Onderweg

500-1300

De middeleeuwse handelsweg Groningen-Coevorden

Het zijn de late middeleeuwen (1000-1500) in Nederland. Een reiziger ment zijn paard en wagen over het modderige zandpad dat van Coevorden naar Groningen leidt. Zijn wagen is volgeladen met handelswaar uit het Duitse graafschap Bentheim en het sticht Munster. De handelsroute die de reiziger volgt, gaat door heidegebied over een zandpad richting Stad. Het is een zware tocht van meer dan 15 uur, maar nog enkele uren reizen en hij bereikt de stad Groningen.

Op de handelsroute tussen Coevorden en Groningen, waar vele middeleeuwse handelaren hun waren hebben vervoerd, bevindt zich nu het Noorlaarderbos. In de late middeleeuwen bestond het Noordlaarderbos nog niet – het is pas in 1880 aangelegd – en werd het landschap gevormd door eindeloze heide en zandruggen. Vanuit het noorden en het zuiden doorkruisten reizigers met paard en wagen het landschap over een zandpad dat dwars over de heide liep.

Etenswaren als kaas, traan, boter en stokvis werden vanuit Groningen naar Coevorden en de Duitse handelsplaatsen vervoerd en andersom kwamen zandsteen, hout, rogge, wol, canvas en andere handel naar Groningen.

Reliƫf in het landschap

Het landschap was allesbehalve vlak. Het reliëf van het gebied werd – en wordt nog steeds – bepaald door kilometerslange zandruggen in het landschap, zoals de Hondsrug. Deze zandruggen en andere verhogingen bepaalden grotendeels de laatmiddeleeuwse route tussen Coevorden en Groningen. Reizigers vermeden de zandduinen, vennetjes en pingoruïnes in het landschap. De route vormde zich daaromheen en werd door duizenden reizigers gevolgd.

Soms raakte de weg onbegaanbaar door obstakels. Als door een storm een boom het pad blokkeerde, of tijdens het natte seizoen de weg stuk werd gereden, verspoorde de route zich. Reizigers zochten dan een nieuwe weg die parallel aan de oude lag.

Herkenningspunt op de route: Heilig Bergje

De karrensporen die in kaart zijn gebracht in het huidige Noordlaarderbos, passeren allemaal dezelfde mysterieuze heuvel in het landschap: het Heilig Bergje, soms ook Galgenbergje genoemd. Beide namen komen van verhalen en vermoedens over de vroegere, mogelijke functies van het bergje. De ligging aan een drukke route maakte van het heuveltje in ieder geval de ideale locatie om een boodschap te verkondigen aan de vele reizigers die hier passeerden.

Een van de vermoedens is, dat dat een godsdienstige boodschap zou zijn geweest. Met een groot kruis als herkenningspunt op de heuvel zijn hier misschien preken gehouden. Er zijn enkele documenten die spreken over een vredeskruis, dat de grens tussen het Groningse gericht Goorecht en het landschap Drenthe markeerde. Het is dus ook mogelijk dat dit vredeskruis op het Heilig Bergje heeft gestaan.

Een ander verhaal dat de ronde doet, is dat op deze heuvel misdadigers berecht en terechtgesteld werden. Langs de weg van Coevorden naar Groningen zouden de misdadigers boven op de heuvel zijn opgehangen. Een duidelijke waarschuwing voor alle reizigers: dit komt er van misdadigers terecht!

Wat zich precies op het Heilig Bergje heeft afgespeeld weten we niet, maar reizigers zullen bij het zien van het Heilig Bergje geweten moeten hebben, dat ze de stad Groningen naderden. Of het herkenningspunt nu een groot kruis is geweest of een afschrikwekkende galg; vanaf hier, wisten ze, was het nog ongeveer twee uur rijden voordat ze stad Groningen zouden bereiken.

Vrijwilligers doen er vandaag de dag alles aan om alle karrensporen in het huidige Noordlaarderbos in kaart te brengen. Door onderzoek te doen naar de historie van het Noordlaarderbos, proberen ze het erfgoed in kaart te brengen en steeds meer geheimen te ontrafelen.

Dit verhaal is opgetekend uit gesprekken met Henny Groenendijk, provinciaal archeoloog, en Ingrid Schenk, projectcoördinator Onderzoek Geschiedenis Noordlaarderbos. Gebruikt naslagwerk: Rapport Mug, 4 februari 2010, Inventarisatieveldonderzoek (hoogtemeting) door middel van tachymetrische opnamen voor de locatie ‘Heilig Bergje’ in het Noordlaarderbosch bij Noordlaren, gemeente Haren (Gr).