Van Adorp tot Zuurdijk

1945-1989

Een boortoren naast je huis; herinneringen aan toen

Vanuit Thesinge fietsend richting Garmerwolde komt u circa honderd meter na het bordje 'Einde bebouwde kom' een heel interessante plek tegen. Rechts van u ziet u namelijk de gaslocatie liggen waarop ooit de eerste gasput van de provincie Groningen geboord is. 

Over die eerste boring gaat dit verhaal. Ik had namelijk in het dorp al eens gehoord dat Eltje van Huis daar een prachtig verhaal over kon vertellen. Dus op een zaterdagochtend ging ik bij Eltje en Francien op koffiebezoek en hoorde in geuren en kleuren wat er zich vroeger bij die eerste boring heeft afgespeeld. De NAM was toen op zoek naar olie. Maar ze vonden gas. En bijna was dat boren uitgelopen op een enorme ramp.
De herinneringen zijn nu bijna zestig jaar oud maar nog steeds springlevend, zo blijkt als je Eltje ernaar vraagt. Hij heeft als twaalfjarige jongen het hele boorgebeuren en de bijna-ramp van dichtbij meegemaakt. De boortoren stond namelijk op het land van zijn vader, slechts een zestig meter van de boerderij verwijderd.

"...als je dan vervolgens het wisselgeld mag houden, dan leert dat snel."

Goed voor de dorpen

"Zo'n boorlocatie werd toen in ongeveer twee maanden opgebouwd," vertelt Eltje, "inclusief de toren die met bouten en moeren uit kleine delen in elkaar werd gesleuteld."
De mannen die er werkten (vrouwen zag je in die tijd in dat beroep nog niet) waren bijna allen Amerikaan. Dat gaf soms wel wat spraakverwarring, maar een goed verstaander had aan een half woord genoeg en zoals Eltje zegt: "Als zo'n Amerikaan je een gulden geeft met de vraag om voor hem in het dorp even sigaretten te kopen en als je dan vervolgens het wisselgeld (70 cent) mag houden, dan leert dat snel."
 

"En ze reden in van die grote Amerikaanse sleeën," weet hij nog. "Daarin mocht je dan soms ook mee, bijvoorbeeld even een ritje naar het station in Groningen omdat er een boormonster verstuurd moest worden. Je voelde je de koning te rijk als je in zo'n kar zat. En je mocht zo'n slee soms ook wassen. Dat verdiende pas goed: vijftien gulden was heel normaal."
 

Eltje vervolgt enthousiast: "Die boorjongens werkten dag en nacht door, in een vierploegendienst. Ze waren in de kost bij een aantal families in Garmerwolde en Thesinge en losten elkaar ook daar af; een beste business. Behalve dan de bazen, die zaten in de stad, in hotel-restaurant Weeva."
 

"Dat boren gaf dus ook dag en nacht herrie. In het begin hoorde je die motoren natuurlijk wel brullen maar later was je eraan gewend en viel het juist weer op als ze even stil waren; die motoren, dat was wat." Zulke grote had hij nog nooit gezien.

"Het hele boorterrein lag open en bloot in het weiland. Iedereen kon zo de locatie oplopen."

Mega

"Trouwens, alles was groot en zwaar. Ook de vrachtwagens die materiaal kwamen leveren of de afgewerkte boorspoeling kwamen ophalen. De smalle weggetjes waren daar duidelijk niet op berekend, maar alle schade werd altijd weer hersteld of vergoed. De afgewerkte boorspoeling werd naar een stortpunt (het riool) in Groningen gebracht, dus met die vrachtwagens mocht ik ook vaak mee. Ik liep er namelijk elke dag wel rond. Dat kon ook gemakkelijk want het hele boorterrein lag open en bloot in het weiland. Iedereen kon zo de locatie oplopen. Zo brachten mijn ouders elke zondagochtend koffie naar de mannen en 's winters, toen het koud werd, 's avonds nog een keer. Omgekeerd liepen de boorjongens naar de boerderij als ze iets nodig hadden. Bijvoorbeeld: tijdens de maanden dat ze de boortoren opbouwden hadden ze nog geen telefoon. Als ze voor het een of ander moesten bellen, dan gebeurde dat op de boerderij. Nu volstrekt onvoorstelbaar, maar toen heel gewoon."

"Alle vee in de buurt moest uit de weilanden gehaald worden en de bewoners van de dichtstbij gelegen boerderijen werden gevraagd om hun waardevolle spullen uit huis te halen..."

De bijna-klap

"Dat zomaar de locatie oplopen veranderde wel," zegt Eltje, "toen er iets faliekant misging bij het boren en de boorput plotseling gas en spoeling begon te spuiten. Dat gaf een ongelofelijke herrie en troep. De boerderij van Van de Borg, schuin aan de overkant van de weg, zat helemaal onder de prut. Mijn ouders hadden geluk dat de wind die dag niet op hun boerderij stond. En gelukkig vatte het gas geen vlam. Maar dat kon natuurlijk alsnog gebeuren, dus alle vee in de buurt moest uit de weilanden gehaald worden en de bewoners van de dichtstbij gelegen boerderijen werden gevraagd om hun waardevolle spullen uit huis te halen of om die spullen dicht bij de hand te houden (in de buurt van het raam van de kamer die het verst van de boortoren aflag), want als het misging kon er een beste klap komen - je wist immers maar nooit."

"Omdat er gas ontsnapte moest de locatie vanaf toen ook bewaakt worden. Dat karweitje werd uitbesteed aan de oudere dorpsbewoners van Garmerwolde en Thesinge (de AOW'ers). En er moest snel een groot stevig hekwerk komen om het hele terrein (ongeveer één hectare groot). Daarmee werd smid Kampen uit Thesinge belast. Een beste klus: op een gegeven moment was het halve dorp en de hele roeiploeg van Aegir ingeschakeld. De opdracht werd tot volle tevredenheid van de NAM uitgevoerd, want al snel volgden er (steeds meer) vervolgopdrachten voor smid Kampen. Zo is Kampen (in Hoogezand) groot geworden in de olie-, gas- en offshore-industrie.
Na een week of vijf was de put weer onder controle. En nog weer een paar maanden later was de boorklus geklaard en werd alles afgebroken en afgevoerd."

De boortoren op Ten Boer-1 In het najaar van 1956; op de achtergrond de boerderij van Van Huis, nu Vink (bron: 'Veertig jaar NAM', maart 1988)
De boortoren op Ten Boer-1 In het najaar van 1956; op de achtergrond de boerderij van Van Huis, nu Vink (bron: 'Veertig jaar NAM', maart 1988)

Het einde

Een paar jaar geleden, in het vroege voorjaar van 2008, is de oude gasput opgeruimd.
"Toen ben ik weer even op de gaslocatie wezen kijken, ik werd samen met Ben Vink door de NAM uitgenodigd," vervolgt Eltje. "Wat een verschil met vijftig jaar geleden. Niet alleen was de boortoren kleiner dan toen, ook het oprichten van de toren (met een hydraulisch systeem) duurde nu een paar uur. Destijds was dat een paar weken. En alles was net een laboratorium, zo netjes. Vanachter enkele computers bestuurden de boorjongens het totale proces. En wat ook opviel: totaal geen herrie. Geen brullende diesels maar een fluisterstil aggregaat; alles ging met elektromotoren. En je kon vanaf de weg niets zien. Tussen de weg en de boortoren werd namelijk meteen een geluidswerende wand van misschien wel zes meter hoog geplaatst. En al een paar weken later was de klus klaar, de oude gasput Ten Boer-1 weg, en het terrein weer in de oude staat," besluit hij.

Hieronder volgt nog wat technischeinformatie over gasput Ten Boer-1. Deze informatie is ontleend aan literatuur van de NAM en Shell.

Op deze gaslocatie aan de Lageweg waren vroeger twee gasputten gesitueerd. De put die het dichtst bij de weg ligt, daar waar nu nog slechts een dunne leiding met een manometer uit het beton omhoogsteekt, was gasput Ten Boer-1, de oudste gasput van Groningen. Op 24 oktober 1955 maakte de NAM namelijk bekend dat er bij Thesinge aardgas was aangetroffen in haar boring Ten Boer-1. Op ongeveer 2700 meter diepte. Ze waren daar in het Zechsteingesteente op zoek naar aardolie en vonden dus gas. De boring loopt kort daarna echter volkomen uit de hand. Tijdens het neerlaten van zogenaamde kernapparatuur dienen zich problemen aan: er wordt sterke gaswerking geconstateerd en de druk loopt onverwacht snel op. Omdat er tegelijkertijd mankementen ontstaan aan een veiligheidsafsluiter en aan de hogedrukspoelslangen wordt de boorspoeling compleet de put uitgeblazen. De boerderij aan de overkant van de weg, die op dat moment benedenwinds ligt, krijgt de volle laag. Groot alarm. Gelukkig ontbrandt het ontsnappende gas niet. Maar de toestand is zo kritiek dat de hoogste directeur van de NAM ter plekke zelf de leiding neemt. Na vier à vijf weken keihard werken krijgt men de put op 6 november 1955 weer onder controle en is het gevaar geweken. Een paar maanden later wordt de put nog wel verdiept naar 2800 meter, maar dan wordt met boren gestopt omdat er nog steeds geen olie gevonden is (gas was in die dagen nog een bijproduct).

Als er nog 40 à 50 meter dieper geboord was, zou toen al het Groningen gasveld ontdekt zijn.

Ze stopten, zoals later bleek, in de kleilaag die daar als afsluitende laag pal boven het grote Groninger gasveld ligt. Als er nog 40 à 50 meter dieper geboord was, zou toen al het Groningen gasveld ontdekt zijn. Let wel: in de gemeente Ten Boer! Nu gebeurde dat ruim drie jaar later: op 22 juli 1959 in de gemeente Slochteren. Jammer dus voor Ten Boer. De gasput Ten Boer-1 heeft tussen 1956 en 1960 nog wel Zechstein-gas geproduceerd, onder andere voor Stad. In 1967 is nog geprobeerd of van deze put een zogenaamde observatieput voor het Groninger gasveld gemaakt kon worden maar tijdens een inspectie bleek dat de put diep in de grond technisch niet geheel voldeed aan de eisen die de NAM inmiddels hanteerde. Men heeft toen besloten om de put te laten voor wat hij was, en ernaast (achter op de locatie) een nieuwe observatieput te boren. In 2008 tenslotte, is de oude gasput geruimd. Onderdelen van deze ruim vijftig jaar oude put waren moeilijk of helemaal niet meer te krijgen, vandaar. Op de plek van gasput Ten Boer-1 staat nu enkel nog een drukmeetpunt.