ritueel opgevoerd.

Tijdens de reformatie werd het gebruik van de luidklokken ingeperkt. Ook de ‘klokkendoop’, de ingebruikname van de nieuwe klok met veel rituelen, werd afgeschaft. Pogingen om het klokgelui helemaal af te schaffen stuitten op veel verzet. Het klokgelui was inmiddels zo met het dagelijks leven verweven dat men niet meer zonder kon.

Wie met klokken schiet, wint de oorlog niet

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden veel kerkklokken door de bezetter geconfisqueerd en omgesmolten tot wapentuig. Zo’n 6500 klokken verdwenen uit hun toren, waarvan er 4700 voorgoed verloren gingen. Officieel waren de klokken van voor 1600 hiervan uitgesloten, maar desondanks sneuvelden enkele eeuwenoude exemplaren. Sommige werden verstopt door het verzet en zo in veiligheid gebracht. Dorpsbewoners zagen met lede ogen aan dat hun vertrouwde klokken werden ingevorderd. Een rijmpje uit deze tijd luidt: “Wie met klokken schiet, wint de oorlog niet.”

Van de 296 klokken die Groningen telde zijn er 166 verloren gegaan. In het voorjaar van 1943 werden alle klokken in Groningen uit hun toren gehaald en getransporteerd naar opslagplaatsen. Van hieruit werden ze per schip naar Hamburg vervoerd. Een schip met een lading gevorderde klokken aan boord zonk op weg naar Duitsland, de 226 klokken werden na de bevrijding weer opgevist. 

Door slimme onderhandelingen met de bezetter konden de klokken in de Martinitoren de hele oorlog blijven hangen en werden merkwaardig genoeg zelfs in deze tijd gerestaureerd. De klokken uit de kerk van Garmerwolde sneuvelden echter. In de kerk hangt nog een gedicht dat aan deze gebeurtenis refereert.

Veel monumentale klokken sneuvelden, maar de klok van Hornhuizen uit 1617 werd gelukkig ongeschonden teruggevonden. Op de klok staat in verf te lezen: “wie de klok steelt uit de toren, heeft de oorlog reeds verloren.” Ook de klok van Kloosterburen doorstond het oorlogsgeweld en is na de bezetting weer terug gehangen op zijn oude plek.