1914-1945

De Damster bioscoopcommissie

De eerste decennia van de 20ste eeuw waren de jaren van de opkomst van de film. Overal verschenen theaters waar openbare filmvoorstellingen werden gegeven en de overheid, die altijd een wakend oog heeft voor het zedelijk welzijn van zijn burgers, zag zich genoodzaakt regelend op te treden. Zo werd op 14 mei 1926 de Bioscoopwet afgekondigd, oftewel de Wet tot bestrijding van de zedelijke en maatschappelijke gevaren van de bioscoop. Deze wet bepaalde dat openbare bioscoopvoorstellingen zonder schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders niet waren toegestaan. Bovendien werd er een centrale keuringscommissie ingesteld die moest beoordelen voor welke kijkers een film geschikt was. Plaatselijke commissies moesten erop toezien dat de bioscopen zich aan de wet hielden.

De Damster bioscoopcommissie
Plattegrond van bioscoop Luxor aan de Dijkstraat in Appingedam. - Kaart: Archief Stad Appingedam

In Appingedam waren diverse locaties waar regelmatig bioscoopvoorstellingen werden gegeven. Naast Luxor in de Dijkstraat werden films vertoond in Hotel Kraaima in de Wijkstraat, het verenigingsgebouw Rehoboth van de hervormde gemeente, eveneens in de Wijkstraat, een enkele keer in de gereformeerde kerk en in hotel Wierenga, adres onbekend. De plaatselijke commissie van toezicht, benoemd door burgemeester en wethouders in 1928, stond onder voorzitterschap van de oud-hoofdonderwijzer Hendrik Marwitz. De bewaard gebleven administratie geeft een goed beeld van de werkzaamheden van de commissie.

Regels

Regelmatig worden de wekelijkse voorstellingen in Luxor bezocht. Hierbij worden de keuringskaarten, die bij elke film aanwezig moeten zijn, gecontroleerd. Een enkele keer wordt door de commissie een aanmerking gemaakt omdat te jeugdige personen tot de voorstelling zijn toegelaten. Deze worden dan door de bioscoophouder, dhr. Doesburg, verwijderd. Er is trouwens nog wel meer aan te merken op deze Tonnis Doesburg. Zo wordt hij beschuldigd van een misleidende ophanging van de leeftijdsbordjes bij de entree van de bioscoop. Door de burgemeester is hij hierover schriftelijk gewaarschuwd. Ook wordt hem verweten dat hij niet de film draait die aangekondigd was. Als Luxor in 1932 wordt overgenomen door Willem Reinigert, nemen de overtredingen af.

Ook in andere filmzalen worden de regels soms met voeten getreden. Bij een van de vertoonde films in hotel Kraaima was geen keuringskaart aanwezig. In overleg met de burgemeester is toen besloten dat de film gedraaid mocht worden, onder de voorwaarde dat de keuringskaart naderhand zou worden toegezonden. "Toezending heeft echter nimmer plaatsgehad,” aldus het jaarverslag van de commissie van 1931. Het betrof hier een Groene Kruisfilm.

In augustus 1933 is er een openluchtfilmvertoning op het Kerkplein. Een van de films die daar wordt vertoond, is de zogenaamde Damsterfilm van de plaatselijke Handelsvereniging. Deze film is echter nog nooit door de centrale commissie gekeurd. Onze plaatselijke commissie kan daarom dus ook geen toestemming voor de vertoning geven. Omdat echter al bekend was gemaakt dat de film zou worden gedraaid op het Kerkplein en omdat het een zeer onschuldige film is, heeft de commissie in overleg met de loco-burgemeester toch maar ingestemd met de vertoning. De handelsvereniging moet wel beloven de keuring zo spoedig mogelijk te laten plaatsvinden. Uit het jaarverslag van 1934 blijkt dat de beloofde keuring nooit heeft plaatsgevonden. “De Handelsvereeniging kan in dit geval als nalatige worden beschouwd”.

Aanbod

Het filmaanbod uit die dagen laat, naar huidige maatstaven gerekend, nogal te wensen over. Een compleet beeld heb ik vermoedelijk niet, maar een klein registertje licht toch een tipje van de sluier op. De bioscoopcommissie had de films ingedeeld in verschillende categorieën. Er waren godsdienstige films, zedelijke films, sociale films en verder wetenschappelijke en propaganda- en reclamefilms. Godsdienstige films, zoals Christendom in Armenië, werden vooral vertoond in Rehoboth. De film Ben Hur, die in 1928 in hotel Kraaima werd gedraaid, viel in de categorie zedelijke films. Het betreft hier natuurlijk niet de beroemde film uit 1959 van William Wyler.

In hotel Wierenga draait een film in de sociale categorie: En Gij Kameraad, een film die uitgaat van de Centrale Bond van Transportarbeiders. Ook in Luxor is een sociale film te zien: Moeder, van de Nederlandse Vereniging van Fabrieksarbeiders. Beetje vreemde titel trouwens voor een film over fabrieksarbeiders. Misschien gaat de film over moeder de vrouw die thuis de kinderen opvoedt en het eten klaarmaakt terwijl manlief in de fabriek aan het werk is. Misschien ook wel niet. Ook de reclamefilms ontsnappen niet aan de aandacht van de bioscoopcommissie. Zo wordt er in hotel Kraaima een film vertoond over Maggi, en in café Wijninga een film over Amstel bier. Andere reclamefilms gaan over Ford en Verkade. 

'Het gewijzigde levenspatroon der massa'

Het laatste jaarverslag van de commissie is van 1965. Daarin kunnen we lezen dat er nog steeds “knaapjes” uit de zaal worden verwijderd, wat dat betreft is er dus niets veranderd. Andere dingen zijn wel veranderd. Door het vertrek van de in Appingedam gelegerde militairen is het aantal bioscoopbezoekers drastisch afgenomen. Bovendien heeft het Luxor-theater de tijd niet mee, “niet slechts door de invloed der televisie, maar vooral door het gewijzigde levenspatroon der massa, waarbij de welvaartsgolf een sterke uitbreiding van mogelijkheden biedt”. In 1973 wordt de commissie opgeheven.