De missie van Tonnis Post en Pieter Bloemers Middendorp

De één was arts, de ander fotograaf. Maar het lot van armlastige bewoners bracht hen bij elkaar. In woord en beeld legden fotograaf Tonnis Post en arts Pieter Bloemers Middendorp de armoede vast. Dankzij hun inspanning nam Nederland begin twintigste eeuw kennis van erbarmelijke woontoestanden in Westerwolde.

De missie van Tonnis Post en Pieter Bloemers Middendorp

Kinderen in een schuurtje met bedstede, gefotografeerd in opdracht van huisarts Pieter Bloemers Middendorp, 1914. – Foto: Tonnis Post, www.beeldbankgroningen.nl (818-2413)

De jonge Pieter Bloemers Middendorp (1877-1958) krijgt als student geneeskunde bij toeval een prentbriefkaart onder ogen. Hij aanschouwt een krakkemikkige hut ergens in Drenthe, in Hollandsche Veld. De bewoners zien er haveloos en armoedig uit, het interieur armetierig en mensonwaardig. De foto maakt diepe indruk op hem. Wonen in dergelijke hutten, zo beseft hij, zorgt voor ziekte en ellende. Als hij zich in 1908 in Bellingwolde vestigt als huisarts komt hij oog in oog te staan met die armoede en hij meldt zich aan als lid van de regionale Gezondheidscommissie. Overal in Nederland zijn die commissies in het leven geroepen na de totstandkoming van de Woningwet en Gezondheidswet in 1901. De commissie heeft tot taak de woonomstandigheden ter plekke te onderzoeken en de gemeente van advies te dienen voor verbetering.

Middendorp, geboren in Steenwijk, komt er snel achter dat niets met hun adviezen wordt gedaan, dat alles bij het oude blijft en dat zijn patiënten verkommeren. En opeens komt hij op het idee om daar iets aan te doen: hij gaat die erbarmelijke leefomgeving fotografisch vastleggen.

Als hij in 1913 tijdens een woningcongres in Den Haag merkt dat zijn woorden niet beklijven, zoekt hij contact met de dan al bekende fotograaf Tonnis Post (1877-1930).

Portrettist

Post, geboren in Loppersum, heeft in 1901 een atelier geopend aan de Vissersdijk in Winschoten. Hij is een gewild portrettist. Hij fotografeert de welgestelden in hun villa's en boerderijen, hij werpt zich op straatgezichten, op kanaalgravers. Hij is dé fotograaf van Oost-Groningen. De vraag van Middendorp komt voor Post als geroepen. Samen trekken ze erop uit. Minutieus tekent de arts in zijn opschrijfboekje de maten op van de krotten, de grootte van de bedsteden, het dakbeschot, het aantal bewoners en hun gezondheid. Hij noteert zijn bevindingen op de achterkant van de foto's. Van de meest 'geslaagde' opnamen vervaardigt Middendorp 'lantaarnplaatjes' (dia's) en gebruikt die op lezingen. Hij wordt de onvermoeibare strijder voor beter woongenot en daarbij gebruikt hij de fotografie als strijdmiddel. "Veel dieren hebben een betere stalling dan velen onzer medemensen," schimpt hij.

Post maakt buiten- en binnenopnamen. Dat laatste is nog een heel karwei want meestal is het binnen zo klein dat hij niet genoeg afstand kan nemen en op de achterzijde krabbelt: "Photo is van te dichtbij genomen zoodat hij (de woning) groter lijkt dan hij is."

Post zeult op zijn fietstochten langs modderwegen een loodzware bepakking mee. Houten statief, een knots van een camera, glasnegatieven en magnesiumpoeder. In de donkerte van de hutten dient magnesium als een soort flitslicht en zorgt zo voor extra licht. Post moet zich een ongeluk gefietst hebben. In Westerwolde staat rond die tijd tweederde van de 5000 woningen aan onverharde paden. Nog tot het einde van 19e eeuw wordt het arbeiders ontzegd aan de 'grote weg' te wonen. Wellicht mag de fotograaf af en toe met Middendorp meerijden die als één van de eersten een automobiel bezit in Bellingwolde.

'Versche lucht'

In het tijdschrift Het Groene en Witte Kruis schrijft Middendorp in 1914 een vlammend betoog met als titel 'Versche lucht en zonlicht in onze woning'. Hij laakt de regering die pas in dat jaar één groot openslaand raam in scholen voorschrijft. Hij wast ook zijn collega artsen de oren die volgens hem verzuimen patiënten te wijzen op ventilatie en frisse lucht. ''Wie onzer kent niet de heerlijke gewaarwording van ene lijder aan longontsteking als volop versche lucht toestroomt?''

Middendorp is niet te stuiten in zijn strijd voor betere woonomstandigheden. De huisarts is er naast zijn dokterspraktijk ook nog veenbaas bij. Arbeiders ontginnen voor hem een stuk veen in Veelerveen en voor hen wil hij betere woningen bouwen. Over Middendorp gaat het verhaal dat hij zijn (veelal arme) patiënten naar draagkracht laat betalen als zij bij hem op spreekuur komen.

Architectuur

In 1919 voegt hij de daad bij het woord. Hij schakelt architect Granpré Molière in, die naam maakt als bouwer van tuindorpen, raadhuizen en kerken. Hij moet in opdracht van Volkswoningbouw Bellingwolde 19 'comfortabele maar eenvoudige' arbeiderswoningen ontwerpen.

Granpré, hoogleraar aan de TU in Delft, tekent revolutionaire huizen voor die tijd: opvallend ondiep (5,54 meter) maar breed (13,86). In de geest van Middendorp valt er zoveel mogelijk licht en lucht naar binnen zodat de bewoners in zijn ogen minder snel ziek worden. De architect gaat niet half te werk: geen bedsteden maar slaapkamers, een novum voor die tijd. Buiten creëert Granpré een hok voor één varken en een hok voor één geit.

De ontwerpen van Granpré staan er nog altijd aan de Verbindingsweg, uiterlijk veelal ongewijzigd, alleen van binnen soms vertimmerd.

<p>Voorgevel en zijgevel van een dubbele arbeiderswoning in Veelerveen, ontworpen door Granpr&eacute; Moli&egrave;re. - Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed</p>

Voorgevel en zijgevel van een dubbele arbeiderswoning in Veelerveen, ontworpen door Granpré Molière. - Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed