1815-1989

Een gevaarlijk kat-en-muisspel aan de grens

De Lethe is een buurtschap ten oosten van Bellingwolde; langgerekt en evenwijdig aan de Duitse grens. Het ligt er ingedut bij, landelijk en gemoedelijk. Dat is wel eens anders geweest.

Een gevaarlijk kat-en-muisspel aan de grens

Het douanekantoor bij de grens bij Bellingwolde, ca. 1930. - Foto: www.beeldbankgroningen.nl (1986-9859)

 

De gerestaureerde verdedigingswerken, een redoute en een flèche, met daartussen de Soldatendijk, werden in de 18e eeuw aangelegd om het land te beschermen, maar in de praktijk voornamelijk gebruikt om smokkelpraktijken te bestrijden.
In de 19e eeuw was het niet anders. In de Opregte Haarlemsche Courant van 16 februari 1853 stond te lezen dat in De Lethe, op een bevolking van zo'n 250 inwoners, slechts vier huishoudens tot de landbouwersstand behoorden en dat alle andere inwoners, mannen, vrouwen en kinderen, zich uitsluitend bezig hielden met het 'insluiken' van aan accijns onderworpen goederen.

Reden voor feest

Voor arme boerenarbeiders, die 's winters niets konden verdienden, was smokkelen één van de weinige manieren om het hoofd boven water te houden. Niet de netste, maar wel een lucratieve. Alles wat aan één van beide zijden van de grens ook maar iets goedkoper was, was het smokkelen waard. De belangrijkste smokkelwaar was jenever, maar ook in suiker en klontjes werd flink 'gehandeld'.

De jenever werd vlak over de grens uit Duitsland gehaald en op bestelling geleverd in de regio. Maar de inwoners van De Lethe lustten er zelf ook wel pap van! Geen gelegenheid werd onbenut gelaten en geen reden was te gek voor een feestje. Het binnenhalen van de oogst, het slachten van een varken, tegen de kou of de warmte, bij buik- en kiespijn. Zo constateerde ene Grietje Smit eens, na het tellen van de 28 vlooien die ze 's nachts gevangen en in de po verdronken had, dat dat een record was en dus een zuivere reden voor een feest!

Jong geleerd

Kinderen kwamen al vroeg in aanraking met sterke drank. Ze kregen een foppertje in de mond, een katoenen lapje, gevuld met suiker, dichtgebonden met een draadje en gedrenkt in jenever. Je had er geen kind aan 's nachts. Maar ook 'wurms' en pijn bij het wisselen van de gebitjes werd verdreven met drank.

Jenever werd gesmokkeld in rekbare varkensblazen die men snel in het water of hoge gras kon laten verdwijnen bij dreigend gevaar. Soms was lekprikken de enige mogelijkheid om te voorkomen dat men met smokkelwaar werd betrapt. Want het 'sluiken' was niet zonder gevaar. De grens werd bewaakt door commiezen, die zo nodig met scherp schoten. Er was een heel seinsysteem bedacht om elkaar te waarschuwen. Baanderdeuren die open of juist dicht waren. Wasgoed aan de lijn om aan te geven of er een patrouille op pad was. En als het lukte om de commiezen te misleiden, had heel De Lethe pret.

Geen concurrentie

Een paar mannen uit Pekela, die hun geluk ook eens wilden beproeven, vroegen in De Lethe de weg naar een leverancier in Duitsland. Dat werd hen verteld, maar bij terugkomst werden ze opgewacht door 'commiezen', heel geloofwaardig gekleed in pelerine's. De 'burgemeester', met een voor de gelegenheid geleende hoed, veroordeelde de mannen tot een boete van 25 gulden en verbeurdverklaring van hun smokkelwaar. Ze konden berooid en met lege handen vertrekken naar Pekela. Daarna was het vier dagen feest in De Lethe. Eerst werd de buit opgedronken en daarna werd voor de 25 gulden nieuwe voorraad gehaald.

Smokkelaar bedrogen

Dat het voor de autoriteiten dweilen met de kraan open was, blijkt wel uit het feit dat ene Albertje Loeks precies 123 keer werd veroordeeld voor smokkelpraktijken. Grensbeambten moesten slim zijn. Zoals de commiezen die met een list een kudde gesmokkelde schapen konden onderscheppen. Ze hoorden de dieren vlak over de grens, maar moesten constateren dat de smokkelaars onraad roken. Eén commies vertrok, met de jas van de ander aan een stok over zijn schouder. In het bijna duister leek het of beiden vertrokken. Even later kon de achtergebleven beambte de smokkelaar én schapen inrekenen.

Het smokkelen was dus een bij tijden gevaarlijk kat-en-muisspel, waar in de loop van de 20e eeuw een eind aan kwam. Met het Verdrag van Schengen ('85/'86) en later het wegvallen van de grenscontroles, kwam er een eind aan de smokkelpraktijken en werd De Lethe een keurig dromerig gehucht te midden van natuurgebied. Maar de verhalen leven voort!

In 1967 schreef Wiert Kruise alles op wat hij zich wist te herinneren over De Lethe en de inwoners. In 2004 werd het verhaal gedigitaliseerd en aangevuld met beeldmateriaal door Geert van der Laan. Het hele verhaal is te vinden op www.dorpsraadbellingwolde.nl/fotos-vroeger-nu

<p>Het douanekantoor bij de grens bij Bellingwolde, ca. 1930. - Foto: <a href="http://www.beeldbankgroningen.nl" target="_blank">www.beeldbankgroningen.nl</a> (1986-9859)</p>

Het douanekantoor bij de grens bij Bellingwolde, ca. 1930. - Foto: www.beeldbankgroningen.nl (1986-9859)