Groninger Vrouwengalerij

Clara Asscher-Pinkhof: een onderwijzeres in barre tijden

Clara Asscher-Pinkhof (1896-1984) moest in haar eentje zes kinderen grootbrengen en tegelijkertijd ontsnappen aan de Holocaust. Gelukkig was deze onderwijzeres, schrijfster en pedagoge met diepe wortels in de Joodse gemeenschap niet voor één gat gevangen. Een gelukkige speling van het lot bevrijdde haar uit de klauwen van de nazi’s. Eenmaal aangekomen in het beloofde land bleef ze tot in het bejaardentehuis schrijven en lesgeven.

Clara Asscher-Pinkhof groeide op in een groot Joods artsengezin in Amsterdam. Daar kreeg ze een orthodoxe opvoeding en leerde ze Hebreeuws lezen en schrijven. Al in haar middelbareschooltijd publiceerde ze kinderverhalen. Logisch dus, dat ze vervolgens voor een lerarenopleiding koos. Ze deed deze in twee delen: een tussenjaar bleek noodzakelijk om haar overspannen moeder te helpen in het huishouden. In 1915 ontving ze haar diploma. Ze deed vervolgens vrijwilligerswerk bij een Joodse armenschool en gaf les op een basisschool in Gelderland voor ze weer naar de hoofdstad terugkeerde. In 1919 trouwde ze met de jonge rabbijn Abraham Asscher, die niet lang daarna tot opperrabbijn in Groningen werd benoemd. Samen verhuisden ze, nog in datzelfde jaar, naar het noorden.

Kinderboeken

Zes jaar nadat de twee in Groningen waren aangekomen overleed Abraham Asscher. Clara Asscher-Pinkhof moest in haar eentje hun zes kinderen opvoeden. Ze hield het hoofd boven water door haar karige weduwepensioen aan te vullen met het schrijven van kinderboeken en het geven van lezingen over opvoeding en jeugdliteratuur. Terwijl ze nog in Groningen woonde schreef ze haar debuutroman en haalde ze haar bevoegdheid om Engels te geven.

Onderwijs

In 1941 voelde Clara Asscher-Pinkhof zich genoodzaakt om opnieuw terug te keren naar Amsterdam. Nazi-Duitsland had Nederland bezet en was langzaam maar zeker begonnen aan de Jodenvervolging, waardoor een schaarste aan Joodse leraren ontstond. Om een van de vrijgekomen plaatsen in te vullen ging ze lesgeven aan de Industrieschool voor Joodse meisjes en in haar schoolvakanties hielp ze met de opvang van kinderen in de Hollandse Schouwburg, waar de nazi’s Joden verzamelden vlak voor ze gedeporteerd werden. Terwijl haar kinderen onderdoken, bleef Asscher-Pinkhof bovengronds om de Joodse gemeenschap van dienst te kunnen zijn.

Holocaust

Clara Asscher-Pinkhof wist de nazi’s tot 1943 te ontlopen, maar toen werd ze alsnog opgepakt en naar Kamp Westerbork gebracht. Vanuit Drenthe werd ze getransporteerd naar Bergen-Belsen, een concentratiekamp waar gedurende de Holocaust 70.000 Joden werden vermoord. Asscher-Pinkhof leek hetzelfde te staan gebeuren, tot op het allerlaatste moment een speling van het lot haar leven redde: een groep Joden uit het concentratiekamp werd door de nazi’s geruild met Duitsers die in Palestina waren gearresteerd. Zij werd als onderdeel van de deal vrijgelaten en wist over land naar Palestina te vluchten.

Israël

Eenmaal aangekomen in het beloofde land vestigde Clara Asscher-Pinkhof zich in Jeruzalem. Daar legde ze de laatste hand aan Sterrekinderen, een boek waarmee ze een belangrijke plaats in de Nederlandse letterkunde verwierf. Vervolgens keerde ze voor enige tijd terug naar Nederland om de onderduikouders van haar kinderen te bedanken, maar door de uitroeping van de staat Israël en de daaropvolgende onafhankelijkheidsoorlog duurde het nog even voor ze weer naar het Midden-Oosten terugkeerde. In Israël hertrouwde ze met de Pools-Joodse Asher Czaczes en gaf ze Hebreeuwse taalles aan nieuwe Israëli’s. Ondertussen bleef ze kinderboeken schrijven, zowel in het Nederlands als het Hebreeuws. Zelfs in het bejaardentehuis in Haifa, waar ze vlak na de dood van haar tweede man naartoe verhuisde en de laatste vijftien jaar van haar leven doorbracht, gaf ze Hebreeuwse taalcursussen. Ze overleed in 1984 in Haifa op 88-jarige leeftijd. In totaal publiceerde Asscher-Pinkhof 27 boeken.