Groninger Vrouwengalerij

Cato Pekelharing-Doijer: een vergeten pionierster

Cato Pekelharing-Doijer (1858 – 1913) was een pionierster die zowel regionaal als nationaal een belangrijke rol heeft gespeeld in de totstandkoming van de Nederlandse vrouwenbeweging en het feminisme van de negentiende eeuw. De geschiedenis heeft echter geen oog gehad voor haar activiteiten, waardoor ze nooit zo bekend is geworden als haar medestrijders.

Cato Pekelharing-Doijer heeft zich gedurende haar leven in Groningen op verschillende manieren ingezet voor de emancipatie van vrouwen. Zij was één van de oprichtsters van de Vereeniging de Vrouwenbond, nam het initiatief voor de nationale tentoonstelling voor de vrouwenarbeid en was bovenal moeder.

Naar Groningen

Catherina Geertruida (Cato) Pekelharing-Doijer werd op 22 november 1858 geboren als dochter van Derk Doijer en Jeanette Alexandrine Vrijdag in Batavia. Derk Doijer was officier en Batavia. In 1869 keerden zij terug naar Nederland, naar Leiden. In 1881 stapte zij in het huwelijksbootje met Adrianus Pekelharing. Na hun huwelijk verhuisden ze naar de stad Groningen, waar Adrianus een baan aangeboden had gekregen als gemeentesecretaris. Ze kregen twee zonen.

Vrouwennetwerk

Na de verhuizing van Cato Pekelharing-Doijer naar Groningen, raakte ze betrokken bij meerdere vrouwenorganisaties, zoals Tesselschade – de oudste vrouwenvereniging van Nederland. Vermoedelijk vond haar echtgenoot het niet vervelend dat zij zich met deze activiteiten bezig hield: hij was zelf ook lid van de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht. Door haar betrokkenheid bij meerdere vrouwenorganisaties maakte Pekelharing-Doijer steeds meer onderdeel uit van een netwerk van vrouwen dat zich bezig hield met vrouwemancipatie.

De Vereeniging de Vrouwenbond

Tezamen met enkele vrouwen uit dat netwerk richtte Cato Pekelharing-Doijer op 26 november 1894 de Vereeniging de Vrouwenbond in Groningen op. De Vrouwenbond was één van de eerste organisaties die de positie van de vrouw op alle vlakken aan de kaak stelde, en deze actief wilde verbeteren. Pekelharing-Doijer was vanaf 1895 tot 1900 presidente van de Vrouwenbond. Tijdens haar voorzitterschap organiseerde ze verschillende initiatieven en activiteiten die te maken hadden met meisjesonderwijs en moederschap. Zo nam ze als eerste vrouw deel aan de commissie van Toezicht op het Lagere en Middelbaar Onderwijs in Groningen. Ze was van mening dat de verzorgende kwaliteiten van de vrouw onmisbaar waren voor zowel het gezin als de maatschappij. Om deze ‘moederlijkheid’ te ontwikkelen, moesten vrouwen onderwijs krijgen om zich zo goed mogelijk te kunnen bewegen binnen het gezin en de maatschappij.

<p>Cato Pekelharing-Doijer. Foto Priv&eacute;archief R. Hengeveld<br />
&nbsp;</p>

Cato Pekelharing-Doijer. Foto Privéarchief R. Hengeveld
 

De Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid

Vanuit haar voorzitterschap nam Cato Pekelharing-Doijer, tezamen met Groningse dames Cateau Work-Roland Holst en Dientje Dull, het initiatief om een tentoonstelling over vrouwenarbeid te organiseren. Hendrina Scholten-Crommelin en Cecile Goekoop van Beek en Donk sloten hier enige tijd later bij aan. Samen vormden ze het eerste bestuur van de tentoonstelling in 1895. Pekelharing-Doijer was de eerste presidente van dit bestuur maar in 1896 trad ze wegens gezondheidsproblemen af.

Dit was de eerste keer dat meerder vrouwen(organisaties) over het hele land actief samenwerkten. “Ik heb deze dagen het gevoel dat wij miniatuur Columbussen zijn” schreef Cecile Goekoop van Beek en Donk aan Pekelharing-Doijer. De tentoonstelling opende de deuren in de zomer van 1898. Het werd een groot succes met miljoenen bezoekers, waaronder koningin Wilhelmina. In september 1898 kwam er een einde aan de tentoonstelling. Mede door Pekelharing-Doijer had deze tentoonstelling een nationale vrouwenbeweging als gevolg. Daaruit vloeide onder andere de Nationale Vrouwenraad.

Vroege dood

Cato Pekelharing-Doijer leefde echter geen lang leven. Rond 1900 begon ze onbekende gezondheidsproblemen te krijgen en na een lang ziekbed stierf ze in 1913 op 55-jarige leeftijd. Ze werd begraven op de Noorderbegraafplaats in de stad Groningen. Na haar dood hertrouwde Adrianus met de goede vriendin van Pekelharing Doijer en mede-feministe Dientje Dull.

De vrouwen van de Vrouwenbond hebben na haar dood het C.G Pekelharing-Doijerfonds opgericht. Dit was een fonds dat meisjes steun verleende voor een vakopleiding aan de Industrieschool voor meisjes te Groningen.

Een moeder met nationale betekenis

Door de activiteiten van Cato Pekelharing-Doijer in vele (vrouwen)organisaties, creëerde zij een driehoeksverhouding tussen feminisme, het moederschap en het onderwijs. Ze heeft zich als gehuwde moeder haar hele leven lang ingezet voor vrouwenemancipatie. Door haar strijd is zij van grote betekenis geweest van de Nederlandse vrouw van de negentiende eeuw.