75 jaar vrijheid

1940 tot 1945

De Joden van Haren en Groningen: deportatie en terugkeer

De stad Groningen kent vóór de oorlog een grote Joodse gemeenschap. Op het hoogtepunt zijn er ongeveer 2800 Joodse stadjers. Veel van deze mensen wonen in en rondom de Folkingestraat, waar de synagoge is gevestigd. Maar ook in de Schildersbuurt wonen veel Joodse mensen: veelal uit de gegoede burgerij. In Haren woont een kleine, bloeiende Joodse gemeenschap van zo’n zestig personen. 

Na de Duitse inval worden deze mensen eerst getroffen door allerlei discriminerende maatregelen en vanaf 1942 worden ze weggevoerd uit hun woonplaats.

Dat wegvoeren van de Joodse gemeenschap gebeurt in Haren in drie golven. Eind juni 1942 moeten alle mannen tussen de 18 en 55 jaar van Joodse afkomst zich melden voor tewerkstelling in Westerbork. Elf mannen geven aan deze oproep gehoor, waarvan er tien uiteindelijk worden goedgekeurd. Geen van hen zal het overleven.
Een veel grotere groep Joodse inwoners van Haren wordt opgepakt tijdens een razzia in november 1942. De meesten van hen worden via Westerbork naar de vernietigingskampen Sobibor of Auschwitz getransporteerd. Een laatste razzia vindt plaats in februari 1943, na een aanslag op een SS’er. De Joden die op dat moment nog enige privileges hebben, zoals medewerkers van de Joodse Raad in Groningen, verliezen deze en worden ook op transport gezet. In het voorjaar van 1943 verklaart de bezetter Noord-Nederland Judenfrei.
Het percentage joden uit Groningen dat de oorlog niet overleefde, is hoger dan het toch al hoge Nederlandse gemiddelde. Van de bijna drieduizend joden die de stad Groningen voor de oorlog telde, leefden er in 1945 nog zo'n 150. Van de 63 geregistreerde Harense Joden overleven er 30 de Holocaust.
Bij terugkeer hadden ze het niet gemakkelijk. Het weerzien was kil, vijandig. In hun huizen woonden anderen, hun in bewaring gegeven spullen waren 'verdwenen' en de overlevende joden werden door instanties zó gelijk behandeld, dat ze 'niet moesten zeuren' en niet in aanmerking kwamen voor uitkeringen of vergoedingen op grond van hun oorlogservaringen.

De Joden van Haren en Groningen: deportatie en terugkeer