Groninger kerken

1648-1914

Orgelmakers Snitger en Freijtag: het orgel van Zuidhorn

Orgelmakers Snitger en Freijtag: het orgel van Zuidhorn

Het orgel van Zuidhorn, gebouwd door Frans Casper Snitger. - Foto: Kees Kugel

Op een mooie nazomerdag in september van het jaar 1792 rijdt een boerenwagen van het haventje van Briltil naar Zuidhorn. Er zijn die dag al tientallen wagens gepasseerd, dus niets bijzonders, zou je zeggen. Wie beter kijkt, ziet echter dat deze wagen een wel zeer bijzondere lading heeft: ingepakt in dekens verhuizen honderden orgelpijpen van de orgelmakerij in de stad Groningen naar de kerk van Zuidhorn. Ze zijn per schip via het Hoendiep uit Groningen gekomen.

De kerkvoogdij van de Hervormde Kerk van Zuidhorn heeft opdracht gegeven voor de bouw van een geheel nieuw orgel aan de orgelmakers Frans Casper Snitger jr. en Heinrich Hermann Freijtag. Geen Nederlandse namen, zult u zeggen. De orgelbouwmeesters Snitger en Freijtag zijn inderdaad beide afkomstig uit Duitsland. Orgelmaker Frans Casper Snitger jr. draagt een in orgelkringen wel heel bekende naam: zijn grootvader Arp Schnitger (de ch is later uit de naam verdwenen) heeft orgels gebouwd in heel Noord-Europa, zelfs in Rusland. Er zijn zelfs orgels van zijn hand naar Portugal en Brazilië verscheept. Ook zijn vader is een beroemdheid: Franz Caspar Schnitger sr. voltooide bijvoorbeeld het grote orgel in de Michaëlskerk te Zwolle en verbouwde het orgel in de Laurenskerk te Alkmaar. Na zijn vroege dood trouwde zijn vrouw met de orgelmaker Albertus Anthonie Hinsz, eveneens een klinkende naam in de orgelwereld.

Casper en Freijtag bundelen krachten

Frans Casper jr. is niet zo'n grote sinjeur als zijn vader: hij is een bescheiden man, die moeite heeft de orgelmakerij van zijn stiefvader Hinsz na diens dood in 1785 draaiende te houden. Veel verder dan het plegen van onderhoud en het verrichten van reparaties komt het niet. Hij begrijpt dat hij zijn firma een bredere basis moet verschaffen en sluit een compagnonschap met de ambitieuze Heinrich Hermann Freijtag, uit Hamburg afkomstig. Deze is in ambachtelijk en artistiek opzicht tot meer in staat. Hij is verantwoordelijk voor het ontwerp en de uitvoering van een serie nieuwe orgels die in diverse dorpen in de provincie Groningen worden geplaatst: Bierum, Zuidhorn, Bellingwolde, Zuidbroek, Finsterwolde, Oostwold.

'Goeden hals'

Stuk voor stuk overtuigen deze orgels tot op de dag van vandaag door hun uitzonderlijke klankkwaliteit. Er is een uitspraak over Frans Casper Snitger jr. bewaard gebleven van Jacob Wilhelm Lustig, organist van de Martinikerk van 1728-1796. Lustig is niet gewend zijn mening onder stoelen of banken te steken. Als het kerkbestuur van Uithuizen in 1785 een orgelmaker zoekt voor het onderhouden en stemmen van het Schnitgerorgel, beveelt Lustig Freijtag aan met uitsluiting van den goeden hals F.C. Snitger. Met goede hals bedoelt Lustig: enigszins onnozele persoon. Hij wilde dus wel met Freijtag in zee gaan, maar niet met Snitger.

Orgelbouwmeester Freijtag heeft persoonlijk Zuidhorn bezocht en heeft met het kerkbestuur overlegd. Het contract voor de bouw van een eenklaviers orgel met twaalf stemmen wordt getekend. De dispositie bestaat uit de volgende registers (volgens de schrijfwijze van het contract): Praestant 8’, Bourdon 16’, Holpijp 8’, Speelfluit 4’, Octaaf 4’, Nassat 3’, Gedakt Fluit 4’, Octaaf 2’, Woudfluit 2’, Sexquialter 2 sterk, Mixtuur 4-5-6 sterk, Trompet 8’. Het pedaal heeft geen zelfstandige stemmen, maar is aan het manuaal aangehangen.

Op 29 maart van het jaar 1793 verzendt Johannes Tammen, de organist van de Groninger Academiekerk, zijn keuringsrapport aan het kerkbestuur van Zuidhorn. Hij heeft twee dagen de tijd genomen om het orgel te keuren. Daarvoor heeft hij f30,- ontvangen. Dat is een vorstelijke beloning, als men bedenkt dat de balgentreder voor een heel jaar wind maken f7,- ontving. In zijn rapport is Tammen lovend over het orgel. Hij hoopt dat het instrument tot in lengte van dagen de lof van zijn makers zal wegdragen.

Inwijding van het orgel

Op zondag 1 april 1793 is het feest in Zuidhorn: het nieuwe orgel in de Hervormde Kerk wordt ten godsdienstigen gebruike ingewijd. Johannes Tammen bespeelt het nieuwe orgel. Dominee Johannes Ernestus Winter beklimt de kansel. Hij is al vijftien jaar predikant in Zuidhorn en zal nog achtenveertig jaar blijven. In zijn lange leerrede, die later in druk is verschenen, bespreekt hij uitvoerig de functie van de muziek in de eredienst. Zijn preek duurt bijna anderhalf uur. De heren Snitger en Freijtag zijn in de kerk aanwezig en worden door dominee Winter persoonlijk toegesproken, evenals de borgheren Clant en Siccama. De vurige patriot Winter prijst hen omdat zij zich niet verheffen boven het gewone volk, maar zich verheugen in de gelijkheid van alle mensen. Daar zullen ze niet blij mee zijn geweest!

Het orgel door de jaren heen

Wat zijn de lotgevallen van het orgel van Zuidhorn na de ingebruikname? Een aantal decennia is het onderhoud verricht door de firma Freijtag. Daarna komen we de namen Lohman en Van Oeckelen tegen. Het jaar 1924 is een rampjaar: het orgel wordt door de firma P. van Dam verbouwd tot tweeklaviers pneumatisch instrument. In 2012 is het orgel gereconstrueerd naar de toestand van 1793, door Mense Ruiter Orgelbouw te Zuidwolde, in samenwerking met Orgelmakerij Van der Putten te Finsterwolde. En wat blijkt: het vakmanschap van Snitger en Freijtag is weer volop waarneembaar, voor wie zijn oren opendoet!

Het orgel is in de eredienst op zondag te beluisteren. Belangstellenden kunnen op afspraak het orgel bespelen. Meer informatie is te vinden op de website van de kerk: www.hervormdzuidhorn.nl. Wie meer wil weten over het orgel kan informatie vinden op de website www.kees-kugel.magix.net/website.

<p>Interieur van de kerk van Zuidhorn. - Foto: Kees Kugel</p>

Interieur van de kerk van Zuidhorn. - Foto: Kees Kugel