Groninger Vrouwengalerij

Charlotte en Aletta Jacobs: twee wilskrachtige feministes

Aletta Jacobs (1854 – 1929) was vele malen ‘de eerste vrouw die…’. Maar ook haar oudere zus Charlotte Jacobs (1847 – 1916) bleef niet achter. De vrouwen waren de eerste twee vrouwelijke studenten aan een Nederlandse universiteit en zetten zich beide in voor vrouwenemancipatie. Hoewel Aletta Jacobs vaker als boegbeeld wordt gezien van de eerste feministische golf in Nederland, heeft ook Charlotte Jacobs een belangrijke rol gespeeld in de strijd om vrouwenrechten.

<p>Aletta Jacobs.&nbsp;Fotograaf onbekend, Groninger Archieven</p>

Aletta Jacobs. Fotograaf onbekend, Groninger Archieven

Zowel Charlotte als Aletta Jacobs hebben zich onderscheiden door hun wilskracht. Maar hoewel Aletta Jacobs een bekendheid is geworden, zijn maar weinig Nederlanders bekend met de verdiensten van haar zus Charlotte. Na haar studie vertrok Charlotte namelijk naar Batavia in Nederlands-Indië en ook heeft zij niet geschreven over haar leven, zoals Aletta dat wel heeft gedaan. Daardoor is Charlotte enigszins in de vergetelheid geraakt, vergeleken met jongere zus Aletta.

Sappemeer

Charlotte (1847 – 1916) en Aletta Henriëtte (1854 – 1929) kwamen uit een bijzonder Joods gezin van elf kinderen en groeiden op in het Groningse Sappemeer. Hun vader, Abraham Jacobs, was huisarts en hun moeder, Anna de Jongh, zorgde voor het grote gezin.

Charlotte Jacobs bleef haar leven lang ongehuwd. In 1892 trouwde Aletta Jacobs met Carel Victor Gerritsen, een Nederlands politicus. Aletta had een grote kinderwens, maar deze is nooit uitgekomen: in 1893 kreeg ze een zoon maar deze stierf kort na zijn geboorte.

Eerste vrouwelijke studenten

Aletta Jacobs droomde er als kleine meid van om, net als haar vader en broer, arts te worden. Op 26 juli 1870 haalde ze haar examen voor leerling-apotheker. Maar hiermee was het niet gedaan: “Waarom zou een vrouw wel apotheker en geen dokter kunnen worden?”. Aletta wilde naar de universiteit en schreef de liberale minister Thorbecke een brief met het verzoek om naar de universiteit te mogen. Op zijn sterfbed stuurde hij zijn toestemming naar vader Abraham Jacobs. Haar doctoraal behaalde ze in 1876 en drie jaar later promoveerde ze tot doctor in de medicijnen: haar meisjesdroom was uitgekomen.

Charlotte Jacobs ging na het afronden van de lagere school naar de Nuts Naai- en Breischool. In 1869 vertrok ze naar Arnhem om het huishouden te doen voor haar broer. Toen haar broer ging trouwen, keerde Charlotte terug naar Sappemeer. Ze bereidde zich voor op het examen leerling-apotheker en vertrok opnieuw naar Arnhem, dit keer om haar broer te helpen als apotheker. Charlotte schreef zich in 1877 als tweede vrouwelijke studente van Nederland in aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Arts en apotheker

Aletta Jacobs ging na haar studie naar London om zich verder te gaan verdiepen in de geneeskunde. In 1881 opende ze haar praktijk in Amsterdam, waar ze gratis spreekuren gaf voor de niet zo vermogende vrouw en voorbehoedsmiddelen introduceerde.

Na haar studie vertrok Charlotte Jacobs in 1884 naar Batavia, om te gaan werken als apotheker. Ze had, net als haar zus Aletta Jacobs, ook de ambitie om te gaan promoveren, maar dat is er nooit van gekomen. In 1887 opende ze op veertigjarige leeftijd haar eigen apotheek, onder de naam De Nederlandsche Apotheek. Ze bleef jarenlang de enige vrouwelijke apotheker in Nederlands-Indië en benoemde uit emancipatorische overwegingen enkel vrouwelijke assistenten.

Vrouwenemancipatie

Vrouwen moeten kunnen stemmen, vond Aletta Jacobs. Ze richtte samen met een groep andere vrouwen de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht (VVK) op. Aletta was van 1903 tot 1919 voorzitster. In 1911 en 1912 maakte ze zelfs een wereldreis om ook buiten Nederland het vrouwenkiesrecht te stimuleren.

Eén van de plekken die Aletta Jacobs bezocht, betrof Batavia. Hier had Charlotte Jacobs in 1908, tezamen met twee andere vrouwen, een afdeling van de VVK opgericht. Het recht tot vereniging was niet erkend in Indië, waardoor ze deze groep ‘de ledengroep’ noemden. . Daarnaast stond Charlotte aan de wieg van de Vereeniging Steun Onderwijs Vrouwelijke Inlandse Artsen (SOVIA). Met deze organisatie probeerde ze het onderwijs voor Indische meisjes te verbeteren.

In 1912 nam Charlotte Jacobs afscheid van haar baan als apothekeres en verhuisde ze terug naar Nederland, waar ze actief werd in de Haagse VVK en in de vrouwenvredesbeweging. Tijdens een bijeenkomst van de Internationale Vrouwenraad in 1914 in Rome was ze afgevaardigde voor Nederland.

Wilskracht

Hoewel Aletta Jacobs nog vele plannen had, overleed ze op 19 augustus 1929. Charlotte Jacobs overleed al eerder, op 31 oktober 1916. Beide vrouwen werden gecremeerd in het eerste crematorium Westerveld in Driehuis.

Beide vrouwen zijn van grote betekenis geweest voor de Nederlandse vrouw. Hoewel Charlotte Jacobs meer in de achtergrond is geraakt dan Aletta Jacobs, hebben beide vrouwen als studentes, als arts, als apothekeres en als feministes wilskrachtig gestreden voor het recht van de vrouw.

<p>Illustratie: &quot;Charlotte&quot; door Nienke Siegers</p>

Illustratie: "Charlotte" door Nienke Siegers