Van Adorp tot Zuurdijk , Groninger kerken

1815-1914

De ooievaars van Niehove

In de kerk van Niehove treft de bezoeker een kleine expositie van voorwerpen aan die te maken hebben met de historie van dit kleine dorp. Onder andere is daar een klein ruitje te zien, in lood gevat. Op het glas is de Niehoofster kerk afgebeeld met midden op het dak op een paal een ooievaarsnest. Dit ooievaarsnest heeft ook in werkelijkheid vele eeuwen lang het dak van deze kerk gesierd.

De ooievaars van Niehove
Foto: Eelco Cramer via Flickr

Over de ooievaars, die hier elk voorjaar weer verschenen, schreef ds. L.M. de Boer (predikant in Niehove van 1875 tot 1884) eens: “Sedert menschenheugenis is dit nest telken jare door ooievaren bewoond geweest, zoodat de familie als het ware met ons dorp vereenzelvigd is geworden en een belangrijk deel uitmaakt van zijne geschiedenis. Wee den mensch, die onze ooievaren beleedigde…”

Het ruitje met daarop afgebeeld de kerk en het nest - Foto: www.beeldbankgroningen.nl (818-20885)
Het ruitje met daarop afgebeeld de kerk en het nest - Foto: www.beeldbankgroningen.nl (818-20885)

Ds. De Boer was bijzonder gesteld op de langbenige gasten, die elk jaar naar Niehove kwamen. Hij componeerde voor de vogels zelfs een welkomstlied van maar liefst acht coupletten. In de toelichting bij het gedicht beschrijft hij hun aankomst in Niehove:

…omstreeks 19 April komt eerst het mannetje over, blijft dan een paar dagen toeven in en om het dorp, en verdwijnt dan weer. Drie dagen daarna komt hij met zijn wijfje terug, en nu beginnen ze met ijver het nest, dat door de zorg van Kerkvoogden nagezien en gereinigd is, in staat van bewoonbaarheid te brengen. Menig harden strijd moet er dan nog soms gestreden worden tegen vreemde indringers, waarschijnlijk eigen kinderen van een vorig jaar, die het prachtige nest voor zich willen bemachtigen; welke strijd echter altijd met de overwinning van de eerste bezitters eindigt.

In het welkomstlied voor de ooievaars demonstreert ds. De Boer zijn warme gevoelens voor de vogels. Dat blijkt onder andere uit het derde couplet van het gedicht. De zomergasten worden in het gedicht beschreven als geluksbrengers.

Een enkele maal moesten de ooievaars bijna het onderspit delven. Maar dan kwamen dorpsbewoners de vogels te hulp om hun nest te heroveren op indringers. Aan het einde van de zomer, meestal op de ochtend van de 28ste augustus, verlieten de ooievaars met hun jongen Niehove en gingen weer op weg naar het zuiden.

Gevlogen

De komst van de grote vogels in Niehove werd door de dorpsbewoners zeer op prijs gesteld. Al vroeg in het voorjaar werd het nest op het dak van de kerk in orde gemaakt. Aan het einde van de negentiende eeuw maakten kerkvoogden zich ongerust omdat ze de ooievaars al een aantal jaren niet meer op het nest boven op het dak van de kerk hadden gezien. Inmiddels hadden kerkvoogden het ruitje met de kerk en het ooievaarsnest laten inlijsten en in de kerk laten ophangen, omdat zij bang waren dat het anders door de schooljeugd zou worden vernield. Het nest zelf werd nog enkele malen hersteld en toen het eens door een storm van het dak was gewaaid, werd het nest opnieuw op het dak geplaatst. De ooievaars lieten zich echter niet meer zien. 

In het voorjaar van 1920, toen de ooievaars al dertig jaar niet meer verschenen waren, gaven kerkvoogden de hoop op dat de prachtige vogels Niehove ooit nog eens zouden aandoen. De enkele paal die nog over was van het nest, werd van het dak gehaald. Het nest werd daarna niet meer herplaatst.

De kerk van Niehove, met ooievaarsnest op het dak, in 1903. De ooievaars waren toen al jaren niet meer gezien. - Ansicht www.beeldbankgroningen.nl (1986-13512)
De kerk van Niehove, met ooievaarsnest op het dak, in 1903. De ooievaars waren toen al jaren niet meer gezien. - Ansicht www.beeldbankgroningen.nl (1986-13512)