Groninger Vrouwengalerij

Dientje Dull: een betrokken feministe

De Nationale Tentoonstelling voor Vrouwenarbeid was het hoogtepunt van de eerste feministische golf van de negentiende eeuw. Eén van de initiatiefneemsters was de Groningse Dientje Dull (1854 – 1941).

Dientje Dull was een actief lid van het vrouwennetwerk dat in de negentiende eeuw in de stad Groningen bestond. Ze was lid van talloze vrouwenorganisaties en -verenigingen. Hoewel er weinig over Dull geschreven is, is het duidelijk dat zij zich als strijdlustige feministe door stad en ommelanden bewoog.

Winschoten

Herberdina Margaretha Rebecca Maria (Dientje) Dull werd in 1854 geboren in Winschoten als dochter van Carel Wilhelm Dull en Sibendina Johanna Quintus. Haar vader Carel Dull was rechter in het Provinciaal Gerechtshof in Groningen. Ze groeide als protestants meisje maar ging naar de openbare school in de stad Groningen. Na de basisschool ging ze naar de “Franse School”.

Vrouwenbeweging

Dientje Dull volgde in 1887 een cursus voor ziekenverpleging. Naar haar eigen zeggen wakkerde deze cursus de lust en het plichtsgevoel aan om op andere manieren behulpzaam in de maatschappij te zijn. Dit was voor haar het begin van haar aandeel in de vrouwenbeweging, die zich in de tweede helft van de negentiende eeuw in Groningen begon te ontwikkelen.

Ze was lid van een hele lijst aan (vrouwen)organisaties: De Vereeniging de Vrouwenbond, de Nationale vereniging voor vrouwenarbeid, de Naaistersbond, de Nederlandse Bond voor ziekenverpleging afdeling Groningen, Vereniging, vereniging tot opvoeding van verlaten, verwaarloosde en verweeste kinderen, Commissie van toezicht op de kweekschool voor onderwijzeressen, de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht, Tesselschade afdeling Groningen, Tentoonstelling voor vrouwenarbeid afdeling ziekenverpleging en nog enkele organisaties en/of verenigingen.

Gedurende haar participatie binnen de vrouwenbeweging maakte zich voornamelijk hard voor de ziekenverpleging. Zo zorgde ze in 1900, met succes, voor een extra wijkverpleger in de stad Groningen.  

Vrouwenbond

In alle waarschijnlijkheid had Dientje Dull een hechte vriendschap met mede-feministe Cato Pekelharing-Doijer. Vermoedelijk hebben beide dames elkaar ontmoet via één van de organisaties en verenigingen waar zowel Dull als Pekelharing-Doijer lid van waren. Beide waren betrokken bij de oprichting van de Vereeniging de Vrouwenbond op 26 november 1894. Dull was van april 1908 tot omstreeks 1911 presidente van de Vrouwenbond.

De Nationale Tentoonstelling voor Vrouwenarbeid

Vanuit haar lidmaatschap nam Dientje Dull, tezamen met Groningse dames Cateau Worp-Roland Holst en Cato Pekelharing-Doijer, het initiatief om een tentoonstelling over vrouwenarbeid te organiseren. De tentoonstelling opende haar deuren in de zomer van 1898, te Den Haag. Dull hield zich voornamelijk bezig met de afdeling over ziekenverpleging. De tentoonstelling was een groot succes en Dull ervaarde dit als hoogtepunt van haar werkzaamheden voor de vrouwenbeweging.

Een onverwacht huwelijk

Na het overlijden van haar vriendin Cato Pekelharing-Doijer, nam Dientje Dull het initiatief voor het C.G Pekelharing-Doijerfonds. Dit was een fonds dat meisjes steun verleende voor een vakopleiding aan de Industrieschool voor meisjes te Groningen. Dull was het merendeel van haar leven ongehuwd gebleven maar op 12 september 1916 stapte ze in het huwelijksbootje met weduwnaar Adrianus Pekelharing.  In juli 1917 vertrokken Dientje Pekelharing-Dull en Adrianus Pekelharing naar Hilversum. In februari 1941 stierf ze aldaar op 86-jarige leeftijd.

Een betrokken feministe

Door haar maatschappelijke betrokkenheid ontpopte Dientje Dull zich als strijdlustige feministe. Haar feminisme had voor Dull een hechte vriendschap en een onverwacht huwelijk als gevolg. Door haar overgrote aandeel in de vrouwenbeweging heeft ze een grote stempel gedrukt op de eerste feministische golf.